Stageportfolio praktijkleren 3
XXXXX
Opdracht: Klinisch redeneren, onderzoekend
vermogen, reflectie en ethiek
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 3
Hoofdstuk 1: Klinisch redeneren..................................................................................................................... 4
Stap 1. Probleemoriëntatie/klinisch beeld............................................................................................................4
1.1 Casusbeschrijving.......................................................................................................................................4
1.2 Aanvullende gegevens................................................................................................................................4
1.3 Klinisch beeld..............................................................................................................................................4
1.4 Veranderende situatie................................................................................................................................4
1.5 Relevante hypothetische diagnoses...........................................................................................................6
Stap 2. Probleemanalyse......................................................................................................................................7
2.1 Welke orgaansystemen zijn disfunctioneel................................................................................................7
2.2 Problematiek op psychisch, sociaal, functioneel en/of spiritueel gebied..................................................8
Stap 3. Aanvullend onderzoek en diagnose..........................................................................................................8
Stap 4. Klinisch beleid...........................................................................................................................................9
4.1 PES-structuur..............................................................................................................................................9
4.2 SMART-doelen..........................................................................................................................................10
Stap 5. Klinisch verloop.......................................................................................................................................12
5.1 Klinisch verloop (korte/lange termijn)......................................................................................................12
5.2 Zelfmanagement.......................................................................................................................................13
5.3 Mantelzorg en professionele zorg............................................................................................................13
Stap 6. Evaluatie.................................................................................................................................................13
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 15
Bijlage 1. Relevante voorgeschiedenis.......................................................................................................... 19
Bijlage 2. Medicatie overzicht....................................................................................................................... 20
Bijlage 3. 11 gezondheidspatronen van Gordon............................................................................................ 21
Bijlage 4. Signaleringsplan............................................................................................................................ 23
Bijlage 5. SCEGS........................................................................................................................................... 24
Bijlage 6. MUST........................................................................................................................................... 25
Bijlage 7. BMQ............................................................................................................................................. 26
Bijlage 8. PSQI.............................................................................................................................................. 27
2
,Inleiding
Mijn naam is Narena Huisman, ik ben 24 jaar oud. Ik ben derdejaars hbo-v studente aan de
Hogeschool Utrecht. In de periode van 4 september 2023 tot en met 4 februari 2024 loop ik stage bij
XX in XXX. In de afgelopen periode heb ik vier dagen in de week stagegelopen, in totaal 32 uur per
week.
Tijdens mijn stage ben ik bezig geweest met de stageopdrachten; klinisch redeneren, onderzoekend
vermogen, reflectie en ethiek. Daarnaast heb ik een tussenbeoordeling gehad en heb ik een
eindverslag gemaakt. Voor mijn tussen-, en eindevaluatie heb ik mijn verslagen gemaakt aan de hand
van de CANMEDS-rollen.
In dit verslag zal ik een inzicht geven in mijn ontwikkelingen op het gebied van klinisch redeneren,
onderzoekend vermogen, reflectie en ethiek. Tijdens mijn stageperiode ben ik verschillende situaties
tegengekomen, waarbij reflectie en ethiek een grote rol speelden. Tijdens de online
reflectiebijeenkomsten van de Hogeschool Utrecht heb ik deze ervaringen door kunnen spreken met
medestudenten. Vervolgens heb ik me met behulp van dit verslag kunnen verdiepen in mijn eigen rol,
handelen en denken bij deze situaties en heb ik veel geleerd over mijn handelen bij toekomstige
situaties.
In verband met recht op privacy, zal ik gedurende mijn verslag de bewoner niet bij zijn echte naam
noemen en worden de gegevens van de zorgvrager geanonimiseerd. In de hele opdracht zal rekening
worden gehouden met de privacyrichtlijn.
3
, Hoofdstuk 1: Klinisch redeneren
Stap 1. Probleemoriëntatie/klinisch beeld
In stap 1 wordt de zorgvrager anoniem geïnstrueerd. Daarnaast wordt zijn veranderende situatie,
ziekte/aandoening beschreven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van observatie- en
screeningsinstrumenten. Als volgt worden er hypothetische diagnoses beschreven en toegelicht.
1.1 Casusbeschrijving
Cliënt is een XX-jarige XX, die bekend is met heroïne-, alcohol-, cocaïne- en cannabismisbruik. Cliënt is
XXX veroordeeld tot een Inrichting Stelselmatige Daders maatregel (ISD-maatregel). Cliënt heeft
vanuit de rechter een zorgmachtiging opgelegd gekregen. Cliënt komt uit een gezin waar sprake was
van affectieve en pedagogische verwaarlozing. Binnen het gezin was er sprake van
verslavingsproblematiek en mishandeling. Cliënt is vanaf jonge leeftijd verslaafd aan heroïne, cocaïne,
cannabis en alcohol. Vanaf jonge leeftijd zijn er verschillende pogingen gedaan voor abstinentie.
Cliënt heeft korte periodes van abstinentie. Eerdere hulpverleningstrajecten zijn voortijdig negatief
beëindigd.
