Naam: Studentnummer:
VRIJE UNIVERSITEIT
Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Afdeling rechtstheorie en rechtsgeschiedenis
TENTAMEN Inleiding tot de rechtswetenschap
Maandag 25 oktober 2010, 12.00 – 14.30 uur
LEES DIT EERST!
Het tentamen bestaat uit in totaal 30 multiple-choicevragen en 1 open vraag, bestaande uit drie
subvragen.
Dit formulier bevat inclusief het voorblad 10 pagina's. Het laatste vel (p. 9-10) is het
antwoordformulier voor de open vraag. Dit vel dient u na afloop los te scheuren en in te leveren,
voorzien van uw naam en studentnummer.
Voor de beantwoording van de multiple-choicevragen krijgt u een mc-antwoordformulier.
- vul op het mc-antwoordformulier uw naam en studentnummer in, en de versie die u maakt (A, B, C
of D).
- het mc-antwoordformulier bij voorkeur met pen invullen, maar niet met de kleur rood.
- correcties aanbrengen mag (zie mc-antwoordformulier), maar vraag een nieuw mc-
antwoordformulier als u veel doorhalingen heeft.
Alleen het gebruik van een niet-geannoteerde wetgevingseditie is toegestaan. Het meegebrachte
materiaal kan tijdens het tentamen door een surveillant worden onderzocht. Ook uw collegekaart
wordt tijdens het tentamen gecontroleerd. Leg deze s.v.p. op de hoek van uw tafel, zodat de surveillant
u niet hoeft te storen bij de controle.
Het niet opvolgen van de instructies is voor uw eigen risico.
Veel succes!
Versie A 1
, Naam: Studentnummer:
1. Van welke filosoof is de volgende uitspraak afkomstig?
‘(…) Mensen [verkeren], gedurende de tijd dat zij niet onder een gemeenschappelijk macht leven die
allen ontzag afdwingt, in een toestand (…) die we oorlog noemen, en wel een oorlog van allen tegen
allen.’
a. Locke.
b. Rousseau.
c. Montesquieu.
d. Hobbes.
2. Geef aan of ‘recht’ in de volgende uitspraken in objectieve of subjectieve zin wordt gebruikt.
I Het Zuid-Afrikaanse apartheidsrecht was buitengewoon onrechtvaardig.
II In Colombia geldt het inheemse recht naast het nationale recht
a. Uitspraak I: subjectief, uitspraak II: subjectief.
b. Uitspraak I: subjectief, uitspraak II: objectief.
c. Uitspraak I: objectief, uitspraak II: subjectief.
d. Uitspraak I: objectief, uitspraak II: objectief.
3. Welke van de hieronder genoemde rechtsregels is een secundaire rechtsregel?
a. Artikel 296 lid 1 Wetboek van Strafrecht.
b. Artikel 6:76 Burgerlijk Wetboek.
c. Artikel 26 Wetboek van Strafrecht.
d. Artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek.
4. Welke stelling is juist?
a. Europese samenwerking in het kader van de Europese Unie (EU) kent alleen
intergouvernementele aspecten.
b. Europese samenwerking in het kader van de EU kent alleen supranationale aspecten.
c. Europese samenwerking in het kader van de EU kent zowel supranationale als
intergouvernementele aspecten.
d. Europese samenwerking in het kader van de EU kent noch supranationale noch
intergouvernementele aspecten.
Versie A 2
VRIJE UNIVERSITEIT
Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Afdeling rechtstheorie en rechtsgeschiedenis
TENTAMEN Inleiding tot de rechtswetenschap
Maandag 25 oktober 2010, 12.00 – 14.30 uur
LEES DIT EERST!
Het tentamen bestaat uit in totaal 30 multiple-choicevragen en 1 open vraag, bestaande uit drie
subvragen.
Dit formulier bevat inclusief het voorblad 10 pagina's. Het laatste vel (p. 9-10) is het
antwoordformulier voor de open vraag. Dit vel dient u na afloop los te scheuren en in te leveren,
voorzien van uw naam en studentnummer.
Voor de beantwoording van de multiple-choicevragen krijgt u een mc-antwoordformulier.
- vul op het mc-antwoordformulier uw naam en studentnummer in, en de versie die u maakt (A, B, C
of D).
- het mc-antwoordformulier bij voorkeur met pen invullen, maar niet met de kleur rood.
- correcties aanbrengen mag (zie mc-antwoordformulier), maar vraag een nieuw mc-
antwoordformulier als u veel doorhalingen heeft.
Alleen het gebruik van een niet-geannoteerde wetgevingseditie is toegestaan. Het meegebrachte
materiaal kan tijdens het tentamen door een surveillant worden onderzocht. Ook uw collegekaart
wordt tijdens het tentamen gecontroleerd. Leg deze s.v.p. op de hoek van uw tafel, zodat de surveillant
u niet hoeft te storen bij de controle.
Het niet opvolgen van de instructies is voor uw eigen risico.
Veel succes!
Versie A 1
, Naam: Studentnummer:
1. Van welke filosoof is de volgende uitspraak afkomstig?
‘(…) Mensen [verkeren], gedurende de tijd dat zij niet onder een gemeenschappelijk macht leven die
allen ontzag afdwingt, in een toestand (…) die we oorlog noemen, en wel een oorlog van allen tegen
allen.’
a. Locke.
b. Rousseau.
c. Montesquieu.
d. Hobbes.
2. Geef aan of ‘recht’ in de volgende uitspraken in objectieve of subjectieve zin wordt gebruikt.
I Het Zuid-Afrikaanse apartheidsrecht was buitengewoon onrechtvaardig.
II In Colombia geldt het inheemse recht naast het nationale recht
a. Uitspraak I: subjectief, uitspraak II: subjectief.
b. Uitspraak I: subjectief, uitspraak II: objectief.
c. Uitspraak I: objectief, uitspraak II: subjectief.
d. Uitspraak I: objectief, uitspraak II: objectief.
3. Welke van de hieronder genoemde rechtsregels is een secundaire rechtsregel?
a. Artikel 296 lid 1 Wetboek van Strafrecht.
b. Artikel 6:76 Burgerlijk Wetboek.
c. Artikel 26 Wetboek van Strafrecht.
d. Artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek.
4. Welke stelling is juist?
a. Europese samenwerking in het kader van de Europese Unie (EU) kent alleen
intergouvernementele aspecten.
b. Europese samenwerking in het kader van de EU kent alleen supranationale aspecten.
c. Europese samenwerking in het kader van de EU kent zowel supranationale als
intergouvernementele aspecten.
d. Europese samenwerking in het kader van de EU kent noch supranationale noch
intergouvernementele aspecten.
Versie A 2