Voedingstoestand: De conditie van het lichaam als gevolg van enerzijds de inneming, absorptie en
benutting van voeding en anderzijds van ziektefactoren.
DEE = BMR + TEF + Activity
DEE = Dagelijkse hoeveel energie dat verbruikt wordt
BMR = Basaal metabolisme (Energieverbruik in rust) (60-70%)
TEF = Energie die nodig is om je voedsel te verteren (5-10%)
- Kan ook met DIT worden aangegeven
Activity = Energie die je verbruikt bij je activiteiten (20-35%)
Energie haal je uit eiwitten, vetten en koolhydraten.
Eiwitten: Opbouw, reparatie en behoud van weefsel.
- Wordt alleen bij gebrek aan andere energiebronnen gebruikt als energie
Koolhydraten: Primaire energiebron
- Door insuline opgeslagen als glycogeen in de spieren en lever. Wordt gebruikt tijdens de 1e
fase van vasten en tijdens contractie van de spieren
Vetten: Energie (voorraad)
- Wordt verbruikt tijdens vasten en honger
BMR: Aantal calorieën dat nodig is om het metabolisme te onderhouden dat nodig is voor het
dagelijkse lichaamsonderhoud. Wordt beïnvloed door:
- Vetvrije massa Verdeling over het lichaam:
- Geslacht
- Lichaamstemperatuur
- Leeftijd
- Hoeveel je eet
- Hoeveel je beweegt
- Erfelijke factoren
- Endocriene systeem
Ondervoeding:
Is een acute of chronische toestand waarbij een tekort of disbalans van energie, eiwit en andere
voedingsstoffen leidt tot meetbare, nadelige effecten op lichaamssamenstelling, functioneren en
klinische resultaten.
Oorzaken:
1. Mindere inname van voeding
2. Slechte vertering van voedsel (Maldigestie)
3. Verminderde opname van voedingsstoffen (Malabsorptie)
4. Verhoogd gebruik/afbraak van vetten, koolhydraten en eiwitten
Syndromen:
Wasting (Door verhongering)
- Verlies van (eerst) vetmassa en (later) skeletspiermassa
- Energiebehoefte, proteolyse en insuline dalen. Vetten worden als brandstof gebruikt
- Veroorzaakt door o.a. anorexia, hongerstaking (= primair), eenzaamheid, ziekte en
verwaarlozing (= secundair)