Hoofdstuk 1 T&B
__________________________________________________________________________________
We gaan er vanuit dat mensen sociale wezen zijn die harmonieus of confictueus
samenleven met andere mensen.
Methodologie en leer
Methodenleer is het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale
wetenschappen inmiddels beschikken. Het is een ‘leer’ omdat er een innerlijke
samenhang is en omdat men zich in die methoden kan verdiepen en ze aan
anderen kan overdragen.
Methodologie omvat de methodeleer, maar is meer dan dat. Hierbij gaat het om
de wetenschap van de sociaalwetenschappelijke methoden.
Grondvormen benoemen
Relaties tussen probleeminstellingen en onderzoek ontwerpen.
Delen in een communicatieproces
Communicatie is belangrijk om zo een onderzoek en of publicatie te verbeteren.
Zender-boodschap-ontvanger model. Communicatie is een tweerichtingsmodel.
Voor zowel naar de ontvanger als naar de zender. Hierdoor ontspant directe of
indirecte terugkoppeling. Media zorgt voor bekendmaking. Communicatie
verloopt tussen wetenschappers, media en het publiek.
Onderscheid alledaags en wetenschappelijke kennis
Wetenschappelijke kennis is gebaseerd op empirische waarnemingen. Er wordt
gelet op meer dan alleen één aspect wat er wordt verteld. Er wordt bijvoorbeeld
ook gekeken naar gedrag etc. De alledaagse kennis is wat je makkelijk kunt leren
en weinig tot geen onderzoek voor hoeft te doen. Bij wetenschappelijke kennis
gaat het over het verdiepen en constant rekening houden met verschillende
regels, om zo nieuwe vragen te kunnen openen of kennis te kunnen controleren.
Valorisatie
Wetenschappers tonen aan dat hun wetenschappelijke inzichten ook van belang
zijn voor de maatschappij. Waardoor er meer publicatie en communicatie is met
een breder publiek. O.a. door media.
Verschillende aspecten wetenschappelijke integriteit
Het niet integer zijn voor onderdrukking. Mensenrechten en eerlijkheid staan
centraal. Belmont-rapport:
1. Respect voor personen, ( Respect for persons ) informeren en toestemmen
2. Goed doen. ( Benefcence ) Risico tot een minimum beperken. Wat u niet
wilt…
3. Gerechtigdheid ( Justice ) Het moet eerlijk verlopen.
Principes van integriteit:
1. Wetenschappers moeten eerlijk, zorgvuldig, en openhartig zijn.
2. Wetenschappers moeten betrouwbaar zijn.
3. Wetenschappelijke artikelen moeten controleerbaar zijn.
4. Wetenschappers dienen onpartijdig en objectief te zijn.
5. Wetenschappers moeten onafhankelijk van opdrachtgevers etc zijn.
6. Wetenschappers dienen altijd verantwoording te nemen voor hun onderzoek.
Aspecten van de ethiek mens gebonden onderzoek.
, Onderzoekers moeten zich ervan bewust zijn van de ethische vraagstukken die
samenhangen met de methodologie. Dus; uitbuiting vermijden, respect voor
personen, respect voor waardigheid, juist publiceren van voordelen en
bewijslasten, wetenschappelijke deugd, wetenschappelijk/sociaal/ en educatief
van belang, respect voor rechten en bepaalde interesses van de onderzochten.
Wetenschap is planmatig en systematisch, waarbij de uitkomst nooit vast staat.
1. Probleemstelling
2. Onderzoek ontwerp, opzet, gegevens, type mensen etc.
Hoofdstuk 2 T&B
_________________________________________________________________________________
Onderzoek bestaat ui een probleemstelling en een onderzoek ontwerp.
10 onderdelen van een onderzoeksplan
Zie pagina 33 schema 2.1!
Relatie tussen literatuuronderzoek en een probleemstelling
Bij een probleemstelling zijn er vragen opgekomen tijdens bijvoorbeeld het lezen
van wetenschappelijke artikelen, er missen stukjes waar jij meer van wilt weten.
