KLINISCH REDENEREN &
ONDERZOEKEND VERMOGEN
Afdeling: Postoperatieve cardio thoracale chirurgie
Student: Cheyenne Parera
1-1-2019
,Inhoudsopgave
Stap 1: Probleemoriëntatie/klinisch beeld ................................................................................................... 2
Stap 2: Probleemanalyse ......................................................................................................................... 7
Stap 3: Aanvullend onderzoek en diagnose ................................................................................................ 11
Stap 4: Klinisch beleid ................................................................................................................................. 12
Stap 5: Klinisch verloop ............................................................................................................................... 16
Stap 6: Evaluatie.......................................................................................................................................... 17
Onderzoekend vermogen: CAT .............................................................................................................. 18
Samenvatting CAT. ................................................................................................................................. 18
Bibliografie ............................................................................................................................................. 31
Bijlages klinisch redeneren .................................................................................................................... 34
Bijlages onderzoekend vermogen.......................................................................................................... 38
1
,Stap 1: Probleemoriëntatie/klinisch beeld
Introductie patiënt
Mw. van Dijk is 78 jaar en komt uit Oude Wateren. Mw. werd aangemeld via de SEH (Spoed Eisende
Hulp), van het St. Antonius Ziekenhuis, te Nieuwegein. Mw. had erge last van een scheurende pijn
tussen haar schouderbladen. Na veel onderzoek werd de diagnose aortadissectie type A gesteld.
Om de diagnose te stellen werd er een CT-A gemaakt, dat is een radiologisch onderzoek van de
slagaderen. Na het stellen van de diagnose, moest mw. een spoed operatie ondergaan. Na de SCAR +
2/3 boog operatie bleef mw. 1 dag op de PACU en 2 dagen op de IC. De 4de dag kwam mw. op de
verpleegafdeling postoperatieve cardio thoracale chirurgie.
Op de verpleegafdeling werd langzaam toegewerkt naar een goed herstel en ontslag uit het ziekenhuis.
De periode van herstel gaat moeizaam, doordat mw. hypertensief is, veel pijn blijft houden en ook erg
zwakjes is na de operatie. Toch wordt er afgesproken dat mw. over 8 dagen met ontslag mag gaan, als
de controles en het aanvullende onderzoek geen afwijkingen heeft. Mw. heeft bij ontslag uit het
ziekenhuis wel enige nazorg nodig. Dit wilt mw. ontvangen van een verpleeghuis in Oude Wateren. Nog
voor het ontslag is het belangrijke dat er bepaalde aanvullende onderzoeken uitgevoerd moeten
worden, om postoperatieve complicaties uit te sluiten. Een van deze onderzoeken is het maken van een
TTE. Op 8 oktober wordt er een TTE gemaakt, waarop nog een geringe hoeveelheid pericardeffusie te
zien is. Naar aanleiding van de uitslagen van de aanvullende onderzoeken wordt er een afspraak
gemaakt om op 11 oktober weer een TTE te maken. Er wordt dan gekeken of de hoeveelheid
pericardeffusie is afgenomen, doordat mw. furosemide (diuretica) krijgt. Diuretica zorgt voor
vochtuitdrijving.
Voorgeschiedenis Medische problemen
04-02-2016 Verdenking op glaucoom
02-02-2017 Recidiverende cornea-erosie
02-02-2018 Primair glaucoom
28-03-2018 Nastaar
05-04-2018 Ziekte van Scheuermann
08-06-2018 Cerumenprop
2
, Veranderende situatie
Aan de hand van de ABCDE-methodiek ga ik een klinisch beeld schetsen van mijn patiënt. Omdat we
spreken van een (urgente) veranderende situatie kies ik de SBAR voor de overdracht aan de arts. Deze
methode geeft een goed inzicht en verbeterd de communicatie tussen zorgbemiddelaars (Van Straalen &
Schuurmans, 2016).
SITUATION
(Datum: 10-10-2018) Om 17.00u roept mw. over de afdelingsgang, dat zij zich helemaal niet lekker voelt.
Mw. wordt in een acute instabiele status aangetroffen. Controles zijn gelijk uitgevoerd:
VITALE GEGEVENS 17:00 UUR
Ademhaling (AH) 30/min
Saturatie 84%
Hartfrequentie (HF) 67/min
Bloeddruk 76/53mmHg
MAP 61
Temperatuur 37,3°C
Vanwege de lage bloeddruk wordt er gelijk een infuus aangesloten. Het infuus wordt nog niet op de
volledige loopsnelheid gezet, omdat de TTE (Trans Thoracale Echocardiograaf= apparaat voor echo via
de borstkast) nog PE liet zien. Mw. heeft een saturatie van 84% met 5L O2. Daarom is een non-
rebreathing masker aangesloten met 15L O2. Mw. heeft een EWS-score van 12. Het is een zeer acute
situatie door de slechte vitale functies van mw. Mw. ziet er niet cyanotisch uit, maar gebruikt wel haar
hulpademhalingsspieren.
BACKGROUND
Mw. van Dijk is 78 jaar. Op 30 september 2018 werd zij opgenomen op de SEH met verward gedrag en
pijn in haar rug en schouders. Na onderzoek had mw. een klinisch beeld van een Type A aortadissectie
en kreeg zij diezelfde dag nog een spoed OK: “SCAR + 2/3 boog”.
De operatie is ongecompliceerd verlopen. 4 oktober ging mw. over van de Medium Care (MC) naar de
G3, postoperatieve hartafdeling. Op 5 oktober wordt er een V-scan gemaakt, waarop een geringe
hoeveelheid PE (Pericard Effusie= pericardvocht) te zien is. V-scan is een klein apparaat waarmee je
gemakkelijk een echo kunt maken. Mw. is bekend met hypertensie (HT) en krijgt vanwege haar OK
(aortadissectie) een streefsystole van <120 mmHg. Hiernaast heeft mw. na de operatie atriumfibrilleren
(AF) laten zien. AF is een hartritmestoornis waarbij het belangrijk is dat mw. hiervoor behandeld wordt.
Het beleid voor mw. op de afdeling is de behandeling van AF, verminderen van het vocht dat mw.
vasthoudt achter haar longen en het verbeteren van haar intake (voeding). Mw. krijgt furosemide om zo
mw. te ontwateren. Doordat het pericard vocht (PE) nauwelijks afneemt heeft mw. een ruime
zuurstofbehoefte. Mw. krijgt standaard 5L O2 en satureert hier gemiddeld 93% op. Mw. is erg zwak door
de matige intake en is nog niet echt toe gekomen aan mobiliseren. Daarnaast ervaarde mw. meerdere
malen een scheurende pijn bij haar schouders, vergelijkbaar met de scheurende pijn die mw.
3