Levensfasen (periode 3)
Deel 2: de babytijd
Hoofdstuk 5: fysieke ontwikkeling
5.1.2
Vier principes van groei:
- Cefalocaudale principe:
Groei vormt een patroon dat begint met het hoofd en bovenste lichaamsdelen en zich uitstrekt
naar de rest van het lichaam (eerst goed zicht, later lopen/ begint al in baarmoeder)
- Proximodistaal principe:
Ontwikkeling begint in centrum lichaam en dan naar buiten toe
(eerst romp, daarna armen en benen etc.)
- Principe van hiërarchische integratie:
Eenvoudige vaardigheden ontwikkelen zich afzonderlijk en onafhankelijk van elkaar, en worden
later geïntegreerd in complexere vaardigheden
(leren hoe beweging van individuele vingers gaat --> iets met de hand grijpen)
- Principe van de onafhankelijkheid van systemen:
Verschillende lichaamssystemen hebben verschillend groeitempo
Neuronen = zenuwcellen gespecialiseerd in opslaan en uitwisellen van informatie en vormen neurale
netwerken (basiscel zenuwstelsel)
- Bestaat uit cellichaam van grijze stof, uiteindes: dendriet – axon
- Dendrieten = informatie ontvangen
- Axonen = informatie overdragen
- Neurotransmitters = stof die het mogelijk maakt dat neuronen communiceren
- Synapsen = spleet tussen neuronen
Eerste twee levensjaren: miljarden nieuwe verbindingen tussen neuronen + complexer netwerk
Neuronen die geen verbindingen hebben zijn overbodig -> sterven af = snoeien van synapsen
--> geactiveerde neuronen kunnen uitgebreidere communicatienetwerken vormen met andere
neuronen
Myeline = vettige substantie die neuronen beschermt en de overdracht van zenuwsignalen versnelt (om
axon)
Subcorticale niveaus in de hersenen zijn tijdens de geboorte het meest ontwikkeld <-> verantwoordelijk
voor ademhaling en hartslag
Groeien --> neuronen van de baby in beweging: groeperen naar functie
Hersenschors = bovenste laag van de hersenen
-> cellen in hersenschors verder ontwikkelen en onderlinge verbinden maken (verantwoordelijk voor
hogere processen als denken/redeneren)
Deel 2: de babytijd
Hoofdstuk 5: fysieke ontwikkeling
5.1.2
Vier principes van groei:
- Cefalocaudale principe:
Groei vormt een patroon dat begint met het hoofd en bovenste lichaamsdelen en zich uitstrekt
naar de rest van het lichaam (eerst goed zicht, later lopen/ begint al in baarmoeder)
- Proximodistaal principe:
Ontwikkeling begint in centrum lichaam en dan naar buiten toe
(eerst romp, daarna armen en benen etc.)
- Principe van hiërarchische integratie:
Eenvoudige vaardigheden ontwikkelen zich afzonderlijk en onafhankelijk van elkaar, en worden
later geïntegreerd in complexere vaardigheden
(leren hoe beweging van individuele vingers gaat --> iets met de hand grijpen)
- Principe van de onafhankelijkheid van systemen:
Verschillende lichaamssystemen hebben verschillend groeitempo
Neuronen = zenuwcellen gespecialiseerd in opslaan en uitwisellen van informatie en vormen neurale
netwerken (basiscel zenuwstelsel)
- Bestaat uit cellichaam van grijze stof, uiteindes: dendriet – axon
- Dendrieten = informatie ontvangen
- Axonen = informatie overdragen
- Neurotransmitters = stof die het mogelijk maakt dat neuronen communiceren
- Synapsen = spleet tussen neuronen
Eerste twee levensjaren: miljarden nieuwe verbindingen tussen neuronen + complexer netwerk
Neuronen die geen verbindingen hebben zijn overbodig -> sterven af = snoeien van synapsen
--> geactiveerde neuronen kunnen uitgebreidere communicatienetwerken vormen met andere
neuronen
Myeline = vettige substantie die neuronen beschermt en de overdracht van zenuwsignalen versnelt (om
axon)
Subcorticale niveaus in de hersenen zijn tijdens de geboorte het meest ontwikkeld <-> verantwoordelijk
voor ademhaling en hartslag
Groeien --> neuronen van de baby in beweging: groeperen naar functie
Hersenschors = bovenste laag van de hersenen
-> cellen in hersenschors verder ontwikkelen en onderlinge verbinden maken (verantwoordelijk voor
hogere processen als denken/redeneren)