Biologie samenvatting havo 5 thema 1-2
__________________________________________________________________________________
1 Chemie in cellen
Stofwisseling= het geheel van chemische omzettingsprocessen in een organisme.
Verschil tussen organische- en anorganische stoffen:
Organische stoffen anorganische
Afkomstig van organismen Zowel in organismen voorkomend als in
levenloze natuur
Grote ingewikkelde moleculen Kleine eenvoudige moleculen
Bevatten C-H verbindingen o.a. water, CO2, O2, zouten
o.a. koolhydraten, eiwitten
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Stofwisselingsprocessen
Assimilatie: de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen (energie nodig)
Dissimilatie: de afbraak van grote organische moleculen tot kleinere moleculen (komt energie vrij)
Koolstofassimilatie: vorming van glucose uit koolstofdioxide. (*alleen autotroof kan dit)
Voortgezette assimilatie: vorming van eiwitten, vetten, DNA en koolhydraten m.b.v. glucose en
mineralen. (zowel autotroof als heterotroof kan dit)
Fotosyntheseglucosekoolhydraten, eiwitten, vetten en DNA (voortgezette assimilatie)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Energietransport
ATP: is een energierijke stof. Een groot deel van de energie is vastgelegd in de binding van de laatste
fosfaatgroep. De vrijgekomen energie uit ATP kan voor veel processen in een organisme gebruikt
worden. Na het vrijkomen hou je ADP+P over (Er is een fosfaatgroep gesplitst)(Di-fosfaat).
, 2 enzymen
Enzymen: eiwitten die reacties (chemische processen) mogelijk maken of versnellen (katalysator).
Invloed van de temperatuur
Enzymactiviteit: de mate waarin een enzym een reactie versnelt.
De snelheid waarmee een enzym een proces
versneld wordt onder andere beïnvloed door de
temperatuur en pH.
Optimum= hoogste punt, hier functioneert de
enzym het beste.
__________________________________________________________________________________
3 Fotosynthese
Bij fotosynthese wordt in chloroplasten m.b.v. lichtenergie, water en koolstofdioxide omgezet in
glucose en zuurstof
6 CO 2+ 6 H 2 O (lichtenergie → ) C6 H 12 O6 + 6 O2
__________________________________________________________________________________
1 Chemie in cellen
Stofwisseling= het geheel van chemische omzettingsprocessen in een organisme.
Verschil tussen organische- en anorganische stoffen:
Organische stoffen anorganische
Afkomstig van organismen Zowel in organismen voorkomend als in
levenloze natuur
Grote ingewikkelde moleculen Kleine eenvoudige moleculen
Bevatten C-H verbindingen o.a. water, CO2, O2, zouten
o.a. koolhydraten, eiwitten
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Stofwisselingsprocessen
Assimilatie: de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen (energie nodig)
Dissimilatie: de afbraak van grote organische moleculen tot kleinere moleculen (komt energie vrij)
Koolstofassimilatie: vorming van glucose uit koolstofdioxide. (*alleen autotroof kan dit)
Voortgezette assimilatie: vorming van eiwitten, vetten, DNA en koolhydraten m.b.v. glucose en
mineralen. (zowel autotroof als heterotroof kan dit)
Fotosyntheseglucosekoolhydraten, eiwitten, vetten en DNA (voortgezette assimilatie)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Energietransport
ATP: is een energierijke stof. Een groot deel van de energie is vastgelegd in de binding van de laatste
fosfaatgroep. De vrijgekomen energie uit ATP kan voor veel processen in een organisme gebruikt
worden. Na het vrijkomen hou je ADP+P over (Er is een fosfaatgroep gesplitst)(Di-fosfaat).
, 2 enzymen
Enzymen: eiwitten die reacties (chemische processen) mogelijk maken of versnellen (katalysator).
Invloed van de temperatuur
Enzymactiviteit: de mate waarin een enzym een reactie versnelt.
De snelheid waarmee een enzym een proces
versneld wordt onder andere beïnvloed door de
temperatuur en pH.
Optimum= hoogste punt, hier functioneert de
enzym het beste.
__________________________________________________________________________________
3 Fotosynthese
Bij fotosynthese wordt in chloroplasten m.b.v. lichtenergie, water en koolstofdioxide omgezet in
glucose en zuurstof
6 CO 2+ 6 H 2 O (lichtenergie → ) C6 H 12 O6 + 6 O2