Nieuw Nederlands
5e editie
Antwoorden Leerboek
4/5 havo
, Nieuw Nederlands 5e editie – 4/5 havo – Antwoorden Leerboek
Inhoudsopgave Nieuw Nederlands 4/5 havo – Leerboek
Cursus Leesvaardigheid............................................................................................................3
Hoofdstuk 1 Inleiding leesvaardigheid....................................................................3
Hoofdstuk 2 Tekstopbouw.....................................................................................7
Hoofdstuk 3 Oefenen met teksten........................................................................15
Cursus Schrijfvaardigheid.......................................................................................................22
Hoofdstuk 1 Voorbereiding op schrijven................................................................22
Hoofdstuk 2 Schrijven en controleren...................................................................24
Hoofdstuk 3 Informerende teksten.......................................................................29
Hoofdstuk 4 Overtuigende teksten.......................................................................32
Hoofdstuk 5 Opiniërende teksten.........................................................................35
Hoofdstuk 6 Brieven en e-mails...........................................................................36
Cursus Mondelinge vaardigheden..........................................................................................39
Hoofdstuk 1 Algemeen........................................................................................39
Hoofdstuk 2 Presentatie......................................................................................41
Hoofdstuk 3 Probleemoplossende discussie...........................................................45
Hoofdstuk 4 Debat.............................................................................................47
Cursus Argumentatieve vaardigheden....................................................................................57
Hoofdstuk 1 Standpunten en argumenten.............................................................57
Hoofdstuk 2 Argumentatie..................................................................................59
Cursus Formuleren..................................................................................................................65
Hoofdstuk 1 Correct formuleren...........................................................................65
Hoofdstuk 2 Aantrekkelijk formuleren...................................................................74
Cursus Spelling........................................................................................................................82
Hoofdstuk 1 Werkwoordspelling...........................................................................82
Hoofdstuk 2 Overige spellingregels.......................................................................87
Cursus Woordenschat..............................................................................................................96
Hoofdstuk 1 Moeilijke woorden............................................................................96
Hoofdstuk 2 Woordenschat eindexamen..............................................................103
Cursus Informatievaardigheden...........................................................................................110
Hoofdstuk 1 Documenteren...............................................................................110
Cursus Voorbereiding op het hoger onderwijs.....................................................................121
Hoofdstuk 1 Samenvatten.................................................................................121
Hoofdstuk 2 Schematiseren...............................................................................129
Hoofdstuk 4 Nederlands in het hoger onderwijs....................................................138
Hoofdstuk 5 De hbo-taaltoets............................................................................139
Cursus Eindexamen...............................................................................................................143
2
© Noordhoff Uitgevers bv, 2013
, Nieuw Nederlands 5e editie – 4/5 havo – Antwoorden Leesvaardigheid
Cursus Leesvaardigheid
Hoofdstuk 1 Inleiding leesvaardigheid
Paragraaf 1 Leesstrategieën
Opdracht 1
1 oriënterend
2 kritisch
3 intensief
4 globaal
5 studerend
6 oriënterend
7 intensief
8 zoekend
9 studerend
10 oriënterend
Opdracht 2
1 door in het register te kijken
2 bladzijde 115 en verder
Paragraaf 2 Schrijfdoel
Opdracht 3
1 zoenen / het waarom van zoenen
2 informeren – Dat kun je bijvoorbeeld zien aan de derde alinea, waar een reden voor
zoenen wordt besproken. Dat wijst op uitleggen en dus: informeren. Ook als je naar de
eerste zinnen van andere alinea’s kijkt, zie je dat de tekst vooral kennisoverdracht/uitleg
bevat.
3 alinea 3
4 alinea 4
5 alinea 6
6 zoöloog (al. 3) – wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van
dieren; dierkundige
niet gediend zijn van (al. 4) – niets moeten hebben van
antropoloog (al. 4) – wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van
volken; volkenkundige
linguïst (al. 4) – taalkundige
primatoloog (al. 5) – wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van
apen en halfapen
potentiële (al. 6) – mogelijke
evolueren (al. 7) – ontwikkelen
genetisch (al. 7) – erfelijk; hier: op erfelijk gebied
onderliggende (al. 9) – diepere; niet duidelijk zichtbare, maar wel aanwezige
erogene (al. 9) – voor erotische prikkels gevoelige
euforie (al. 9) – prettig gevoel van opwinding en blijheid
effectief (al. 10) – doeltreffend; uitwerking hebbend
7 constatering
8 ‘De ideeën over hoe en wanneer een zoen al of niet gepast is, zijn per cultuur én per
tijd verschillend.’ (derde zin)
9 (1) om elkaar gerust te stellen; (2) om de spanning na een conflict te verlagen; (3) om
sociale banden te ontwikkelen; (4) om signalen en aanwijzingen op te pikken die van
belang zijn voor de voortplanting / om hun potentiële partner te keuren
3
© Noordhoff Uitgevers bv, 2013
, Nieuw Nederlands 5e editie – 4/5 havo – Antwoorden Leesvaardigheid
10 de laatste: om signalen en aanwijzingen op te pikken die van belang zijn voor de
voortplanting / om hun potentiële partner te keuren
11 ‘dat van de aantrekkingskracht [...] niets overbleef’
12
Je brein maakt Je geniet en
endorfine en voelt je
dopamine aan. gelukkig en blij.
Je lippen en Er wordt
je tong informatie
worden naar je brein Je lichaam maakt Je ontspant.
aangeraakt gestuurd. minder van het
en/of warm. stresshormoon
cortisol aan.
13 Let op: het gaat hier alleen om het verschil dat bij een onderzoek aan de
Amerikaanse Lafayette Universiteit naar voren kwam. Daar ontstond bij mannen door
zoenen een groter gevoel van verbondenheid en vertrouwen; bij vrouwen niet.
14 Volgens de onderzoekers komt (kwam) dat doordat vrouwen gevoeliger zijn voor een
romantische setting; van zo’n romantische setting was bij dit onderzoek geen sprake.
15 Eigen antwoord. – De schrijver wil haar lezers meer informatie geven over zoenen
(ontstaan, in andere culturen, bij dieren enz.). Zie ook antwoord 2.
16 Waarom zoenen we?
Paragraaf 3 Tekstsoorten
Opdracht 4
1 oranje ‘daderhesjes’ met het opschrift: ‘Werkt voor de samenleving’
2 tekst 2: C het vaststellen van een nieuwsfeit
tekst 3: B de mening van de auteur weergeven
tekst 4: A de lezer motiveren de tekst te lezen – Deze keuze komt nog het meest in
aanmerking, al kan het heel goed zijn dat niet iedereen door de tekst wordt gemotiveerd.
Antwoord B en C komen in ieder geval niet in aanmerking.
3 trammelant schoppen (al. 1) – moeilijkheden/ruzie veroorzaken
reclassering (al. 1) – organisatie die ex-gedetineerden helpt bij terugkeer in
de samenleving
fluorescerend (al. 1) – licht uitstralend
slogan (al. 1) – leus; slagzin
ingesloten worden (al. 3) – opgesloten worden (in de gevangenis)
ter discussie staan (al. 4) – hier: onderwerp van gesprek zijn omdat er
verschillend over gedacht wordt
zedenmisdrijf (al. 4) – misdrijf tegen de goede zeden, vooral de seksuele
zeden (bijvoorbeeld verkrachting)
recidive (al. 5) – herhaling van strafbaar gedrag
4 imagoprobleem (al. 1) – probleem met het beeld dat van iets/iemand bekend
is bij het grote publiek
gestigmatiseerd worden (al. 2) – een slecht imago krijgen door de manier waarop er
over je gesproken wordt / waarop je behandeld wordt
graadmeter (al. 3) – persoon of zaak waarmee je de stand van zaken kunt
bepalen
bejegening (al. 3) – behandeling
willekeur (al. 3) – grilligheid; eigenmachtigheid
humaan (al. 3) – menselijk
maatstaf (al. 3) – norm waarnaar men iets beoordeelt
4
© Noordhoff Uitgevers bv, 2013
5e editie
Antwoorden Leerboek
4/5 havo
, Nieuw Nederlands 5e editie – 4/5 havo – Antwoorden Leerboek
Inhoudsopgave Nieuw Nederlands 4/5 havo – Leerboek
Cursus Leesvaardigheid............................................................................................................3
Hoofdstuk 1 Inleiding leesvaardigheid....................................................................3
Hoofdstuk 2 Tekstopbouw.....................................................................................7
Hoofdstuk 3 Oefenen met teksten........................................................................15
Cursus Schrijfvaardigheid.......................................................................................................22
Hoofdstuk 1 Voorbereiding op schrijven................................................................22
Hoofdstuk 2 Schrijven en controleren...................................................................24
Hoofdstuk 3 Informerende teksten.......................................................................29
Hoofdstuk 4 Overtuigende teksten.......................................................................32
Hoofdstuk 5 Opiniërende teksten.........................................................................35
Hoofdstuk 6 Brieven en e-mails...........................................................................36
Cursus Mondelinge vaardigheden..........................................................................................39
Hoofdstuk 1 Algemeen........................................................................................39
Hoofdstuk 2 Presentatie......................................................................................41
Hoofdstuk 3 Probleemoplossende discussie...........................................................45
Hoofdstuk 4 Debat.............................................................................................47
Cursus Argumentatieve vaardigheden....................................................................................57
Hoofdstuk 1 Standpunten en argumenten.............................................................57
Hoofdstuk 2 Argumentatie..................................................................................59
Cursus Formuleren..................................................................................................................65
Hoofdstuk 1 Correct formuleren...........................................................................65
Hoofdstuk 2 Aantrekkelijk formuleren...................................................................74
Cursus Spelling........................................................................................................................82
Hoofdstuk 1 Werkwoordspelling...........................................................................82
Hoofdstuk 2 Overige spellingregels.......................................................................87
Cursus Woordenschat..............................................................................................................96
Hoofdstuk 1 Moeilijke woorden............................................................................96
Hoofdstuk 2 Woordenschat eindexamen..............................................................103
Cursus Informatievaardigheden...........................................................................................110
Hoofdstuk 1 Documenteren...............................................................................110
Cursus Voorbereiding op het hoger onderwijs.....................................................................121
Hoofdstuk 1 Samenvatten.................................................................................121
Hoofdstuk 2 Schematiseren...............................................................................129
Hoofdstuk 4 Nederlands in het hoger onderwijs....................................................138
Hoofdstuk 5 De hbo-taaltoets............................................................................139
Cursus Eindexamen...............................................................................................................143
2
© Noordhoff Uitgevers bv, 2013
, Nieuw Nederlands 5e editie – 4/5 havo – Antwoorden Leesvaardigheid
Cursus Leesvaardigheid
Hoofdstuk 1 Inleiding leesvaardigheid
Paragraaf 1 Leesstrategieën
Opdracht 1
1 oriënterend
2 kritisch
3 intensief
4 globaal
5 studerend
6 oriënterend
7 intensief
8 zoekend
9 studerend
10 oriënterend
Opdracht 2
1 door in het register te kijken
2 bladzijde 115 en verder
Paragraaf 2 Schrijfdoel
Opdracht 3
1 zoenen / het waarom van zoenen
2 informeren – Dat kun je bijvoorbeeld zien aan de derde alinea, waar een reden voor
zoenen wordt besproken. Dat wijst op uitleggen en dus: informeren. Ook als je naar de
eerste zinnen van andere alinea’s kijkt, zie je dat de tekst vooral kennisoverdracht/uitleg
bevat.
