Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 38 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Farmaceutische microbiologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 38 pagina's

Overzichtelijke samenvatting van de cursus Farmaceutische microbiologie. Het document bevat niet alleen een samenvatting van de colleges, maar ook oefenvragen met antwoorden, een samenvatting van het VMT onderdeel en van de overige informatie uit de klapper.

Voorbeeld van de inhoud

Farmaceutische microbiologie
College 1 en 2
Microbiële contaminaties
Microbiële contaminaties van farmaceutische preparaten kunnen gezondheidsgevaren voor de
patiënt (infecties, pyrogene of allergische reacties), veranderde therapeutische activiteit van het
product en een afname van de kwaliteit veroorzaken (troebelheid, verlies van consistentie en een
verandering in de pH). Niet alle micro-organismen zijn schadelijk. Micro-organismen kunnen groeien
van bijvoorbeeld emulgator. Hierdoor zal de emulgator opraken en zal er weer een scheiding
plaatsvinden van de vette en waterige fase. De kwaliteit van het product gaat dan vervolgens naar
beneden. Er zal een reactie plaatsvinden in de preparaten bijvoorbeeld een oxidatie of een reductie
reactie. Farmaceutische preparaten zijn zalven, crème, capsules, tabletten etc. Vooral bij injecties wil
je geen micro-organismen hebben, hierbij zijn dan ook strenge eisen aan het product.

Ontwikkeling en groei van micro-organismen
De overleving en de groei van micro-organismen in farmaceutische preparaten wordt beheerst door
extrinsieke factoren en intrinsieke factoren. Extrinsieke factoren zijn voornamelijk temperatuur en
vocht gerelateerd. Intrinsieke factoren hangen samen met de productsamenstelling en fysisch-
chemische kenmerken van het product. De combinatie van intrinsieke en extrinsieke factoren
bepaalt de soorten en het aantal micro-organismen die zich in een product of op een oppervlak
zullen ontwikkelen.

Micro-organismen konden groeien onder invloed van licht. Toen de hoeveelheid zuurstof toenam
nam de groei van micro-organismen ook toe. De bacteriën gingen zich scheiden van de wat meer
ontwikkelde levensvormen. De redenen voor de verschillen in sterftecijfers door verschillende
ziekten in 1900 en nu zijn vaccins, antibiotica en de mensen leven veel langer. Er zijn verschillende
bouwstenen nodig om te groeien; zoals koolstof, stikstof en zuurstof. De mens is niet in staat om
deze voedingstoffen te maken, maar we kunnen ze wel opnemen door ze te consumeren. Planten
hebben ook stikstof nodig om te groeien; micro-organismen zorgen ervoor dat ze het kunnen
opnemen.

Microscopen
Microscopen zijn het oudste en meest fundamentele middel om micro-organismen te bestuderen.
Robert Hook is de eerste persoon die micro-organismen beschreef (schimmel). Antoni van
Leeuwenhoek ontdekte micro-organismen (bacteriën). De microscoop die van leeuwenhoek hiervoor
gebruikte was een lichtmicroscoop. Een belangrijk kenmerk van de lichtmicroscoop is dat ze een
vergroting en een resolutie hebben. Verschillende microscopen zijn:
- Bright-field
- Fase-contract
- Differentiële interferentiecontrast
- Dark-field
- Fluorescentie
Virussen kunnen niet met een gewone microscoop zichtbaar worden gemaakt, dit moet met een
elektronenmicroscoop.

Louis Pasteur
Chemische reacties werden feitelijk gekatalyseerd door micro-organismen. Louis Pasteur is een
tegenstander van spontane generatie. Spontane generatie wil zeggen dat er leven uit niets kan
ontstaan. Pasteur beweerde dat je altijd een micro-organisme moet hebben voordat er groei kan
plaatsvinden. Als je micro-organismen gaat verhitten, dan gaan ze dood en vindt er geen groei plaats.

,Robert Koch
Robert Koch heeft veel onderzoek gedaan naar micro-organismen. Miltvuur kan sporen vormen.
Koch gebruikte miltvuur om te bewijzen dat een ziekte door een bacterie kan worden veoorzaakt. Je
kunt uit een ziek dier micro-organismen isoleren en vervolgens inspuiten bij een gezond dier, dat dan
ook die ziekte krijgt. De postulaten van Koch worden gebruikt om uit te kunnen maken of een
bepaalde ziektekiem de oorzaak van een bepaalde ziekte is.

Last universal common ancestor (LUCA); laatste universele gemeenschappelijke voorouder. Er zijn
drie verschillende takken ontstaan:
- Archaea; het gaat hier om een grote groep micro-organismen die onder extreme
omstandigheden groeien en ze zijn niet-pathogeen. Ze zijn pas zo laat ontdekt door de
extreme omstandigheden.
- Bacteria (prokaryoten) en eukarya (eukaryoten); het gaat om de meest pathogene en
bedervende organismen. Bacteriën zijn pathogeen. Schimmels en gisten behoren tot de
eukaryoten.




Er zijn twee voornaamste klassen van cellen:
- Prokaryote cellen; de organismen zijn archaea en bacteriën. Het zijn simpele cellen met
weinig structuur. Al het materiaal ligt los in de cel.
- Eukaryote cellen; de organismen zijn eukaryoot. De groep omvat planten en dieren evenals
diverse microbiële eukaryoten zoals algen, protozoa en schimmels.
Prokaryote cellen Eukaryote cellen
Weinig interne structuren Ingesloten membraan
Gebrek aan kern en nucleotide De kern bevat DNA
Gebrek aan organellen Het bevat organellen met mitochondriën en
chloroplasten

,Alle cellen hebben:
- Een permeabiliteitsbarrière (het cytoplastisch membraan); het scheidt de binnenkant van de
cel, het cytoplasma, van de buitenkant.
- Ribosomen; ze zijn verantwoordelijk voor de eiwitsynthese
- DNA-genoom; dit is het complement van alle genen in een cel. Prokaryote cellen hebben
gesloten ronde chromosomen (nucleoid). Eukaryote cellen hebben lineaire moleculen in de
kern.
Sommige cellen hebben
- Een celwand; dit verleent structurele sterkte aan de cel.

Antibiotica bindt aan de celwand. Sommige cellen hebben geen celwand. Het is moeilijk om deze
cellen in geval van ziekten door micro-organismen te bestrijden met antibiotica.

Activiteiten van de cel
Alle cellen vertonen een vorm van metabolisme namelijk celgroei en celdeling en evolutie. Sommige
cellen vertonen differentiatie, communicatie, genetische uitwisseling en motiliteit.

Bacteria
Bacteriën hebben een prokaryotische celstructuur. Het zijn niet gedifferentieerde afzonderlijke cellen
met een lengte tussen 0,2 en 10 m en ze hebben verschillende vormen. Ze hebben geen kern en
kunnen zich makkelijk aan passen aan de omgeving (anaëroob/aeroob). Bovendien hebben ze het
vermogen om extreem snel te groeien. Gelukkig zijn de voedingstoffen niet eindeloos en zal de groei
uiteindelijk stoppen. We hebben heel veel micro-organismen in en op ons lichaam. De groep
pathogene micro-organismen zijn heel klein. Menselijke bacteriële infecties worden veroorzaakt door
strikte pathogene soorten <2% van bacteriesoorten of door opportunistische pathogenen. Als
bacteriën delen kunnen ze van vorm gaan veranderen. Er is een grote verscheidenheid aan infecties:
voedselvergiftiging, longontsteking, huidinfecties, urineweginfectie, keel-en mondinfectie,
meningitis, ooginfectie etc. De hoeveelheid cellen die nodig is om een infectie te veroorzaken
varieert, dit geldt ook voor virussen. Hoelang het duurt voordat je besmet raakt hangt af van het
soort micro-organisme. Slechts 10 cellen van Shigella dysentriae veroorzaken dysenterie en minstens
1000 cellen van Vibrio cholera zijn nodig om cholera te veroorzaken. Bacteriële endosporen of
sporulatie zijn sterk gedifferentieerde cellen die extreem resistent zijn tegen hitte, agressieve
chemicaliën en straling. Het zijn overlevingsstructuren; die de cel in staat stellen om ongunstige
groeicondities te verdragen. Er is sprake van een slapende staat van de cel (het zijn kleine bolletjes).

Mollicutes of mycoplasma’s
Mollicutes zijn de kleinste vrij levende prokaryote organismen. Ze komen veel voor bij dieren en
kunnen zo op de mensen worden overgedragen. Ze hebben geen celwand en ze zijn relatief resistent
tegen osmotische afbraak door sterolen in het celmembraan. Infecties vinden vaak plaats door
extracellulaire parasieten. Mycoplasma-pneumonie is een infectie van de bovenste luchtwegen.
Mycoplasma genitalium is nongonococcale urethritis.

