• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's
Samenvatting

Samenvatting belangrijke informatie literatuur uit boeken periode 1 leerjaar 2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's

Beste, In dit document staat een samenvatting van alle belangrijke informatie uit de boeken van de desbetreffende vakken. Handig wanneer je geen tijd hebt om alle literatuur door te nemen en in begrijpelijke taal beschreven. Tijd te kort? Maak het jezelf makkelijk en schaf dit bestand aan!

Voorbeeld van de inhoud

EXTRA
INFORMATIE
boeken periode 1 leerjaar 2.
Als opvoeden niet vanzelf gaat;
Ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen;
Systeemgericht werken;
Volwassenen: grootouderschap;
Jongvolwassenen: ouderschap;
Ethiek in sociaal werk;
Van gedachten wisselen;

,Orthopedagogiek!
Rutter
Bij een problematische opvoedingsrelatie, spelen de beleving van de cliënt, de
maatschappelijke visie over opvoeding en de daarbij geldende normen en waarden een
rol. Als gedrag of ontwikkeling wordt vergeleken met een bepaalde norm, is er sprake van
een statische benadering, waarbij over de kwaliteit van het gedrag geen uitspraak wordt
gedaan. Het verschil tussen ernstig gedrag of gedrag dat voorbij gaat, kan volgens
Rutter worden ingeschat aan de hand van zijn negen criteria, Leeftijdsadequaat, Duur
van probleemgedrag, Omstandigheden, Socio-culturele setting, Hoeveelheid en
frequentie, Type probleem en mate van voorkomen in de populatie, Intensiteit,
Verandering van gedrag, Situatiegebondenheid. (LDOSHTIVS.- Laat Dit Ons Snel Helpen
Tot Ik Voorgoed Stop). Hierdoor kan je zorgen voor een ordening van het gedrag, dus zien
of het gedrag te onderscheiden valt en afwijkt van de gestelde norm. Er zijn twee soorten
benaderingswijzen, namelijk categorale benadering en dimensionele benadering.
Categorale wordt toegepast in de DSM, wat een classifcatiesysteem is van psychische
en psychiatrische stoornissen.

DSM
DSM is gebaseerd op ervaringen van deskundigen. In het DSM staan alle
gedragskenmerken bij stoornissen beschreven. Bij onderclassifcering, heb je last van
enkele gedragskenmerken, maar niet voldoende om in aanraking te komen met
hulpverlening. Overclassifcering is als er sterk de aandacht wordt gericht op een
mogelijke classifcatie, dus dan krijgt iemand een label opgeplakt. Iedereen voldoet wel
aan een aantal kenmerken van een bepaalde stoornis. Bij kinderen is het vaak lastig om
onderscheid te maken met verschillende stoornissen, omdat er vaak sprake is van
comorbiditeit, wat inhoud dat er verschillende soorten stoornissen tegelijkertijd
aanwezig zijn, die ook invloed hebben op elkaar. Bij DSM5 wordt er niet uitgegaan van
aan- of afwezigheid van een ziekte of stoornis, maar een glijdende schaal tussen ‘gezond’
en ‘ziek’ en ‘normaal’ en ‘abnormaal’. ADHD is een stoornis die zich in de kindertijd
ontwikkelt en meegroeit tot aan het volwassen worden. Syntoon wil zeggen dat de
cliënt zijn/haar gedrag normaal vind en er geen zorgen over zijn en dystoon wil zeggen
dat de cliënt inziet dat het gedrag niet normaal is en dit wil veranderen. Bij een
dimensionele benadering wordt er uitgegaan van meerdere dimensies, dus een schaal
tussen ‘gezond’ en ‘ziek’. Internaliserende gedragsproblemen zijn problemen die
naar binnen gericht zijn (verlegenheid, angst, depressiviteit). Externaliserende
gedragsproblemen zijn problemen die naar buiten gericht zijn (agressie, liegen,
delinquentie, hyperactiviteit). Bij ieder kind spelen kind-, gezins- en omgevingsfactoren
mee die het gedrag kunnen verklaren, in stand kunnen houden of ertoe bijdragen dat het
gedrag vermindert.

De regulatieve cyclus
De Regulatieve cyclus zorgt ervoor dat je steeds op zoek gaat naar een onderbouwing.
De cyclus ziet er als volgt uit: probleemstelling – eerste refeeieve pauze – diagnose –
tweede refectieve pauze – plan – ingreep – evaluatie  (Vanaf begin). In de
probleemstelling wordt de hulpvraag van de cliënt duidelijk gemaakt. Hierin wordt al
informatie verzamelt. Het is belangrijk te weten door welke gezinsleden het gedrag als
een probleem wordt gezien. Bij de Eerste refexieve pauze wordt de probleemstelling
verder uitgediept. Mogelijke hypotheses worden gesteld. Dan komt de diagnose. Dit
houdt in dat je elkaar leert kennen. Je verzamelt informatie en ordent deze en analyseert/
interpreteert de informatie centraal. Vervolgens komt de tweede refexieve pauze.
Hierin wordt er nagedacht over doel-middelrelaties. Er wordt nagedacht wat bijv. de
ouders nu echt willen en wat hieraan gedaan kan worden. Vervolgens komt het plan. Het
plan wordt beschreven in een hulpverlenings- of zorgplan. Het is een weerslag van wat er
in voorgaande fases is vastgesteld en bestaat uit een aantal stappen, namelijk een
beschrijving van: de onderzoeksgegevens; de korte- en lange termijndoelen en
eindtermijnen van zowel professional als cliënt die SMART genoteerd zijn; de methoden
die gekozen worden; de fasering en planning met daarbij aangegeven de

, evaluatiemomenten, de wijze waarop de overige gezinsleden bij de hulpverlening worden
betrokken; een omschrijving van de taak en de rol van de hulpverleners en een
vermelding van overleg met de cliënt, (pleeg)ouders, de plaatsende instanties en
(eventueel) kinderrechter. Vervolgens vind de ingreep plaats. Hierin wordt er aan de
doelen gewerkt. Ook wordt er geëvalueerd of het goed gaat en wat er anders moet.
Tenslotte volgt de evaluatie, hierin wordt gekeken hoe deze cyclus is verlopen. Aan het
einde van de cyclus moet duidelijk zijn wat de aard en de ernst van het probleem is, wat
de verklaring is voor het ontstaan en voortbestaan van de POS, wat de gevolgen zijn voor
de ontwikkeling en opvoeding van het kind en wat de kans is dat de problemen blijven
bestaan als er geen hulp plaatsvindt en wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn. Hiermee
kun je gericht kijken naar mogelijke interventies en methodieken die je in kan zetten. Het
is belangrijk om niet naar informatie te zoeken die verwijzen naar een stoornis, maar te
zoeken naar symptomen die die stoornis weerleggen.

Dordts strategisch model
Bij het Dordts Strategisch Model is op te delen in drie fasen. Eén is informatie
verzamelen en opstellen van (deel)hypotheses en hierbij mogelijk een middel koppelen,
twee is het analyseren van de (deel)hypotheses en hieruit een werkhypothese opstellen
en drie is het kijken naar welke doelen men wil bereiken en welke middelen daarbij
ingezet kunnen worden. Het formuleren van de deelhypotheses gebeurt op 6 niveaus,
namelijk sociale aspecten, gezinssysteem, gedragsmatige en cognitieve aspecten,
psychodynamische aspecten, ontwikkelings- en persoonlijkheidsaspecten en biologische
aspecten. Met niveau 1 sociale aspecten bedoelen ze school, werk, familieleden, buren,
kennissen en de fnanciële situatie. Met niveau gezinssysteemaspecten bedoelen ze
de invloed op het pedagogisch aspect, als huwelijksproblemen, gezinsrelatieproblemen
e.d. Met niveau 3 gedragsmatige en cognitieve aspecten bedoelen ze het verklaren
van problemen en stoornissen op cognitief, gedragsmatig en emotioneel vlak. Met niveau
4 psychodynamische aspecten wordt het gedrag bepaald (vooral emotionele
problemen en stoornissen) aan de hand van factoren in het verleden. Met niveau 5
Ontwikkelings- en persoonlijkheidsaspecten wordt bedoelt de duurzame en vaak
diepgewortelde eigenschappen die moeilijk of niet te veranderen zijn. Bijvoorbeeld het
temperament, het karakter of stoornissen. Met niveau 6 biologische aspecten wordt
bedoeld het nurture gedeelte, dus of er een verband kan worden aangegeven tussen
factoren op biochemisch, neurologisch en/of lichamelijk gebied en psychische
stoornissen/problemen, of andersom.

Kok
Het gedrag van het kind lat zien hoe het kind zich voelt. Specifek opvoeden is volgens
Kok de vraag naar eetra ondersteuning bij de opvoeding. Opvoederspresentatie is een
ander woord voor de manier van opvoeden. Een specifeke vraagstelling is volgens Kok:
‘het geheel van aanwijzingen dat gelezen wordt in het gedrag van een kind of jongere als
participant in een stremmend opvoedproces. In de vraagstelling wordt aangeduid welke
overaccentueringen in het proces moeten worden aangebracht om het kind of de jongere
weer optimale ontwikkelingskansen te schenken. 3 Assen in het assenstelsel van Kok. R /
r1 / r (relatie), s / v (structureren / variëren), h / z (harmoniëren / zelfrealisering).
R is gebaseerd op de ernst van de afectie. R is goed, r1 is minder maar nog te herstellen,
r is nauwelijks nog te herstellen. S is wanneer een kind behoefte heeft aan structuur dus
het kind kan dan geen orde aanbrengen in hun leefomgeving. V is wanneer een kind
behoefte heeft aan variatie, dus wanneer het kind niet feeibel genoeg kan omgaan met
zijn/haar omgeving en durven niet af te wijken van hun structuren. H is wanneer een kind
behoefte heeft aan harmonie dus het contact met anderen en het afstand nemen van
zichzelf. Z is wanneer een kind zich meer moet richten op zichzelf. Er is een nauwe
samenhang tussen het cognitieve aspect en het afectieve aspect. Ook is er het conatieve
aspect, wat gericht is op de eigenheid van het kind. Het afectieve aspect op de relatie en
het cognitieve aspect op het bieden van structuur of variatie. In een hulpvraag kunnen er
meerdere aspecten aanwezig zijn. Hulpvraag begint met ‘help me…’ of geef me…
zodat…’. Het antwoord op de vraagstelling is opgebouwd in drie strategieën, namelijk: de
eerstegraadsstrategie, waarin de pedagogische relatie, het pedagogisch klimaat en de
situatiehantering wordt gehanteerd. De tweedegraadsstrategie wordt gevormd door
trainingen en therapieën die de eerstegraadsstrategie niet kunnen ondersteunen. Ze

Documentinformatie

Geüpload op
26 januari 2019
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2017/2018
Type
Samenvatting
€6,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
M63
4,7
(3)
Verkocht
14
Volgers
10
Items
17
Laatst verkocht
5 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen