100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting motorische ontwikkeling en motorisch leren

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
57
Geüpload op
20-02-2024
Geschreven in
2022/2023

Samenvatting van de gegeven hoorcolleges, kennisclips en werkcolleges.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
20 februari 2024
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2022/2023
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Motorische ontwikkeling en motorisch leren

College 1 motorische ontwikkeling – Introductie
Hoe kunnen we motorische ontwikkeling van kinderen verklaren?
Motorische ontwikkeling: veranderingen in motorisch gedrag die gedurende de kindertijd
(0-20 jaar) zichtbaar zijn
 Processen die ten grondslag liggen aan deze veranderingen
 Factoren die de veranderingen in gedrag beïnvloeden
> waarom vertoont een kind een bepaalde vorm van nieuw gedrag op een bepaald
moment in de tijd?
> wat veroorzaakt dit nieuwe gedrag?
Genese: het ontstaan van iets nieuws
Ontogenese: de ontwikkeling van het individu
Fylogenese: ontwikkeling van de soort
Ontwikkeling: kwalitatieve veranderingen in gedrag die in de kindertijd zichtbaar worden
Kwalitatieve veranderingen: nieuwe vorm van gedrag zichtbaar worden
Leren: individuele veranderingen in het gedrag die het gevolg zijn van exogene factoren
Exogene factoren: omgevingsfactoren
Groei (rijping): kwantitatieve biologische veranderingen (tijdens ontwikkeling)
Kwantitatieve factoren: meer spieren, groter worden, meer hersencellen


Nature-nurture:
Nature: alle eigenschappen liggen besloten in het kind (veranderingen komen van binnenuit)
 Kennis ligt in genen
 Vooraf bepaalde ontwikkeling
Nurture: het kind start als tabula Rasa en wordt gevormd door opvoeding en onderwijs
 Kennis ligt opgeslagen in omgeving
 Nieuwheid door leren
 Leren is altijd mogelijk
Interactie: wederzijdse beïnvloeding van aangeboren structuren en omgevingsfactoren


Ontwikkeling: continu of discontinu
Continue ontwikkeling:
 Nieuwe gedrag komt voort uit eerder gedrag
 Groei en leren: kwantitatieve veranderingen

,Discontinue ontwikkeling:
 Nieuw gedrag komt voort uit nieuwe interne structuren
 Ontwikkeling: kwalitatieve veranderingen
Wat bepaalt of ontwikkeling continu of discontinu is?
 Soort gedrag
o Bijv. lengtegroei vs functioneel gedrag
 Tijdsframe waarbinnen gemeten wordt
o Meten gedurende weken/maanden: discontinue ontwikkeling
o Meten gedurende seconden/dagen: continue ontwikkeling

Theorieën overzicht:
Veld Theorie Onderzoeker
1900- 2e wereldoorlog
Ontwikkelingspsychologie Maturatietheorie/nativisme Gesell, Shirley,
McGraw
Na 2e WO – 1970

Physical Education Descriptief/maturatie Rarick, Piaget
Interactionisme
1970 – 1990

Ontwikkelingspsychologie Informatieverwerkingstheori
e
1990 – heden

Bewegingswetenschappen/kinesiology/ Dynamische systeem Thelen, Adolph Gibson
pscyhologie theorie
Perception-action
benadering


Maturatie theorie/Nativisme: Gesell, Shirley & McGraw
 Ontwikkeling = rijping van CZS
 Ontwikkeling wordt bepaald door endogene factoren
 Alle veranderingen liggen in de genen vast
 (McGraw neigde al veel naar interactionisme)
Empirisme:
 Ontwikkeling wordt bepaald door exogene factoren
 Ontwikkeling = leren
 Informatieverwerkingstheorie
 Social Learning theory (Bandura)
Interactionisme: Piaget, Rarick
 Ontwikkeling wordt bepaald door wederkerige Interactie tussen tussen individu en
omgeving (nature en nurture)
Dynamische systeem theorie: Thelen, Adolph
Perception-Action benadering: Gibson

,Kennisclip 1: De rijpingstheorie (maturation theory)
Rijpingstheorie (Arnold Gesell & Mary Shirley): nature bepaalt ontwikkeling,
nurture speelt geen rol.
Bewijs voor rijpingstheorie:
1. Ontwikkelingsrichting: ontwikkeling vindt plaats in vaste richting
o Cephalo-caudale richting: van hoofd tot voeten
o Proximo-distale: van romp naar voeten

> bij embryos: eerst van hoofd naar nek en dan van romp naar benen
 Armen ontwikkelen later > reikbewegingen voor baby’s moeilijk:
spierkracht ontbreken
2. Universele univariante ontwikkeling
o Univariant: ontwikkelingsvolgorde van motorische mijlpalen ligt vast
 Zitten > staan > kruipen > lopen
o Universeel: Kinderen doorlopen deze stages allemaal in dezelfde volgorde
3. Tweelingenonderzoek: geen verschillen tussen eeneiige tweelingen in motorische
mijlpalen
4. Beperkte invloed van oefening/training: geen bewijs dat training motorische
ontwikkeling kan bespoedigen
5. Beperkte invloed lichamelijke stoornis:
o Blinde kinderen: omgeving niet zien > juiste volgorde van motorische mijlpalen
(dit kan niet door de omgeving komen, want niet zichtbaar)
Wat pleit tegen de rijpingstheorie:
1. Cephalo-caudale principe zegt dat baby’s arm pas ver na geboorte kunnen bewegen
 Echografie: babys kunnen armen al bewegen naar hoofd na 14 weken (afwezigheid
zwaartekracht baarmoeder > minder spierkracht nodig)
 Als romp van baby’s voldoende ondersteund wordt > eerdere doelgerichte
reikbewegingen kunnen maken
2. Universele invariante ontwikkeling kan regressie niet verklaren
 Regressie: terugval in motorische ontwikkeling. Treedt op bij:
o Tijdens leren nieuwe vaardigheid
o Als lichaamsdelen snel groeien
o Gebrek aan inzet/motivatie
o Na falen
o Tijdens ziekte
3. McGraw: corticale inhibitie hypothese: baby’s laten na geboorte reflexen zien
(zuigreflex, stapreflex) > rijping van de cortex > inhibeert reflexen.
 Wel invloed van omgeving:
o Jimmy en Johny experiment: Johnny wordt intensief getraind in motorische
vaardigheden, Jimmy niet
 Geen verschil in fylogenetische vaardigheden
 Johnny veel beter in ontogenetische vaardigheden
Fyolgenetische vaardigheden: vaardigheden die karakteristiek zijn voor een soort
en noodzakelijk zijn voor normaal functioneren
Ontogenetische vaardigheden: vaardigheden die ontstaat door oefening
(rolschaatsen oid)

, 4. Training heeft effect:
 Afrikaanse landen: vanaf geboorte oefeningen met baby’s > baby’s gaan sneller
zitten en lopen (kruipen is gevaarlijk ivm slangen)
5. Aandoening heeft wel effect:
 Blinde kinderen doorlopen stages in zelfde volgorde als niet blinde kinderen, maar
doen dit wel veel later
 Deprivatie: Roemeense kinderen minder gestimuleerd en blijven daardoor meer in
bed > brein minder ontwikkelt dan brein van gezonde kinderen
Rijpingstheorie is dus geen goede theorie voor motorische ontwikkeling




Kennisclip 2: Ontwikkelingstheorie van Piaget
Piaget: rol van motorische ontwikkeling voor cognitieve
ontwikkeling. Cognitieve ontwikkeling opdelen in 4 stadia
1. Sensorimotorische stadium (0-2 jaar)
€10,48
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
anneliekewittekoek

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
anneliekewittekoek Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
6
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
4
Documenten
12
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen