Innervate bekken en onderste exetremiteit
Plexeus lumbosacralis
Segmenten L1 tm S3. Lohman spreekt ook nog een beetje over T12 en S4
Innervate van de bekken en onderste exetremiteit
Onderverdelen in craniaal en caudaal deel:
Craniaal: plexus lumbalieis (L1 t/m L4)
Caudaal: plexus sacralieis (L4 t/m S3)
L4 doet dus aan beide mee. De bovenste vezels van L4 lopen mee met plexeus lumbalis en
de onderste vezels lopen mee met plexeus sacralis.
Referentepunt plexeus lumbalis: m. psoas major; de plexeus loopt er dwars doorheen.
Referentepunt plexeus sacralis: m. piriformis; plexeus sacralis ligt er direct ventraal van.
M. piriformis hoort bij de diepe dorsale heupspieren.
Uitlopers plexeus lumbalis:
- Lopen ventraal van je heupgewricht
- Zijn heel kort
- Gaan langst het bekken en eindigen voor grootste deel in het bovenbeen
Uitlopers plexeus sacralis:
- Korte en lange
- Lopen achter je heupgewricht langs
- Innerveren een heel groot gebied: achterkant bekken, achterkant boven- en onderbeen (met
wat uitlopers naar voren) en onderkant voet
Je ziet bovenin plexeus lumbalis en onderin plexeus sacralis
Alle uitlopers van plexeus lumbalis zie je voor verzamelen
Alle uitlopers van plexeus sacralis zie je achter verzamelen
, Samenvatting Anatomieie blok 1 HF1
Plexeus lumbalis
Vóór splitsing in aparte nn. is er afgife van takjes, deze zijn naamloos. Innerveren:
• mm. intertransversarii L
• buikspieren
• mm. psoas major en minor
• m. quadratus lumborum
Perifere zenuwen die ontspringen aan de plexeus lumbalis
Grootste/belangrijkste:
N. obturatorieius
N. femoralieis
Aantal takken die overwegend sensibel zijn:
N. ieilieiohypogastrieicus (oranje)
Ilium (bekken), hypo (onder), gaster (buik) -> onder je buik
N. genieitofemoralieis (lichtpaars + roze)
Genitaliën (geslachtsorganen) -> zijkant geslachtsorganen
N. ieilieio-ieinguieinalieis (turquoise)
Inguina -> lies
N. cutaneus femorieis lateralieis (lichtblauw)
Cutaneus is altjd een huidzenuw -> huidgebied dat aan de laterale zijde doorloopt tot je knie
N. femoralieis (L2-L4)
Loopt dwars door iliopsoas; op grens m. psoas major en m. iliacus. Komt dan onder lig. inguinale
door.
Loopt door de lacuna musculorum (zie volgende blz).
Innerveert:
Motorische innervate (linker plaatje):
Ventrale heupspieren (m. iliopsoas)
Ventrale bovenbeenspieren
M. pectneus (adductor)
Sensibele innervate (rechter plaatje):
Behoorlijk groot gebied op het bovenbeen;
Ramii. cutanei anteriores; takken die de huid aan de voorzijde dijbeen
innerveren
N. saphenus: grote huidtak van n. femoralis; loopt van bovenbeen naar
binnenkant naar knie naar binnenzijde kuit, enkel en voet
-> innerveert dus huid onderbeen, voet
N. Femoralis innerveert dus spieren in bovenbeen en huid in het onderbeen. Lijkt dus op n.
musculocutaneus.
Uitval: kniepeesrefexe wordt minder, krachtverlies quadriceps, atrofe quadriceps (afankelijk van
ernst)