3 alinea 3
4 alinea 4
5 alinea 6
6 zoöloog (al. 3) – wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van
dieren; dierkundige
niet gediend zijn van (al. 4) – niets moeten hebben van
antropoloog (al. 4) – wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van
volken; volkenkundige
linguïst (al. 4) – taalkundige
primatoloog (al. 5) – wetenschapper die zich bezighoudt met de studie van
apen en halfapen
potentiële (al. 6) – mogelijke
evolueren (al. 7) – ontwikkelen
genetisch (al. 7) – erfelijk; hier: op erfelijk gebied
onderliggende (al. 9) – diepere; niet duidelijk zichtbare, maar wel aanwezige
erogene (al. 9) – voor erotische prikkels gevoelige
euforie (al. 9) – prettig gevoel van opwinding en blijheid
effectief (al. 10) – doeltreffend; uitwerking hebbend
7 constatering
8 ‘De ideeën over hoe en wanneer een zoen al of niet gepast is, zijn per cultuur én per
tijd verschillend.’ (derde zin)
9 (1) om elkaar gerust te stellen; (2) om de spanning na een conflict te verlagen; (3) om
sociale banden te ontwikkelen; (4) om signalen en aanwijzingen op te pikken die van
belang zijn voor de voortplanting / om hun potentiële partner te keuren
3
© Noordhoff Uitgevers bv, 2013
, Nieuw Nederlands 5e editie – 4/5 havo – Antwoorden Leesvaardigheid
10 de laatste: om signalen en aanwijzingen op te pikken die van belang zijn voor de
voortplanting / om hun potentiële partner te keuren
11 ‘dat van de aantrekkingskracht [...] niets overbleef’
12
Je brein maakt Je geniet en
endorfine en voelt je
dopamine aan. gelukkig en blij.
Je lippen en Er wordt
je tong informatie
worden naar je brein Je lichaam maakt Je ontspant.
aangeraakt gestuurd. minder van het
en/of warm. stresshormoon
cortisol aan.
13 Let op: het gaat hier alleen om het verschil dat bij een onderzoek aan de
Amerikaanse Lafayette Universiteit naar voren kwam. Daar ontstond bij mannen door
zoenen een groter gevoel van verbondenheid en vertrouwen; bij vrouwen niet.
14 Volgens de onderzoekers komt (kwam) dat doordat vrouwen gevoeliger zijn voor een
romantische setting; van zo’n romantische setting was bij dit onderzoek geen sprake.
15 Eigen antwoord. – De schrijver wil haar lezers meer informatie geven over zoenen
(ontstaan, in andere culturen, bij dieren enz.). Zie ook antwoord 2.
16 Waarom zoenen we?
Paragraaf 3 Tekstsoorten
Opdracht 4
1 oranje ‘daderhesjes’ met het opschrift: ‘Werkt voor de samenleving’
2 tekst 2: C het vaststellen van een nieuwsfeit
tekst 3: B de mening van de auteur weergeven
tekst 4: A de lezer motiveren de tekst te lezen – Deze keuze komt nog het meest in
aanmerking, al kan het heel goed zijn dat niet iedereen door de tekst wordt gemotiveerd.
Antwoord B en C komen in ieder geval niet in aanmerking.
3 trammelant schoppen (al. 1) – moeilijkheden/ruzie veroorzaken
reclassering (al. 1) – organisatie die ex-gedetineerden helpt bij terugkeer in
de samenleving
fluorescerend (al. 1) – licht uitstralend
slogan (al. 1) – leus; slagzin
ingesloten worden (al. 3) – opgesloten worden (in de gevangenis)
ter discussie staan (al. 4) – hier: onderwerp van gesprek zijn omdat er
verschillend over gedacht wordt
zedenmisdrijf (al. 4) – misdrijf tegen de goede zeden, vooral de seksuele
zeden (bijvoorbeeld verkrachting)
recidive (al. 5) – herhaling van strafbaar gedrag
4 imagoprobleem (al. 1) – probleem met het beeld dat van iets/iemand bekend
is bij het grote publiek
gestigmatiseerd worden (al. 2) – een slecht imago krijgen door de manier waarop er
over je gesproken wordt / waarop je behandeld wordt
graadmeter (al. 3) – persoon of zaak waarmee je de stand van zaken kunt
bepalen
bejegening (al. 3) – behandeling
willekeur (al. 3) – grilligheid; eigenmachtigheid
humaan (al. 3) – menselijk
maatstaf (al. 3) – norm waarnaar men iets beoordeelt
4
© Noordhoff Uitgevers bv, 2013