Paddenstoelen/schimmels/gist
Ze remmen de bodem en of dode plantenmassa en ze zijn multicellulair. Ze kunnen heel functioneel
zijn; het maken van wijn en bier. Het verschil tussen schimmels en gist is niet altijd duidelijk.
Schimmels groeien op het oppervlak of in de bovenste lagen van een substraat, bovendien moet de
omgeving aeroob zijn. Gisten zijn meestal eencellige organismen. Sommige schimmels zijn pathogeen
voor de mens. Trychophyton of candida zijn hier voorbeelden van. Ze kunnen ook de producent zijn
van toxische stoffen; aspergillus flavos.

, Virussen
Een virus is een niet-cellulair genetisch element dat afhankelijk is van een geschikte gastheercel voor
zijn vermenigvuldiging. De grootte varieert tussen de 20 en de 300 nm. Zijn virussen levende
organismen? Ze hebben een gebrek aan eigen metabolisme. Virussen bestaan uit een kern van
samengesteld genetisch materiaal en een eiwit laag of capside in de vorm van DNA of RNA. Het duurt
een tijdje voordat je geïnfecteerd wordt. Het zijn de veroorzakers van veel ziektes. Een aantal
voorbeelden zijn: aids, influenza, SARA en Ebola.

Prionen
Het zijn proteïne-achtige infectieuze deeltjes. Het is een uniek type van infecterende agents. Ziekten
die door prionen worden veroorzaakt zijn neurodegenaratieve aandoeningen zoals; scarpie, kuru,
boviene spongiforme encefalopathie en Creutzfeld-Jacob. De ziekten gaan vaak gepaard met lange
incubatieperioden van maanden tot jaren. Het is eigenlijk altijd dodelijk zodra klinische symptomen
zijn verschenen. Besmettelijke prionen worden gegenereerd in de hersenen; het werkt op het
zenuwstelsel. Eiwitten zullen gaan vouwen en kunnen hun functie niet meer uitvoeren hierdoor
wordt het zenuwstelsel aangetast.

Biologische contaminatie
Ruwe grondstoffen die gebruikt worden voor farmaceutische preparaten moeten aan de eisen van
het European Pharmacopoeia voldoen. Endotoxinen en LPS kunnen voor een koortsreacties zorgen.
Om virus contaminatie te voorkomen wordt gebruik gemaakt van een virusretentiefilter. Het wordt
vervolgens geverifieerd door het uitvoeren van in vio testen (in dieren) of in vitro testen zoals PCR en
veiligheidstesten. Virussen komen vooral voor in dierlijke materialen. Grondstoffen mogen ook geen
prionene bevatten. Prionen kunnen namelijk prionziekten veoorzaken (TSE transmissible spongiform
encephalopathies). De aanwezigheid van prionen kan worden voorkomen door de aankoop van
materialen van niet-dierlijke oorsprong of van niet-TSE-relevante diersoorten. Ter bevestiging van
TSE-vrij is een certificaat vereist.

De impact van microbiologische contaminatie:
Microbiologische contaminatie leidt tot een direct gevaar voor de patiënt. Of een gecontamineerd
farmaceutisch product een infectie of een ziekte zal veroorzaken hangt af van:
- Het aantal micro-organismes (colony forming units (CFU) per gram of ml)
- Vermogen van de contaminant om te groeien en componenten te metaboliseren van het
product
- Eigenschappen van de specifieke stam
- Immunocompetentie van de patiënt door ziekte (AIDS) of door gebruik van
immunosuppressiva
- De route van toediening

We hebben veel afweermechanismen voor micro-organismen. Het is dus niet automatisch zo als je
besmet bent met een micro-organisme dat je dan ook ziek wordt. De huid en het slijmvlies zijn
natuurlijke barrières. De aanwezigheid van water is essentieel voor micro-organismen, omdat de
huid droog is, is dit een barrière. Sommige paddenstoelen hebben keratine nodig als voedsel, zoals
ringwormen. Erosie van de huid verwijderd micro-organismen (dit kan problemen veroorzaken in
ziekenhuizen). Giftige vetzuren, de normale huidmicrobiota (competitie) en antimicrobiële
(verdedigings) peptiden zijn ook barrières. Lysozymen zorgen voor de afbraak van peptidoglycan.
Lysozymen bevinden zich in tranen, speeksel, mensenmelk en het slijmvlies. Lactoferrine bevindt zich
in speeksel, tranen en nasale afscheidingen.

De meeste micro-organismen blijven meestal oppervlakkig. Als de huid doorboort wordt dan kunnen
ze wel dieper doordringen. De darmen en het zure milieu van de maag zijn ook barrières waardoor ze
niet kunnen verspreiden. In de maag vindt ook denaturatie van peptiden plaats. Enzymen in het

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
28 maart 2019
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting
€7,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ikoekman
3,6
(21)
Verkocht
127
Volgers
69
Items
49
Laatst verkocht
6 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen