Bewegingsthema = uiteenlopende activiteiten vanuit een overkoepelend kenmerk en een
overeenkomstige uitdaging tot bewegen.
Bewegingsthema Kenmerk Bewegingsuitdaging Voorbeeld
Springen Met een afzet loskomen Vergroten van Verend springen
van de grond. zweefmoment.
Balanceren Gaan of staan op een Evenwicht bewaren. Over de brug
smalle of instabiele De wip
ondergrond.
Klimmen Verplaatsen van Zoeken naar voldoende Naar grote
steunvlak/grijpvlak naar steunpunten. hoogte
steunvlak/grijpvlak.
Mikken Van afstand een doel Vaker raken van doel. Raken
met voorwerp raken. Schieten op de
doos
Jongleren Een voorwerp in De controle over het Kaatsenballen
beweging houden door voorwerp toenemen. Ballon
het herhalend weg te hooghouden
spelen en weer te
ontvangen.
Glijden Verplaatsen over een Meer snelheid krijgen.
gladde ondergrond.
Rijden Verplaatsen op rollend Beheersen van snelheid,
materiaal, dit voertuig in richting en balans.
beweging brengen en
houden.
Bewegen op muziek Bewegen op een Beweging aanpassen aan
muzikaal ritme. muzikale kenmerken,
zoals tempo, ritme,
accenten.
Tikspelen Tikken van de lopers, De loper of tikker te snel Gangentikspel
ontsnappen aan tikacties af te zijn. Basistikspel
van tikker. Boefje
Over de kop gaan Inzetten van een draai, Controle krijgen over Duikelen
waardoor je over de kop draaibeweging. Koprollen
gaat.
Doelspelen Met een bal het doel van Vaker scoren/ bal Chaosdoelenspel
de tegenspelers raken, tegenhouden.
het verdedigen van doel.
Stoeien In direct contact met Omgaan met toenemend Bal afpakken
tegenspeler iets lichamelijk contact om zo
afpakken, verdedigen de tegenspeler uit balans
van bezit dit voorwerp. te brengen.
Zwaaien Beweging oproepen De zwaai in stand Zittend zwaaien
door gebruik maken van houden en kunnen
slingerbeweging. vergroten.
Acrobatiek Een gezamenlijke pose Langer met elkaar de
van balans aannemen en balans handhaven;
handhaven. nieuwe vormen van
balans proberen.
overeenkomstige uitdaging tot bewegen.
Bewegingsthema Kenmerk Bewegingsuitdaging Voorbeeld
Springen Met een afzet loskomen Vergroten van Verend springen
van de grond. zweefmoment.
Balanceren Gaan of staan op een Evenwicht bewaren. Over de brug
smalle of instabiele De wip
ondergrond.
Klimmen Verplaatsen van Zoeken naar voldoende Naar grote
steunvlak/grijpvlak naar steunpunten. hoogte
steunvlak/grijpvlak.
Mikken Van afstand een doel Vaker raken van doel. Raken
met voorwerp raken. Schieten op de
doos
Jongleren Een voorwerp in De controle over het Kaatsenballen
beweging houden door voorwerp toenemen. Ballon
het herhalend weg te hooghouden
spelen en weer te
ontvangen.
Glijden Verplaatsen over een Meer snelheid krijgen.
gladde ondergrond.
Rijden Verplaatsen op rollend Beheersen van snelheid,
materiaal, dit voertuig in richting en balans.
beweging brengen en
houden.
Bewegen op muziek Bewegen op een Beweging aanpassen aan
muzikaal ritme. muzikale kenmerken,
zoals tempo, ritme,
accenten.
Tikspelen Tikken van de lopers, De loper of tikker te snel Gangentikspel
ontsnappen aan tikacties af te zijn. Basistikspel
van tikker. Boefje
Over de kop gaan Inzetten van een draai, Controle krijgen over Duikelen
waardoor je over de kop draaibeweging. Koprollen
gaat.
Doelspelen Met een bal het doel van Vaker scoren/ bal Chaosdoelenspel
de tegenspelers raken, tegenhouden.
het verdedigen van doel.
Stoeien In direct contact met Omgaan met toenemend Bal afpakken
tegenspeler iets lichamelijk contact om zo
afpakken, verdedigen de tegenspeler uit balans
van bezit dit voorwerp. te brengen.
Zwaaien Beweging oproepen De zwaai in stand Zittend zwaaien
door gebruik maken van houden en kunnen
slingerbeweging. vergroten.
Acrobatiek Een gezamenlijke pose Langer met elkaar de
van balans aannemen en balans handhaven;
handhaven. nieuwe vormen van
balans proberen.