Het kan dus beginnen met literatuuronderzoek. Literatuuronderzoek is ook
voorbereiding op een onderzoeksplan. Je zoekt hierbij naar relevante
onderzoeken die evt. kunnen bijdragen aan jouw onderzoek qua probleemstelling
en/of methoden. Of je kijkt of jouw onderzoek al eerder is uitgevoerd, kan evt.
aanpassen op een andere manier omdat voorafgaande methoden achterhaald
zijn en/of niet goed zijn verwerkt.
Probleemstelling bestaat uit een vraagstelling, doelstelling, evt.
theoretisch raamwerk, weergeven als een conceptueel model.
Probleemstelling is wat willen de onderzoekers weten en waarom. Vraagstelling is
de waarom of hoe iets in elkaar zit. De doelstelling geeft aan waarom je dit wil
weten, je vertelt je doel van het onderzoek. Het theoretisch raamwerk: vanuit
welk perspectief of wetenschappelijke theorie wordt de vraagstelling
beantwoord? Dit kan doormiddel van een schematische weergave. = conceptueel
model. Te denken aan een soort mindmap van relaties.
Vraagstelling van een onderzoek in een conceptueel model weergeven
Verschillen tussen beschrijvende, verklarende en voorspellende
vraagstellingen De beschrijvende vraagstelling beginnen vaak
met wie, wat voor, welke wanneer en hoe. Beschrijvende vraagstellingen zijn
divers, ze kunnen naar manieren maar ook naar getallen vragen. Wanneer twee
van deze getallen met elkaar worden vergeleken spreken we van beschrijvende
trendvraagstelling. Wanneer de beschrijvende vraagstelling zich afspeelt in twee
of meer landen spreken we van vergelijkende of comparatieve vraagstelling.
Bij verklarende beschrijving is het startpunt een verschijnsel waarvoor men
vervolgens 1 of meer verklaringen zoekt. Deze vraagstellingen zijn te herkennen
aan woorden zoals waarom, waardoor, hoe komt het dat en wat is de reden
daarvoor. Hierbij gaan onderzoekers vaak ten rade bij eerdere theoretische
inzichten om te komen tot zogenaamde hypothesen.
De voorspellende vraagstelling gaat om de concrete voorspelling van data die je
in het onderzoek verwacht aan te trefen. Het gaat dus niet om daadwerkelijke
__________________________________________________________________________________
We gaan er vanuit dat mensen sociale wezen zijn die harmonieus of confictueus
samenleven met andere mensen.
Methodologie en leer
Methodenleer is het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale
wetenschappen inmiddels beschikken. Het is een ‘leer’ omdat er een innerlijke
samenhang is en omdat men zich in die methoden kan verdiepen en ze aan
anderen kan overdragen.
Methodologie omvat de methodeleer, maar is meer dan dat. Hierbij gaat het om
de wetenschap van de sociaalwetenschappelijke methoden.
Grondvormen benoemen
Relaties tussen probleeminstellingen en onderzoek ontwerpen.
Delen in een communicatieproces
Communicatie is belangrijk om zo een onderzoek en of publicatie te verbeteren.
Zender-boodschap-ontvanger model. Communicatie is een tweerichtingsmodel.
Voor zowel naar de ontvanger als naar de zender. Hierdoor ontspant directe of
indirecte terugkoppeling. Media zorgt voor bekendmaking. Communicatie
verloopt tussen wetenschappers, media en het publiek.
Onderscheid alledaags en wetenschappelijke kennis
Wetenschappelijke kennis is gebaseerd op empirische waarnemingen. Er wordt
gelet op meer dan alleen één aspect wat er wordt verteld. Er wordt bijvoorbeeld
ook gekeken naar gedrag etc. De alledaagse kennis is wat je makkelijk kunt leren
en weinig tot geen onderzoek voor hoeft te doen. Bij wetenschappelijke kennis
gaat het over het verdiepen en constant rekening houden met verschillende
regels, om zo nieuwe vragen te kunnen openen of kennis te kunnen controleren.
Valorisatie
Wetenschappers tonen aan dat hun wetenschappelijke inzichten ook van belang
zijn voor de maatschappij. Waardoor er meer publicatie en communicatie is met
een breder publiek. O.a. door media.
