Probleem 1-The birds and the bees
Leerdoelen
1. Wat is celdeling en hoe werkt het? (kernwoorden: meiose, mitose)(alleen de grote
verschillen benoemen)
2. Wat is DNA? Hoe ontwikkelt DNA?
3. Hoe werkt de overerving van kenmerken? (+berekenen van de kansen)
4. Hoe verloopt de prenatale ontwikkelling?
5. Wat zijn mogelijke schadelijke invloeden op de ontwikkeling van buitenaf? (wanneer
is het effect het grootst?)
6. Welke typen genetische stoornissen/ziektes zijn er?
Niet behandelen:
Genetic counseling
Prenatale diagnose
Voorkomen van geboorteafwijking
Problemen tijdens de geboorte
Voorspellen, onderzoeken en behandelen van erfelijke stoornissen
Hersenontwikkeling
,Wat is celdeling en hoe werkt het? (meiose en mitose)
Normale cellen – mitose
Elke cel in je lichaam (behalve sperma- en eicellen) heeft 46 chromosomen, in 23 paren. Die
cellen reproduceren in de mitose. Daarbij verdubbelt de kern zichzelf, waardoor je 92
chromosomen hebt. Daarna splitst de cel in tweeën. De twee nieuwe (en aan elkaar gelijke)
cellen bevatten hetzelfde DNA als de originele cel.
Wanneer een spermacel in de eicel doordringt, komt het DNA van die cellen bij elkaar tot
een nieuwe celkern. Die celkern bevat dan 2 keer 23 chromosomen, dus 46. Dit noem je een
zygote.
Geslachtscellen – meiose
Bij de meiose worden geslachtscellen(gameten) gevormd. Tijdens de meiose vormen de
chromosomen paren en verdubbelen deze(1). Daarna vindt er crossing-over(2) plaats,
waarbij chromosomen elkaar kruisen, op bepaalde punten in de lengte breken en DNA
uitwisselen met andere chromosomen. Daarna splitsen de paren(3), en zijn er twee cellen
met twee paren ontstaan. Ten slotte ontstaat er in de nieuwe cellen tussen de twee paren
een scheidingslijn en splitsen(4) ook de nieuwe cellen in 4 cellen. Nu hebben de nieuwe
cellen geen chromosomenparen meer, maar 23 losse chromosomen.
Op die manier hebben de dochtercellen maar de helft van het genetische materiaal van de
moedercel. Elke eicel of spermacel heeft op het einde van de meiose 23 ongepaarde
chromosomen.
Als je die 23 van de moeder en de 23 van de vader samenvoegt, heb je er 46 voor het
nieuwe organisme.
- Meiose 1 is stap 1, 2 en 3
- Meiose 2 is stap 4
Verschillen mitose en meiose:
- DNA uitwisseling bij de meiose
- Eindproduct bij mitose is hetzelfde als beginproduct, die van meiose is anders
- Mitose is diploïde (2N), meiose haploïde(N)
De chromosomen kunnen worden onderverdeeld in:
1. Autosomale chromosomen: de chromosomen die in paren komen(22, diploïd; 2n)
2. Seks-chromosomen: de chromosomen die het geslacht bepalen, dus XX of
XY(haploïd; n).
Het Y-chromosoom bevat maar 27 eiwitten, het X-chromosoom 1500.
a. Sex-linked traits: eigenschappen die worden beïnvloed door seks-
chromosomen
b. X-linked genes: genen die op het X-chromosoom liggen en dus niet perse bij
Y-chromosomen aanwezig zijn. Mannen zijn hiervoor gevoeliger, omdat zij
maar 1 X-chromosoom hebben.
,MITOSE
MEIOSE (spermacel)
, CROSSING-OVER
Leerdoelen
1. Wat is celdeling en hoe werkt het? (kernwoorden: meiose, mitose)(alleen de grote
verschillen benoemen)
2. Wat is DNA? Hoe ontwikkelt DNA?
3. Hoe werkt de overerving van kenmerken? (+berekenen van de kansen)
4. Hoe verloopt de prenatale ontwikkelling?
5. Wat zijn mogelijke schadelijke invloeden op de ontwikkeling van buitenaf? (wanneer
is het effect het grootst?)
6. Welke typen genetische stoornissen/ziektes zijn er?
Niet behandelen:
Genetic counseling
Prenatale diagnose
Voorkomen van geboorteafwijking
Problemen tijdens de geboorte
Voorspellen, onderzoeken en behandelen van erfelijke stoornissen
Hersenontwikkeling
,Wat is celdeling en hoe werkt het? (meiose en mitose)
Normale cellen – mitose
Elke cel in je lichaam (behalve sperma- en eicellen) heeft 46 chromosomen, in 23 paren. Die
cellen reproduceren in de mitose. Daarbij verdubbelt de kern zichzelf, waardoor je 92
chromosomen hebt. Daarna splitst de cel in tweeën. De twee nieuwe (en aan elkaar gelijke)
cellen bevatten hetzelfde DNA als de originele cel.
Wanneer een spermacel in de eicel doordringt, komt het DNA van die cellen bij elkaar tot
een nieuwe celkern. Die celkern bevat dan 2 keer 23 chromosomen, dus 46. Dit noem je een
zygote.
Geslachtscellen – meiose
Bij de meiose worden geslachtscellen(gameten) gevormd. Tijdens de meiose vormen de
chromosomen paren en verdubbelen deze(1). Daarna vindt er crossing-over(2) plaats,
waarbij chromosomen elkaar kruisen, op bepaalde punten in de lengte breken en DNA
uitwisselen met andere chromosomen. Daarna splitsen de paren(3), en zijn er twee cellen
met twee paren ontstaan. Ten slotte ontstaat er in de nieuwe cellen tussen de twee paren
een scheidingslijn en splitsen(4) ook de nieuwe cellen in 4 cellen. Nu hebben de nieuwe
cellen geen chromosomenparen meer, maar 23 losse chromosomen.
Op die manier hebben de dochtercellen maar de helft van het genetische materiaal van de
moedercel. Elke eicel of spermacel heeft op het einde van de meiose 23 ongepaarde
chromosomen.
Als je die 23 van de moeder en de 23 van de vader samenvoegt, heb je er 46 voor het
nieuwe organisme.
- Meiose 1 is stap 1, 2 en 3
- Meiose 2 is stap 4
Verschillen mitose en meiose:
- DNA uitwisseling bij de meiose
- Eindproduct bij mitose is hetzelfde als beginproduct, die van meiose is anders
- Mitose is diploïde (2N), meiose haploïde(N)
De chromosomen kunnen worden onderverdeeld in:
1. Autosomale chromosomen: de chromosomen die in paren komen(22, diploïd; 2n)
2. Seks-chromosomen: de chromosomen die het geslacht bepalen, dus XX of
XY(haploïd; n).
Het Y-chromosoom bevat maar 27 eiwitten, het X-chromosoom 1500.
a. Sex-linked traits: eigenschappen die worden beïnvloed door seks-
chromosomen
b. X-linked genes: genen die op het X-chromosoom liggen en dus niet perse bij
Y-chromosomen aanwezig zijn. Mannen zijn hiervoor gevoeliger, omdat zij
maar 1 X-chromosoom hebben.
,MITOSE
MEIOSE (spermacel)
, CROSSING-OVER