Samenvatting Leerdoelen Opvoeden
Intergenerationele overdracht: Het doorgeven van kwaliteiten/problemen aan de volgende generatie.
Vraaggericht werken: hulpvraag centraal, samenwerkingsdialoog, twee soorten deskundigheid, cliënt als
regisseur, vraaggerichte aanpak, empowerment en de eigen kracht van cliënt
Participatieladder: Onderaan prof. Centraal, bovenaan gezin bepaald
Soorten gezinshulpverlening: Enkelvoudige/meervoudige/met verblijf/in de wijk
Algemene werkzame factoren: Cliëntfactoren/hulpverlenersfactoren/alliantiefatoren/persoonlijke alliantie
(emotionele band)/taak alliantie (overeenstemming doelen) / placebo effecten
Specifieke werkzame factoren: Programma’s of interventies
Evidence based werken = Afwegingsproces van de professional, behoefte cliënt centraal. Daarna zoeken naar
wetenschappelijke kennis/theorie.
Knelpunten: Soms te weinig bewijs effectiviteit, overdaad aan interventies etc.
Oplossingsgerichte benadering: Cliënt experts van leven. Kijken naar succe
3 belangrijke regels:
1. Niet stuk? Niet repareren
2. Werkt iets? Doe het vaker
3. Werkt niet? Niet vaker doen
Circulaire causaliteit: Oorzaak gevolg denken weglaten. Beïnvloeding
4 concepten zich op gezin krijgen:
Homeostase: Evenwicht,
Geïdentificeerde paitënt
Systemen en daarin sub
Hiërarchische systeem
Basis geven/ontvangen. Contextuele benadering
4 dimensies mensen:
1. Feitelijk: Verdelend en vergelend, niks aan te doen
2. Psychisch: Verwerking van gebeurtenissen, zelfbeleving
3. Interactie: Communicatiepatronen
4. Relationeel ethisch: Rechtvaardigheid
Loyaliteit: Netwerk van gegeven en verworven betekenisvolle relaties.
Verticaal: Gegeven
Horizontaal: Verworven
Onzichtbare dilemma: Ontkenning loyaliteit, staat vrijheid in de weg.
Overbelast (parentificatie) , onzichtbaar
Leertheorie:
1. Klassieke ‘’: Pavlov, stimulus en respons
2. Operante ‘’: Door ervaring
3. Sociale ‘’: Via observatie aangeleerd
4. Zelfregulering: Eigen gedrag bewust (Zelfobservatie/evaluatie/versterken of zwakken
Competentie gerichte hulpverlening: Vergroten van competentie, vaardigheden
Watzlawick: Communicatietheorie: Alle gedrag is communicatie / beinvloeden verbaal en non / waarheid van
jou is niet perse waar voor ander / communicatie legt ook gedrag op / wie heeft het voor het zeggen
Intergenerationele overdracht: Het doorgeven van kwaliteiten/problemen aan de volgende generatie.
Vraaggericht werken: hulpvraag centraal, samenwerkingsdialoog, twee soorten deskundigheid, cliënt als
regisseur, vraaggerichte aanpak, empowerment en de eigen kracht van cliënt
Participatieladder: Onderaan prof. Centraal, bovenaan gezin bepaald
Soorten gezinshulpverlening: Enkelvoudige/meervoudige/met verblijf/in de wijk
Algemene werkzame factoren: Cliëntfactoren/hulpverlenersfactoren/alliantiefatoren/persoonlijke alliantie
(emotionele band)/taak alliantie (overeenstemming doelen) / placebo effecten
Specifieke werkzame factoren: Programma’s of interventies
Evidence based werken = Afwegingsproces van de professional, behoefte cliënt centraal. Daarna zoeken naar
wetenschappelijke kennis/theorie.
Knelpunten: Soms te weinig bewijs effectiviteit, overdaad aan interventies etc.
Oplossingsgerichte benadering: Cliënt experts van leven. Kijken naar succe
3 belangrijke regels:
1. Niet stuk? Niet repareren
2. Werkt iets? Doe het vaker
3. Werkt niet? Niet vaker doen
Circulaire causaliteit: Oorzaak gevolg denken weglaten. Beïnvloeding
4 concepten zich op gezin krijgen:
Homeostase: Evenwicht,
Geïdentificeerde paitënt
Systemen en daarin sub
Hiërarchische systeem
Basis geven/ontvangen. Contextuele benadering
4 dimensies mensen:
1. Feitelijk: Verdelend en vergelend, niks aan te doen
2. Psychisch: Verwerking van gebeurtenissen, zelfbeleving
3. Interactie: Communicatiepatronen
4. Relationeel ethisch: Rechtvaardigheid
Loyaliteit: Netwerk van gegeven en verworven betekenisvolle relaties.
Verticaal: Gegeven
Horizontaal: Verworven
Onzichtbare dilemma: Ontkenning loyaliteit, staat vrijheid in de weg.
Overbelast (parentificatie) , onzichtbaar
Leertheorie:
1. Klassieke ‘’: Pavlov, stimulus en respons
2. Operante ‘’: Door ervaring
3. Sociale ‘’: Via observatie aangeleerd
4. Zelfregulering: Eigen gedrag bewust (Zelfobservatie/evaluatie/versterken of zwakken
Competentie gerichte hulpverlening: Vergroten van competentie, vaardigheden
Watzlawick: Communicatietheorie: Alle gedrag is communicatie / beinvloeden verbaal en non / waarheid van
jou is niet perse waar voor ander / communicatie legt ook gedrag op / wie heeft het voor het zeggen