WC 13 – MLI
Vraag 1
a. het tegengaan van verdragsmisbruik
b. De preambule, PPT, dividend transfer transacties, antimisbruikbepaling voor vastgoedlichamen
(oppompen), antimisbruik bij vi’s in derde lande en de saving clause.
c.
preambule: algemene bepaling die overeenstemming biedt binnen de verdragen tegen misbruik in
belastingverdragen
PPT/LOB: algemene toets om verdragsvoordelen te beperken of te ontnemen
Dividend transfer transacties: verlaagd bronbelasting tarief niet toestaan
Vastgoedlichamen: voorkomen dat heffingsrecht op vervreemdingswinsten op aandelen etc. in een
dergelijk lichaam bij het bronland ligt.
Vi’s in derde landen:
Saving clause: dat landen onder een belastingverdrag het recht houden om hun inwoner in beginsel te
blijven belasten volgens hun nationale regels.
d. De preambule, een keuze uit PPT/LOB of beide,
e. Bijna alle bepalingen, behalve de saving clause (art 11). De werking hiervan is afhankelijk of het
andere land ook de MLI getekend heeft: niet getekend betekent geen toepassing MLI. Wel getekend,
maar met voorbehouden, dan geldt dat de niet verplichte onderdelen in veel gevallen niet zullen
doorwerken in de Nederlandse verdragen.
f. Ratificatieproces mbt MLI:?
In werking in 2020.
Vraag 2
art 7: voorkoming verdragsmisbruik tov Ierland-I casus (extraterritoriale heffing).
Vraag 3
a. vi obv huidig verdrag: nee ogv art 5 lid 3a alleen indien de duur zes maanden overschrijdt, dus in
2018 niet, maar in 2019 wel.
b. Antimisbruikbepaling in art 14 MLI: obv dat artikel in 2018 ook een vi; meer dan 30 dagen.
Vraag 4
a. Ja ogv art 1 lid 3 is Paper BV inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. Echter, betreft is de
moeder een Europees lichaam en zou de dvs van toepassing zijn geweest in binnenlandse situaties
en dus moet inhouding achterwege blijven ogv art 4 lid 2 Wet DB, mits geen sprake is van lid 3 en de
moeder de uiteindelijke gerechtigde is. Dit is uit de gegevens van de casus niet te halen. Er staat
alleen tophoudsterfunctie en dus kan wel aangenomen dat zij de uiteindelijk gerechtigde is.
Indien de BV toch inhoudingsplichtig is, kijken naar het verdrag NL-IT: dan is sprake van art 10 lid 2
voor de BV. De casus biedt te weinig aanknopingspunten om te bepalen welk tarief dan van sprake
zou zijn.
b. in beginsel dezelfde situatie als hierboven, maar nu blijkt Paper Sarl niet de uiteindelijke
gerechtigde te zijn en dus geen inhoudingsvrijstelling. Paper BV dient DB in te houden.
c.
Vraag 1
a. het tegengaan van verdragsmisbruik
b. De preambule, PPT, dividend transfer transacties, antimisbruikbepaling voor vastgoedlichamen
(oppompen), antimisbruik bij vi’s in derde lande en de saving clause.
c.
preambule: algemene bepaling die overeenstemming biedt binnen de verdragen tegen misbruik in
belastingverdragen
PPT/LOB: algemene toets om verdragsvoordelen te beperken of te ontnemen
Dividend transfer transacties: verlaagd bronbelasting tarief niet toestaan
Vastgoedlichamen: voorkomen dat heffingsrecht op vervreemdingswinsten op aandelen etc. in een
dergelijk lichaam bij het bronland ligt.
Vi’s in derde landen:
Saving clause: dat landen onder een belastingverdrag het recht houden om hun inwoner in beginsel te
blijven belasten volgens hun nationale regels.
d. De preambule, een keuze uit PPT/LOB of beide,
e. Bijna alle bepalingen, behalve de saving clause (art 11). De werking hiervan is afhankelijk of het
andere land ook de MLI getekend heeft: niet getekend betekent geen toepassing MLI. Wel getekend,
maar met voorbehouden, dan geldt dat de niet verplichte onderdelen in veel gevallen niet zullen
doorwerken in de Nederlandse verdragen.
f. Ratificatieproces mbt MLI:?
In werking in 2020.
Vraag 2
art 7: voorkoming verdragsmisbruik tov Ierland-I casus (extraterritoriale heffing).
Vraag 3
a. vi obv huidig verdrag: nee ogv art 5 lid 3a alleen indien de duur zes maanden overschrijdt, dus in
2018 niet, maar in 2019 wel.
b. Antimisbruikbepaling in art 14 MLI: obv dat artikel in 2018 ook een vi; meer dan 30 dagen.
Vraag 4
a. Ja ogv art 1 lid 3 is Paper BV inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. Echter, betreft is de
moeder een Europees lichaam en zou de dvs van toepassing zijn geweest in binnenlandse situaties
en dus moet inhouding achterwege blijven ogv art 4 lid 2 Wet DB, mits geen sprake is van lid 3 en de
moeder de uiteindelijke gerechtigde is. Dit is uit de gegevens van de casus niet te halen. Er staat
alleen tophoudsterfunctie en dus kan wel aangenomen dat zij de uiteindelijk gerechtigde is.
Indien de BV toch inhoudingsplichtig is, kijken naar het verdrag NL-IT: dan is sprake van art 10 lid 2
voor de BV. De casus biedt te weinig aanknopingspunten om te bepalen welk tarief dan van sprake
zou zijn.
b. in beginsel dezelfde situatie als hierboven, maar nu blijkt Paper Sarl niet de uiteindelijke
gerechtigde te zijn en dus geen inhoudingsvrijstelling. Paper BV dient DB in te houden.
c.