Cellen bestaan uit een nucleus en cytoplasma, omgeven door membranen. De celkern bevat
DNA met de de genetische code voor eiwitten. De mitochondriën leveren energie door
stoffen uit de voeding en zuurstof om te zetten in kooldioxide en water. Het korrelig/ruw
endoplasmatisch reticulum bevat ribosomen die aminozuren koppelen tot eiwitten. Het
Golgi-systeem verwerkt producten uit het endoplasmatisch reticulum en slaat ze op.
Lysosomen zijn een soort belletjes vol agressieve enzymen die bijvoorbeeld
micro-organismen kunnen afbreken.
Menselijke cellen, met uitzondering van eicellen en zaadcellen, zijn diploïd. Dat betekent dat
ze beschikken over twee sets genen, telkens een van de moeder en een van de vader. Er
zijn 22 paar autosomen en 1 paar geslachtschromosomen. Het Y-chromosoom is
verantwoordelijk voor de vorming van de mannelijke kenmerken. Het X-chromosoom bevat
hormonale informatie, maar ook genen met codes die nodig zijn voor stollingseiwitten en
spiervezels.
Eiwitten bestaan uit een lange keten van aminozuren, waarbij de volgorde bepalend is voor
vorm en functie. Enzymen zijn eiwitten, die stoffen binden en met elkaar laten reageren.
De 23 chromosomenparen bevatten DNA-ketens. OP elke trede van deze lange, dunne
wenteltrap zit adenosine tegenover thymine en cytosine tegenover guanine. Drie
basenparen in het DNA coderen telkens voor aminozuur, dat gekoppeld moet worden om
het betreffende eiwit te maken.Er is veel ‘junk-DNA’, dat mogelijk een rol speelt bij het
oprollen tot chromosomen en bij regulatie van de transcriptie.
Wanneer de cel behoefte heeft aan een bepaald eiwit, wordt van het benodigde deel van het
DNA een recept overgeschreven: messenger-RNA. Hierbij is transcriptase onmisbaar. RNA
is een enkelvoudige streng.Na afsplitsen van niet-coderende stukken, verlaat het mRNA de
celkern om bij de ribosomen te komen.
Wat op het mRNA staat, wordt uitgevoerd door de ribosomen op het endoplasmatisch
reticulum. Deze koppelen, als het mRNA erdoor schuift, het daarop gecodeerde aminozuur.
De te koppelen aminozuren zijn gemerkt met transport-RNA. Zodra de juiste koppeling
voltooid is, komt het RNA weer vrij en kan opnieuw als recept of etiket gaan dienen.
Groei en herstel van weefselverlies vindt plaats door middel van mitose. Voorafgaand aan
de mitose verdubbelt de moedercel de DNA-strengen. Pas tijdens de mitose rollen de
chromosomen zich zo op dat ze herkenbaar worden met de lichtmicroscoop.. Zodra elk deel
van de celkern de normale hoeveelheid DNA heeft ontvangen, splitst de celkern zich in
tweeën. Daarna snoert ook de celmembraan in tussen de celkernen en ontstaan er twee
identieke dochtercellen met ieder de helft van het cytoplasma met organellen.
Meiose vindt plaats in de geslachtsorganen, als daar eicellen of zaadcellen gevormd
worden. De meiose begint net als de mitose met een normale cel. Maar bij de meiose
zoeken de chromosomen van een paar elkaar op. Aangezien zo’n paar het DNA al
verdubbeld heeft zijn er dan vier strengen. Vervolgens worden er stukjes DNA uitgewisseld
tussen de chromosomen van een paar, crossing-over genoemd. Vervolgens worden bij de
1