VWO 6
Hst 3
Biologie gaswisseling en uitscheiding
§1 Ademhalingsstelsel: hiermee neemt lichaam gassen op uit lucht + geeft gassen aan
lucht af = gaswisseling.
Neusholte
Bekleed met neusslijmvlies, buitenste laag cellen daarvan bestaat uit trilhaarepitheel
(dekweefsel) trilhaarcellen die slijm produceren.
Neusharen: grote stofdeeltjes tegenhouden.
Slijm: kleine stofdeeltjes + ziekteverwekkers tegenhouden.
Trilharen: slijm naar keelholte brengen met speeksel doorslikken.
Slijm: binnenstromende lucht vochtig maken.
Bloed: binnenstromende lucht verwarmen.
Reukzintuig: binnenstromende lucht keuren op ‘vreemde geurtjes’.
Verkoudheid: neus- en bijholteslijmvlies zwellen op uitgangen bijholten afgesloten
slijm hoopt zich op verstopt gevoel.
Strottenhoofd
Hierin liggen de stembanden: stevige vliezen die gaan trillen als er lucht langs komt
geluid.
Luchtpijp
In wand: hoefijzervormig kraakbeenringen (tegen vacuüm zuigen). Splits zich in 2
bronchiën vertakken zich in steeds kleinere bronchiolen eindigen in longblaasjes:
binnenkant alveolair vocht en eromheen netwerk van longhaarvaten.
Gasuitwisseling
Lucht uit longblaasje O2 lost op in alveolaire vocht diffusie naar bloed in
longhaarvaten + diffusie CO2 van bloedplasma naar alveolaire vocht CO2 afgegeven
aan lucht.
Wet van Fick: n = diffusiesnelheid
△c D = diffusiecoëfficiënt (medium = hetzelfde)
n=D∙A∙ A = diffusieoppervlak (zo groot mogelijk)
△x △ c = concentratieverschil (zo groot mogelijk)
△x = diffusieafstand (zo klein mogelijk: 2 cellagen)
Groot verschil in pCO2 en
pO2 door ventileren lucht +
stroming bloed
Transport van zuurstof
In longhaarvaten word O2 gebonden aan hemoglobine (Hb) in rode bloedcellen
oxyhemoglobine (HbO2) door diffusie van Globine
O2 in vocht naar O2 in bloedplasma (passief)
4 heemgroepen
bloedcel.
bevatten Fe O2 binden
100% gesatureerd: alle Fe-atomen gebonden aan
O2 en bloedplasma + bloedcel vol.
Nog niet verzadigde bloedcellen langs verzadigde lucht
In weefsel: lage O2 druk en in bloedcel: druk max hemoglobine laat O2 los O2
weefselvloeistof + lichaamscel in.
pO2 is altijd laag in weefselvloeistof, omdat het meteen wordt gebruikt voor
verbranding.
Hst 3
Biologie gaswisseling en uitscheiding
§1 Ademhalingsstelsel: hiermee neemt lichaam gassen op uit lucht + geeft gassen aan
lucht af = gaswisseling.
Neusholte
Bekleed met neusslijmvlies, buitenste laag cellen daarvan bestaat uit trilhaarepitheel
(dekweefsel) trilhaarcellen die slijm produceren.
Neusharen: grote stofdeeltjes tegenhouden.
Slijm: kleine stofdeeltjes + ziekteverwekkers tegenhouden.
Trilharen: slijm naar keelholte brengen met speeksel doorslikken.
Slijm: binnenstromende lucht vochtig maken.
Bloed: binnenstromende lucht verwarmen.
Reukzintuig: binnenstromende lucht keuren op ‘vreemde geurtjes’.
Verkoudheid: neus- en bijholteslijmvlies zwellen op uitgangen bijholten afgesloten
slijm hoopt zich op verstopt gevoel.
Strottenhoofd
Hierin liggen de stembanden: stevige vliezen die gaan trillen als er lucht langs komt
geluid.
Luchtpijp
In wand: hoefijzervormig kraakbeenringen (tegen vacuüm zuigen). Splits zich in 2
bronchiën vertakken zich in steeds kleinere bronchiolen eindigen in longblaasjes:
binnenkant alveolair vocht en eromheen netwerk van longhaarvaten.
Gasuitwisseling
Lucht uit longblaasje O2 lost op in alveolaire vocht diffusie naar bloed in
longhaarvaten + diffusie CO2 van bloedplasma naar alveolaire vocht CO2 afgegeven
aan lucht.
Wet van Fick: n = diffusiesnelheid
△c D = diffusiecoëfficiënt (medium = hetzelfde)
n=D∙A∙ A = diffusieoppervlak (zo groot mogelijk)
△x △ c = concentratieverschil (zo groot mogelijk)
△x = diffusieafstand (zo klein mogelijk: 2 cellagen)
Groot verschil in pCO2 en
pO2 door ventileren lucht +
stroming bloed
Transport van zuurstof
In longhaarvaten word O2 gebonden aan hemoglobine (Hb) in rode bloedcellen
oxyhemoglobine (HbO2) door diffusie van Globine
O2 in vocht naar O2 in bloedplasma (passief)
4 heemgroepen
bloedcel.
bevatten Fe O2 binden
100% gesatureerd: alle Fe-atomen gebonden aan
O2 en bloedplasma + bloedcel vol.
Nog niet verzadigde bloedcellen langs verzadigde lucht
In weefsel: lage O2 druk en in bloedcel: druk max hemoglobine laat O2 los O2
weefselvloeistof + lichaamscel in.
pO2 is altijd laag in weefselvloeistof, omdat het meteen wordt gebruikt voor
verbranding.