Cliënt is gediagnosticeerd met borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) en antisociale
persoonlijkheidsstoornis (ASP). Cliënt heeft een licht verstandelijke beperking (LVB). Cliënt is
achterdochtig in het contact en heeft last van wanen, complot denken en wantrouwen. Cliënt is niet
gemotiveerd voor een behandeling en geeft ook aan dit niet te willen. Cliënt wil het liefst op straat
wonen en gewoon kunnen gebruiken.
Somatisch gezien heeft de cliënt een ondergewicht. Verder geeft de cliënt aan last te hebben van
buikpijn, obstipatie en moeite te hebben met urineren wanneer hij gedetineerd zit. Cliënt is
geopereerd aan een dubbele plasbuis.
1.2 Aanvullende gegevens
In bijlage 1 staan de relevante opnamegeschiedenis van de cliënt. In bijlage 2 is het huidige
medicatiegebruik met uitleg van de medicatie te vinden.
1.3 Klinisch beeld
Aan de hand van de elf gezondheidspatronen van Gordon wordt de anamnese afgenomen om een
geheel beeld te krijgen van de cliënt (Van Haaren & Kerstens, 2020). De uitgebreide uitwerking
hiervan is in bijlage 3 te vinden.
1.4 Veranderende situatie
Cliënt zit al jaren in dezelfde situatie en valt na elke behandeling weer terug in zijn middelengebruik.
Cliënt is erg therapieontrouw en dit is bij elke behandeling eigenlijk hetzelfde. Wel lijkt het alsof de
cliënt steeds achterdochtiger wordt en steeds wantrouwiger is naar de staf en naar groepsgenoten.
Psychologische klachten
Ten eerste is er sprake van een verslavingsproblematiek (cocaïne, alcohol, cannabis, opioïde en
tabak). Hierdoor heeft cliënt last van een drugsgerelateerde psychotische kwetsbaarheid. Dit uit zich
in het horen van stemmen, dingen zien en ruiken die er niet zijn. Ook heeft de cliënt het gevoel dat
personeel hem wil vergiftigen door de medicatie, dit slikt cliënt met regelmaat dus ook niet. Hierdoor
nemen zijn waanbeelden toe. Ook heeft de cliënt dit met het eten wat er op de afdeling gegeten
wordt. Cliënt is bang dat groepsgenoten en staf hem wil vergiftigen met het eten. Op sommige
momenten eet de cliënt dus ook het eten niet. Verder is er BPS en ASP vastgesteld en is cliënt
4
XXXXX
Opdracht: Klinisch redeneren, onderzoekend
vermogen, reflectie en ethiek
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 3
Hoofdstuk 1: Klinisch redeneren..................................................................................................................... 4
Stap 1. Probleemoriëntatie/klinisch beeld............................................................................................................4
1.1 Casusbeschrijving.......................................................................................................................................4
1.2 Aanvullende gegevens................................................................................................................................4
1.3 Klinisch beeld..............................................................................................................................................4
1.4 Veranderende situatie................................................................................................................................4
1.5 Relevante hypothetische diagnoses...........................................................................................................6
Stap 2. Probleemanalyse......................................................................................................................................7
2.1 Welke orgaansystemen zijn disfunctioneel................................................................................................7
2.2 Problematiek op psychisch, sociaal, functioneel en/of spiritueel gebied..................................................8
Stap 3. Aanvullend onderzoek en diagnose..........................................................................................................8
Stap 4. Klinisch beleid...........................................................................................................................................9
4.1 PES-structuur..............................................................................................................................................9
4.2 SMART-doelen..........................................................................................................................................10
Stap 5. Klinisch verloop.......................................................................................................................................12
5.1 Klinisch verloop (korte/lange termijn)......................................................................................................12
5.2 Zelfmanagement.......................................................................................................................................13
5.3 Mantelzorg en professionele zorg............................................................................................................13
Stap 6. Evaluatie.................................................................................................................................................13
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 15
Bijlage 1. Relevante voorgeschiedenis.......................................................................................................... 19
Bijlage 2. Medicatie overzicht....................................................................................................................... 20
Bijlage 3. 11 gezondheidspatronen van Gordon............................................................................................ 21
Bijlage 4. Signaleringsplan............................................................................................................................ 23
Bijlage 5. SCEGS........................................................................................................................................... 24
Bijlage 6. MUST........................................................................................................................................... 25
Bijlage 7. BMQ............................................................................................................................................. 26
Bijlage 8. PSQI.............................................................................................................................................. 27
2
,Inleiding
Mijn naam is Narena Huisman, ik ben 24 jaar oud. Ik ben derdejaars hbo-v studente aan de
Hogeschool Utrecht. In de periode van 4 september 2023 tot en met 4 februari 2024 loop ik stage bij
XX in XXX. In de afgelopen periode heb ik vier dagen in de week stagegelopen, in totaal 32 uur per
week.
Tijdens mijn stage ben ik bezig geweest met de stageopdrachten; klinisch redeneren, onderzoekend
vermogen, reflectie en ethiek. Daarnaast heb ik een tussenbeoordeling gehad en heb ik een
eindverslag gemaakt. Voor mijn tussen-, en eindevaluatie heb ik mijn verslagen gemaakt aan de hand
van de CANMEDS-rollen.
In dit verslag zal ik een inzicht geven in mijn ontwikkelingen op het gebied van klinisch redeneren,
onderzoekend vermogen, reflectie en ethiek. Tijdens mijn stageperiode ben ik verschillende situaties
tegengekomen, waarbij reflectie en ethiek een grote rol speelden. Tijdens de online
reflectiebijeenkomsten van de Hogeschool Utrecht heb ik deze ervaringen door kunnen spreken met
medestudenten. Vervolgens heb ik me met behulp van dit verslag kunnen verdiepen in mijn eigen rol,
handelen en denken bij deze situaties en heb ik veel geleerd over mijn handelen bij toekomstige
situaties.
In verband met recht op privacy, zal ik gedurende mijn verslag de bewoner niet bij zijn echte naam
noemen en worden de gegevens van de zorgvrager geanonimiseerd. In de hele opdracht zal rekening
worden gehouden met de privacyrichtlijn.
3
, Hoofdstuk 1: Klinisch redeneren
Stap 1. Probleemoriëntatie/klinisch beeld
In stap 1 wordt de zorgvrager anoniem geïnstrueerd. Daarnaast wordt zijn veranderende situatie,
ziekte/aandoening beschreven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van observatie- en
screeningsinstrumenten. Als volgt worden er hypothetische diagnoses beschreven en toegelicht.
1.1 Casusbeschrijving
Cliënt is een XX-jarige XX, die bekend is met heroïne-, alcohol-, cocaïne- en cannabismisbruik. Cliënt is
XXX veroordeeld tot een Inrichting Stelselmatige Daders maatregel (ISD-maatregel). Cliënt heeft
vanuit de rechter een zorgmachtiging opgelegd gekregen. Cliënt komt uit een gezin waar sprake was
van affectieve en pedagogische verwaarlozing. Binnen het gezin was er sprake van
verslavingsproblematiek en mishandeling. Cliënt is vanaf jonge leeftijd verslaafd aan heroïne, cocaïne,
cannabis en alcohol. Vanaf jonge leeftijd zijn er verschillende pogingen gedaan voor abstinentie.
Cliënt heeft korte periodes van abstinentie. Eerdere hulpverleningstrajecten zijn voortijdig negatief
beëindigd.
Cliënt is gediagnosticeerd met borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) en antisociale
persoonlijkheidsstoornis (ASP). Cliënt heeft een licht verstandelijke beperking (LVB). Cliënt is
achterdochtig in het contact en heeft last van wanen, complot denken en wantrouwen. Cliënt is niet
gemotiveerd voor een behandeling en geeft ook aan dit niet te willen. Cliënt wil het liefst op straat
wonen en gewoon kunnen gebruiken.
Somatisch gezien heeft de cliënt een ondergewicht. Verder geeft de cliënt aan last te hebben van
buikpijn, obstipatie en moeite te hebben met urineren wanneer hij gedetineerd zit. Cliënt is
geopereerd aan een dubbele plasbuis.
1.2 Aanvullende gegevens
In bijlage 1 staan de relevante opnamegeschiedenis van de cliënt. In bijlage 2 is het huidige
medicatiegebruik met uitleg van de medicatie te vinden.
1.3 Klinisch beeld
Aan de hand van de elf gezondheidspatronen van Gordon wordt de anamnese afgenomen om een
geheel beeld te krijgen van de cliënt (Van Haaren & Kerstens, 2020). De uitgebreide uitwerking
hiervan is in bijlage 3 te vinden.
1.4 Veranderende situatie
Cliënt zit al jaren in dezelfde situatie en valt na elke behandeling weer terug in zijn middelengebruik.
Cliënt is erg therapieontrouw en dit is bij elke behandeling eigenlijk hetzelfde. Wel lijkt het alsof de
cliënt steeds achterdochtiger wordt en steeds wantrouwiger is naar de staf en naar groepsgenoten.
Psychologische klachten
Ten eerste is er sprake van een verslavingsproblematiek (cocaïne, alcohol, cannabis, opioïde en
tabak). Hierdoor heeft cliënt last van een drugsgerelateerde psychotische kwetsbaarheid. Dit uit zich
in het horen van stemmen, dingen zien en ruiken die er niet zijn. Ook heeft de cliënt het gevoel dat
personeel hem wil vergiftigen door de medicatie, dit slikt cliënt met regelmaat dus ook niet. Hierdoor
nemen zijn waanbeelden toe. Ook heeft de cliënt dit met het eten wat er op de afdeling gegeten
wordt. Cliënt is bang dat groepsgenoten en staf hem wil vergiftigen met het eten. Op sommige
momenten eet de cliënt dus ook het eten niet. Verder is er BPS en ASP vastgesteld en is cliënt
4