Aardrijskunde hoofdstuk 2: aarde – endogene en exogene processen
Paragraaf 1: de opbouw van de aarde
De vorm van de kustlijnen van continenten, de verspreiding van gesteenten en fossielen én de ligging
van bergketens vormen duidelijke aanwijzingen voor continentbewegingen. Eerst snapten mensen
niet hoe de enorme continenten konden bewegen, maar later begreep men dat niet alleen de
continenten bewegen, maar ook de oceaanbodem.
Het grootste deel van de aardkorst wordt gevormd door de oceaanbodem (oceanische korst). Dit ligt
gemiddeld 4 kilometer lager dan de continentale korst. De oceaanbodem bestaat vooral uit basalt
(soortelijk gewicht 3000 kg/m3) en de continentale korst uit graniet (soortelijk gewicht 2700 kg/m3).
De aardkorst ‘drijft’ als het ware op de aardmantel. In het midden van de Atlantische oceaan ligt een
soort van ‘onderwatergebergte’: de midoceanische rug. De oceaan is hier veel minder diep dan op
alle andere plekken in de oceaan. Ook liggen er in de oceaan diepzeetroggen (diepe kloven in de
oceaanbodem).
1. Aardkern
2. Warmte-uitstraling
3. Convectiestromen
4. Aardmantel
5. Aardkorst
Het is onmogelijk om dieper dan 10 km de aarde in te gaan, maar toch weten we veel over het
binnenste van de aarde door de aarde te ‘scannen’. Dit doe je door tijdens een aardbeving de
trillingen op te vangen en te registreren. De snelheid en de richting van deze trillingen wordt
beïnvloed door eigenschappen van gesteente, zoals temperatuur, dichtheid en vloeibaarheid.
De oceanische korst is gemiddeld 8 km dik, de continentale gemiddeld 40.
De aardmantel bestaat uit zwaardere gesteenten dan de aardkorst. Het materiaal in de aardmantel is
in beweging doordat het verwarmd wordt door de aardkern (bestaat grotendeels uit ijzer.
Noa Jansen - Roosendaal
Paragraaf 1: de opbouw van de aarde
De vorm van de kustlijnen van continenten, de verspreiding van gesteenten en fossielen én de ligging
van bergketens vormen duidelijke aanwijzingen voor continentbewegingen. Eerst snapten mensen
niet hoe de enorme continenten konden bewegen, maar later begreep men dat niet alleen de
continenten bewegen, maar ook de oceaanbodem.
Het grootste deel van de aardkorst wordt gevormd door de oceaanbodem (oceanische korst). Dit ligt
gemiddeld 4 kilometer lager dan de continentale korst. De oceaanbodem bestaat vooral uit basalt
(soortelijk gewicht 3000 kg/m3) en de continentale korst uit graniet (soortelijk gewicht 2700 kg/m3).
De aardkorst ‘drijft’ als het ware op de aardmantel. In het midden van de Atlantische oceaan ligt een
soort van ‘onderwatergebergte’: de midoceanische rug. De oceaan is hier veel minder diep dan op
alle andere plekken in de oceaan. Ook liggen er in de oceaan diepzeetroggen (diepe kloven in de
oceaanbodem).
1. Aardkern
2. Warmte-uitstraling
3. Convectiestromen
4. Aardmantel
5. Aardkorst
Het is onmogelijk om dieper dan 10 km de aarde in te gaan, maar toch weten we veel over het
binnenste van de aarde door de aarde te ‘scannen’. Dit doe je door tijdens een aardbeving de
trillingen op te vangen en te registreren. De snelheid en de richting van deze trillingen wordt
beïnvloed door eigenschappen van gesteente, zoals temperatuur, dichtheid en vloeibaarheid.
De oceanische korst is gemiddeld 8 km dik, de continentale gemiddeld 40.
De aardmantel bestaat uit zwaardere gesteenten dan de aardkorst. Het materiaal in de aardmantel is
in beweging doordat het verwarmd wordt door de aardkern (bestaat grotendeels uit ijzer.
Noa Jansen - Roosendaal