Verhouding: De wijze waarop mensen zich van elkaar onderscheiden
en tot elkaar verhouden, en de manier waarop samenlevingen in
sociale zin vormgeven aan deze verschillen. Het verwijst ook naar
onderlinge betrekkingen tussen staten
H1: Sociale ongelijkheid
P1
Sociale ongelijkheid: een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren
kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke
verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.
Professor de Swaan zegt dat de waarneembare verschillen tussen mensen sociaal gevormd zijn. Een
samenleving heeft een bepaalde verwachting van de groepen mensen.
De betekenis die mensen geven aan deze verschillen heeft te maken met de cultuur.
Cultuur: het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die
mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.
Sekseverschillen: genetisch veroorzaakte verschillen.
Geslachtsverschillen: sociaal gevormde verschillen in sekse.
Macht: het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de
handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.
Binnen relaties heerst ook een machtsbalans. Het gaat om twee individuen die onderling afhankelijk van
elkaar zijn. Zij kunnen elkaar helpen of tegenwerken. Machtsposities zijn afhankelijk van de relaties en
verhoudingen tot anderen.
Ook fysiek sterke mensen kunnen anderen van zich afhankelijk maken. Ze stralen kracht uit en kunnen
andere mensen bedreigen of deze mensen juist beschermen bij een bedreiging van anderen.
Mensen die over bijzondere kennis beschikken kunnen andere mensen afhankelijk maken van hen.
Afhankelijkheid van anderen leidt ook tot machtsafhankelijkheid van die anderen.
Drie vormen van sociale ongelijkheid:
1. Ongelijke verdeling van (politieke) macht: als iemand van een ander afhankelijk is om iets te
bereiken, kun je stellen dat er tussen die twee personen een afhankelijkheidsverhouding
bestaat. Binnen een netwerk van personen is er vaak sprake van een machtsbalans, omdat
mensen afhankelijk zijn van elkaar. Lichamelijk sterke mensen stralen kracht uit, en kunnen
andere mensen bedreigen of juist beschermen
2. Ongelijke verdeling van bezit: bezit is de feitelijke beschikkingsmacht over goederen, over land
en levende have.
3. Ongelijke verdeling van status: tussen mensen bestaat een soort rangorde. Dit hangt samen met
de positie die ze in een netwerk innemen.
, Status: de waardering en behandeling van personen op grond van hun maatschappelijke positie en
leefstijl.
Verschillen tussen mensen kunnen aangeboren of aangeleerd zijn.
P2
Sociale stratificatie: een verdeling van de maatschappij in groepen (sociale lagen) waartussen sociale
ongelijkheid bestaat.
De positie die men inneemt is gedeeltelijk erfelijk. Verschillen in economisch, cultureel en sociaal
kapitaal hebben invloed op de mogelijkheid van individuen of groepen om verandering aan te brengen
in hun maatschappelijke positie.
Sociale mobiliteit: het stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
Gesloten maatschappij: een maatschappij waarin de leden nauwelijks of geen kansen hebben om te
stijgen op de maatschappelijke ladder.
Kastenmaatschappij: een maatschappij waarin je in een bepaalde kaste (sociale klasse) wordt geboren
en waar je niet meer uitkomt.
In India is er sprake van een kastenmaatschappij. Men is daar ook geacht om te trouwen binnen hun
eigen kaste. De westerse landen hebben een meer open samenleving, daar is de mogelijkheid om te
stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
Open samenleving: een samenleving waar de kansen om te stijgen op de maatschappelijke ladder groter
zijn.
P3
Maatschappelijke positie: de plaats die iemand inneemt ten opzichte van anderen.
Bij het verkrijgen van een maatschappelijke positie spelen twee processen in meer of mindere mate een
rol:
- Positietoewijzing: maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon of groep op een bepaalde
positie terechtkomt.
In een samenleving krijgen vele groepen een positie toegewezen. Het is vooral de wijze waarop
overheid en andere instanties verschillen tussen etnische groepen in de samenleving
benadrukken of overdrijven.
- Positieverwerving: het verkrijgen van een maatschappelijke positie door de eigen bijdrage van
een persoon of de groep waartoe hij behoort.
In de situatie van positieverwerving is het de vraag in welke mate de groep zelf de verschillen wil
benadrukken met de autochtone bevolking. Positieverwerving gebeurt dan dus door de mensen
met een migratieachtergrond zelf.
Meritocratie: de maatschappelijke positie van elk individu wordt bepaald door ieders eigen verdiensten.
en tot elkaar verhouden, en de manier waarop samenlevingen in
sociale zin vormgeven aan deze verschillen. Het verwijst ook naar
onderlinge betrekkingen tussen staten
H1: Sociale ongelijkheid
P1
Sociale ongelijkheid: een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren
kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke
verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.
Professor de Swaan zegt dat de waarneembare verschillen tussen mensen sociaal gevormd zijn. Een
samenleving heeft een bepaalde verwachting van de groepen mensen.
De betekenis die mensen geven aan deze verschillen heeft te maken met de cultuur.
Cultuur: het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die
mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.
Sekseverschillen: genetisch veroorzaakte verschillen.
Geslachtsverschillen: sociaal gevormde verschillen in sekse.
Macht: het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de
handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.
Binnen relaties heerst ook een machtsbalans. Het gaat om twee individuen die onderling afhankelijk van
elkaar zijn. Zij kunnen elkaar helpen of tegenwerken. Machtsposities zijn afhankelijk van de relaties en
verhoudingen tot anderen.
Ook fysiek sterke mensen kunnen anderen van zich afhankelijk maken. Ze stralen kracht uit en kunnen
andere mensen bedreigen of deze mensen juist beschermen bij een bedreiging van anderen.
Mensen die over bijzondere kennis beschikken kunnen andere mensen afhankelijk maken van hen.
Afhankelijkheid van anderen leidt ook tot machtsafhankelijkheid van die anderen.
Drie vormen van sociale ongelijkheid:
1. Ongelijke verdeling van (politieke) macht: als iemand van een ander afhankelijk is om iets te
bereiken, kun je stellen dat er tussen die twee personen een afhankelijkheidsverhouding
bestaat. Binnen een netwerk van personen is er vaak sprake van een machtsbalans, omdat
mensen afhankelijk zijn van elkaar. Lichamelijk sterke mensen stralen kracht uit, en kunnen
andere mensen bedreigen of juist beschermen
2. Ongelijke verdeling van bezit: bezit is de feitelijke beschikkingsmacht over goederen, over land
en levende have.
3. Ongelijke verdeling van status: tussen mensen bestaat een soort rangorde. Dit hangt samen met
de positie die ze in een netwerk innemen.
, Status: de waardering en behandeling van personen op grond van hun maatschappelijke positie en
leefstijl.
Verschillen tussen mensen kunnen aangeboren of aangeleerd zijn.
P2
Sociale stratificatie: een verdeling van de maatschappij in groepen (sociale lagen) waartussen sociale
ongelijkheid bestaat.
De positie die men inneemt is gedeeltelijk erfelijk. Verschillen in economisch, cultureel en sociaal
kapitaal hebben invloed op de mogelijkheid van individuen of groepen om verandering aan te brengen
in hun maatschappelijke positie.
Sociale mobiliteit: het stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
Gesloten maatschappij: een maatschappij waarin de leden nauwelijks of geen kansen hebben om te
stijgen op de maatschappelijke ladder.
Kastenmaatschappij: een maatschappij waarin je in een bepaalde kaste (sociale klasse) wordt geboren
en waar je niet meer uitkomt.
In India is er sprake van een kastenmaatschappij. Men is daar ook geacht om te trouwen binnen hun
eigen kaste. De westerse landen hebben een meer open samenleving, daar is de mogelijkheid om te
stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
Open samenleving: een samenleving waar de kansen om te stijgen op de maatschappelijke ladder groter
zijn.
P3
Maatschappelijke positie: de plaats die iemand inneemt ten opzichte van anderen.
Bij het verkrijgen van een maatschappelijke positie spelen twee processen in meer of mindere mate een
rol:
- Positietoewijzing: maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon of groep op een bepaalde
positie terechtkomt.
In een samenleving krijgen vele groepen een positie toegewezen. Het is vooral de wijze waarop
overheid en andere instanties verschillen tussen etnische groepen in de samenleving
benadrukken of overdrijven.
- Positieverwerving: het verkrijgen van een maatschappelijke positie door de eigen bijdrage van
een persoon of de groep waartoe hij behoort.
In de situatie van positieverwerving is het de vraag in welke mate de groep zelf de verschillen wil
benadrukken met de autochtone bevolking. Positieverwerving gebeurt dan dus door de mensen
met een migratieachtergrond zelf.
Meritocratie: de maatschappelijke positie van elk individu wordt bepaald door ieders eigen verdiensten.