Verschillende aspecten wetenschappelijke integriteit
Het niet integer zijn voor onderdrukking. Mensenrechten en eerlijkheid staan
centraal. Belmont-rapport:
1. Respect voor personen, ( Respect for persons ) informeren en toestemmen
2. Goed doen. ( Benefcence ) Risico tot een minimum beperken. Wat u niet
wilt…
3. Gerechtigdheid ( Justice ) Het moet eerlijk verlopen.
Principes van integriteit:
1. Wetenschappers moeten eerlijk, zorgvuldig, en openhartig zijn.
2. Wetenschappers moeten betrouwbaar zijn.
3. Wetenschappelijke artikelen moeten controleerbaar zijn.
4. Wetenschappers dienen onpartijdig en objectief te zijn.
5. Wetenschappers moeten onafhankelijk van opdrachtgevers etc zijn.
6. Wetenschappers dienen altijd verantwoording te nemen voor hun onderzoek.
Aspecten van de ethiek mens gebonden onderzoek.
, Onderzoekers moeten zich ervan bewust zijn van de ethische vraagstukken die
samenhangen met de methodologie. Dus; uitbuiting vermijden, respect voor
personen, respect voor waardigheid, juist publiceren van voordelen en
bewijslasten, wetenschappelijke deugd, wetenschappelijk/sociaal/ en educatief
van belang, respect voor rechten en bepaalde interesses van de onderzochten.
Wetenschap is planmatig en systematisch, waarbij de uitkomst nooit vast staat.
1. Probleemstelling
2. Onderzoek ontwerp, opzet, gegevens, type mensen etc.
Hoofdstuk 2 T&B
_________________________________________________________________________________
Onderzoek bestaat ui een probleemstelling en een onderzoek ontwerp.
10 onderdelen van een onderzoeksplan
Zie pagina 33 schema 2.1!
Relatie tussen literatuuronderzoek en een probleemstelling
Bij een probleemstelling zijn er vragen opgekomen tijdens bijvoorbeeld het lezen
van wetenschappelijke artikelen, er missen stukjes waar jij meer van wilt weten.
Het kan dus beginnen met literatuuronderzoek. Literatuuronderzoek is ook
voorbereiding op een onderzoeksplan. Je zoekt hierbij naar relevante
onderzoeken die evt. kunnen bijdragen aan jouw onderzoek qua probleemstelling
en/of methoden. Of je kijkt of jouw onderzoek al eerder is uitgevoerd, kan evt.
aanpassen op een andere manier omdat voorafgaande methoden achterhaald
zijn en/of niet goed zijn verwerkt.
Probleemstelling bestaat uit een vraagstelling, doelstelling, evt.
theoretisch raamwerk, weergeven als een conceptueel model.
Probleemstelling is wat willen de onderzoekers weten en waarom. Vraagstelling is
de waarom of hoe iets in elkaar zit. De doelstelling geeft aan waarom je dit wil
weten, je vertelt je doel van het onderzoek. Het theoretisch raamwerk: vanuit
welk perspectief of wetenschappelijke theorie wordt de vraagstelling
beantwoord? Dit kan doormiddel van een schematische weergave. = conceptueel
model. Te denken aan een soort mindmap van relaties.
Vraagstelling van een onderzoek in een conceptueel model weergeven
Verschillen tussen beschrijvende, verklarende en voorspellende
vraagstellingen De beschrijvende vraagstelling beginnen vaak
met wie, wat voor, welke wanneer en hoe. Beschrijvende vraagstellingen zijn
divers, ze kunnen naar manieren maar ook naar getallen vragen. Wanneer twee
van deze getallen met elkaar worden vergeleken spreken we van beschrijvende
trendvraagstelling. Wanneer de beschrijvende vraagstelling zich afspeelt in twee
of meer landen spreken we van vergelijkende of comparatieve vraagstelling.
Bij verklarende beschrijving is het startpunt een verschijnsel waarvoor men
vervolgens 1 of meer verklaringen zoekt. Deze vraagstellingen zijn te herkennen
aan woorden zoals waarom, waardoor, hoe komt het dat en wat is de reden
daarvoor. Hierbij gaan onderzoekers vaak ten rade bij eerdere theoretische
inzichten om te komen tot zogenaamde hypothesen.
De voorspellende vraagstelling gaat om de concrete voorspelling van data die je
in het onderzoek verwacht aan te trefen. Het gaat dus niet om daadwerkelijke