hoofdstuk 1
- Leer van de machtenscheiding
Wetgeving: regering en kamer
Bestuur: regering
De basisregels:
- Bevoegdheden van de overheidsorganen berusten op wetten
- Geen bevoegdheid zonder de plicht om te verantwoorden
- Beleidsterreinen gemeenten
1. Burgerzaken 1. Je rijbewijs
2. Openbare orde en veiligheid 2. Demonstreren, voetbalterrein
3. Economische zaken 3. genoeg werk/ bedrijven
4. Cultuur, sport en recreatie 4. Sportvelden, parken
5. Onderwijs 5. Scholen
6. Sociale zaken en werkgelegenheid 6. bijstanden
7. Volksgezondheid en milieu 7. consutatiebureau, ggd
8. Welzijn 8. Buurthuizen, speeltuin
9. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordering 9. Genoeg huizen
10. Verkeer, vervoer en waterstaat 10. Infrastructuur
- Ministers
1. Algemene zaken - Mark Rutte
2. Binnenlandse zaken – Hanke bruin slot
3. Buitenlandse zaken – Wobke Hoekstra
4. Defenie – Katja Ollomgren
5. Economische zaken -
- Rangorde tussen rechtsregels
1. Hogere regels gaan boven langere regels
2. Jongere regels gaan boven oudere regels
3. Bijzondere regels gaan boven algemene regels
, Bestuursrecht tweede kerntaak van de overheid hoofdstuk 2
Het bestuur: algemeen belang behartigen
Bestuursrecht: regels voor de uitoefening van de bevoegdheden van de overheidsorganen.
- Inhoud van de bestuurstaak
1. Allemaal feitelijke handelingen (geen rechtsgevolg) bv: zorgen voor infrastructuur
2. Besluiten (rechtsgevolg) bv: bestemmingsplan, belastingaanslag
- Groei van de bestuurstaak
1. Van nachtwakerstaat naar verzorgingsstaat naar participatie samenleving
- Bestuursrecht
- Algemeen bestuursrecht: geldt voor alle bestuursorganen
- Bijzonder bestuursrecht: geldt voor specifieke bestuurstaken
Autonomie: taken, bevoegdheden om zelf zaken te regelen.
Medebewind: verplichting om regelingen van een hogere bestuurslaag mede uit te voeren.
Kernbegrippen in het bestuursrecht hoofdstuk 3
- Beginselen in het bestuursrecht (ter bescherming van de burger)
- Legaliteitsbeginsel: alle bevoegdheden moeten terug te vinden zijn in de wet
- Specialiteitsbeginsel: bevoegdheden alleen gebruiken voor doel waarvoor de wet de
bevoegdheid heeft.
- Publiekrechtelijke rechtspersonen (gemeente, provincie, rijk = openbare lichamen) (5.2)
- bestuursorganen (personen/instanties die namens de rechtspersonen handelen)
- Zelfstandige bestuursorganen (instanties die zelfstandig een deel van de bestuurstaak
uitvoeren) (ANWB-artikel 1)
(2e kamers geen bestuursorganen)
(Apk voor auto's wel bestuursorgaan)
- Belanghebbende: de (rechts) persoon die door een besluit rechtsreeks in zijn (specifieke)
belang wordt geraakt
De bevoegdheid van een bestuursorgaan (3.4)
- Bevoegdheid ontstaat door:
Attributie: nieuwe bevoegdheid via een wet toegekend aan een bestuursorgaan.
Delegatie: bevoegdheid wordt overgedragen naar een ander bestuursorgaan.
1. Delegans is degene die delegeert
2. Delegatie is diegene die de bevoegdheid heeft gekregen
Mandaat: bevoegdheid om in naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen