Leervragen Communicatiekaart van Nederland
Boek ‘Communicatiekaart van Nederland’ 9e druk! Hoofstukken: 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 8
Hertentamen 8 januari 2019
Hoofdstuk 1 Kranten
1.1 Geschiedenis
Wanneer ontstaat de eerste krant?
Begin 17e eeuw.
Welke vier factoren zorgden ervoor dat er wat dagbladen betreft gedurende twee eeuwen nauwelijks
iets veranderde?
1. Papier was duur door belasting (dagbladzegel).
2. De techniek ontbrak om snel veel kranten te drukken.
3. Er was een scherpe overheidscontrole.
4. Er is geen groot publiek dat het kon lezen.
Welke gebeurtenis in 1848 zorgde voor een grote verandering in de dagbladensector?
De vrijheid van drukpers werd vastgesteld in de grondwet.
Na de tweede wereldoorlog werd de pers gezuiverd. Wat hield dit in?
Kranten die gedurende de hele oorlog bleven verschijnen, kregen een verschijningsverbod.
Kranten die verboden waren of zelf tijdig waren gestopt, mochten wel weer verschijnen.
1.2 Dagbladen
Noem vier landelijke dagbladen:
1. NRC-handelsblad
2. Reformatorisch dagblad
3. Telegraaf
4. Ad
5. Trouw
6. Financieel dagblad
7. Volkskrant
8. Nederlands dagblad
Sinds 1970 is er sprake van een dalend dekkingspercentage. Wat wordt daarmee bedoeld?
Steeds minder mensen lezen de krant.
Wat wordt bij kranten bedoeld met doorgeefpercentage?
Het percentage van het aantal kranten dat wordt doorgegeven, bijvoorbeeld de krant delen met buren
of familie.
Wat is het verschil tussen de Telegraaf/AD en de Volkskrant/NRC/Trouw?
De Telegraaf/AD Getypeerd als populaire bladen.
De Volkskrant/NRC/Trouw getypeerd als kwaliteitskranten.
Het grootste verschil is de lezerskring.
Wat is een regionaal dagblad?
Een regionale krant.
1.4 Lezers
Hoe komen dagbladen traditioneel aan hun inkomsten?
Lezers en adverteerders.
Wat kun je in het algemeen zeggen over het aantal krantenlezers de afgelopen decennia?
, Het aantal krantenlezers neemt steeds meer af en het wordt steeds moeilijker om het hele
Nederlandse publiek met dagbladen te bereiken.
1.5 Concentratie en pluriformiteit
Leg uit wat wordt bedoeld met redactionele concentratie, aanbiedersconcentratie en
publieksconcentratie:
Redactionele concentratie Samengaan van redacties van dagbladen.
Aanbiedersconcentratie Samengaan van uitgevers van dagbladen.
Publieksconcentratie Publiek verdeelt zich steeds schever over de kranten.
Waarom wordt persconcentratie gezien als een gevaar voor de pluriformiteit?
Er wordt gesteld dat een kleiner aantal zelfstandige uitgevers / redacties tot gevolg heeft dat minder
verschillende stemmen en stromingen aan bod komen.
1.6 Digitalisering
Kranten hebben lang getwijfeld of ze hun artikelen via Blendle zouden aanbieden. Leg de twijfel uit
door een argument voor en tegen het beschikbaar maken van dagbladartikelen via Blendle te
formuleren:
Voor Veel meer mensen konden dit lezen en kiezen wat ze wouden lezen.
Tegen Mensen kopen sneller alleen losse artikelen van een krant in plaats van de hele krant. Hier
maakte kranten sneller verlies op.
1.8 Wet- en regelgeving
Noem twee verschillende wetten en of wetsartikelen die gelden voor de pers:
1. De mededingingswet.
2. Stimuleringsfonds voor de pers.
Wie controleert of bepaalde mediaconcentraties voldoen aan de wettelijke regels?
De NMa De Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Waarom is mediaconcentratie aan wettelijke regels gebonden?
Misbruik maken van macht.
Wat doet het Stimuleringsfonds voor de Pers (c.q. Journalistiek, sinds 2014) en hoe kan het fonds
deze taken vervullen?
Ze handhaven en bevorderen van de pluriformiteit.
Ze vervullen deze taken doormiddel van het verstrekken van kredieten en uitkeringen aan individuele
media.
1.9 Ontwikkelingen
Op welke manieren proberen kranten het verlies van lezers tegen te gaan? Noem er vier:
- Abonnementen tegen lagere prijzen aanbieden.
- Verschillende soorten abonnement vormen introduceren en aanbieden.
- Introduceren van regiopagina’s en magazines.
- Acties bij het nemen van een abonnement, bijvoorbeeld een gratis product geven als iemand
een abonnement koopt.
Boek ‘Communicatiekaart van Nederland’ 9e druk! Hoofstukken: 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 8
Hertentamen 8 januari 2019
Hoofdstuk 1 Kranten
1.1 Geschiedenis
Wanneer ontstaat de eerste krant?
Begin 17e eeuw.
Welke vier factoren zorgden ervoor dat er wat dagbladen betreft gedurende twee eeuwen nauwelijks
iets veranderde?
1. Papier was duur door belasting (dagbladzegel).
2. De techniek ontbrak om snel veel kranten te drukken.
3. Er was een scherpe overheidscontrole.
4. Er is geen groot publiek dat het kon lezen.
Welke gebeurtenis in 1848 zorgde voor een grote verandering in de dagbladensector?
De vrijheid van drukpers werd vastgesteld in de grondwet.
Na de tweede wereldoorlog werd de pers gezuiverd. Wat hield dit in?
Kranten die gedurende de hele oorlog bleven verschijnen, kregen een verschijningsverbod.
Kranten die verboden waren of zelf tijdig waren gestopt, mochten wel weer verschijnen.
1.2 Dagbladen
Noem vier landelijke dagbladen:
1. NRC-handelsblad
2. Reformatorisch dagblad
3. Telegraaf
4. Ad
5. Trouw
6. Financieel dagblad
7. Volkskrant
8. Nederlands dagblad
Sinds 1970 is er sprake van een dalend dekkingspercentage. Wat wordt daarmee bedoeld?
Steeds minder mensen lezen de krant.
Wat wordt bij kranten bedoeld met doorgeefpercentage?
Het percentage van het aantal kranten dat wordt doorgegeven, bijvoorbeeld de krant delen met buren
of familie.
Wat is het verschil tussen de Telegraaf/AD en de Volkskrant/NRC/Trouw?
De Telegraaf/AD Getypeerd als populaire bladen.
De Volkskrant/NRC/Trouw getypeerd als kwaliteitskranten.
Het grootste verschil is de lezerskring.
Wat is een regionaal dagblad?
Een regionale krant.
1.4 Lezers
Hoe komen dagbladen traditioneel aan hun inkomsten?
Lezers en adverteerders.
Wat kun je in het algemeen zeggen over het aantal krantenlezers de afgelopen decennia?
, Het aantal krantenlezers neemt steeds meer af en het wordt steeds moeilijker om het hele
Nederlandse publiek met dagbladen te bereiken.
1.5 Concentratie en pluriformiteit
Leg uit wat wordt bedoeld met redactionele concentratie, aanbiedersconcentratie en
publieksconcentratie:
Redactionele concentratie Samengaan van redacties van dagbladen.
Aanbiedersconcentratie Samengaan van uitgevers van dagbladen.
Publieksconcentratie Publiek verdeelt zich steeds schever over de kranten.
Waarom wordt persconcentratie gezien als een gevaar voor de pluriformiteit?
Er wordt gesteld dat een kleiner aantal zelfstandige uitgevers / redacties tot gevolg heeft dat minder
verschillende stemmen en stromingen aan bod komen.
1.6 Digitalisering
Kranten hebben lang getwijfeld of ze hun artikelen via Blendle zouden aanbieden. Leg de twijfel uit
door een argument voor en tegen het beschikbaar maken van dagbladartikelen via Blendle te
formuleren:
Voor Veel meer mensen konden dit lezen en kiezen wat ze wouden lezen.
Tegen Mensen kopen sneller alleen losse artikelen van een krant in plaats van de hele krant. Hier
maakte kranten sneller verlies op.
1.8 Wet- en regelgeving
Noem twee verschillende wetten en of wetsartikelen die gelden voor de pers:
1. De mededingingswet.
2. Stimuleringsfonds voor de pers.
Wie controleert of bepaalde mediaconcentraties voldoen aan de wettelijke regels?
De NMa De Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Waarom is mediaconcentratie aan wettelijke regels gebonden?
Misbruik maken van macht.
Wat doet het Stimuleringsfonds voor de Pers (c.q. Journalistiek, sinds 2014) en hoe kan het fonds
deze taken vervullen?
Ze handhaven en bevorderen van de pluriformiteit.
Ze vervullen deze taken doormiddel van het verstrekken van kredieten en uitkeringen aan individuele
media.
1.9 Ontwikkelingen
Op welke manieren proberen kranten het verlies van lezers tegen te gaan? Noem er vier:
- Abonnementen tegen lagere prijzen aanbieden.
- Verschillende soorten abonnement vormen introduceren en aanbieden.
- Introduceren van regiopagina’s en magazines.
- Acties bij het nemen van een abonnement, bijvoorbeeld een gratis product geven als iemand
een abonnement koopt.