Algemene tumorleer:
Risicofactoren
Het ontstaan van een tumor staat onder invloed van erfelijke en omgevingsfactoren.
Weefsels kunnen geprikkeld en beschadigd worden door:
- chemische stofenn oals alcoholn teer en verkoold vlees
- ioniserende stralen oals röntgenstralen en onnestralen kunnen DNA-veranderingen
veroor aken
- chronische ontstekingen oals COPD en colits ulcerosa vormen een risicofactor
- bij ge wellen van borst en prostaat spelen geslachtshormonen een rol
- virusinfectes kunnen leiden tot baarmoederhalskankern leverkanker en wraten.
Meestal reageren weefsels op genoemde prikkels met een snellere celdeling.
Celeigenschappen
In het algemeen ijn menselijke cellen hoog gediferenteerdn dat wil eggen dat e
gespecialiseerd ijn op hun functe. Celdelingen ijn normaal streng gereguleerdn bij
volwassenen ijn er precies genoeg mitosen om verlie en aan te vullen.
Door carcinogenen (kankerverwekkers)n ioniserende straling en andere prikkels kan er wat
fout gaan in de celkern. Er kunnen stukken DNA die normaal afgedekt ijnn vrij komen te
liggen. Hierdoor kan voor het weefseltype ongewone erfelijke informate tot uitng komen.
Dit betekent verlies van diferentate.
Bepaalde tumoren gaan iets afwijkends makenn waardoor e makkelijker op te sporen ijn.
Zo vormt borstkanker vaak kenmerkende microcalcifcates (kalkspatjes). De ontaarde cellen
gebruiken dan blijkbaar DNA-codesn bestemd voor botweefsel.
Sommige ge wellen maken tumormarkers (stofen die kenmerkend ijn voor bepaalde
tumoren). Zo worden bij prostaatumoren gewoonlijk PSA gevonden in het bloed en de dikke
darmkanker produceert vaak CEA.
Normale celdelingen worden gereguleerd door stukken DNAn die groeigenen genoemd
kunnen worden. De e kunnen ontregeld raken door langdurige chemische prikkelingn
hormonale stmulaten stralingsschade enoof chronische ontstekingen. Wanneer groeigenen
vrij spel krijgen kunnen cellen ongecontroleerd gaan delen.
Het immuunsysteem kan tumorcellen herkennen als er ook aan het celoppervlak afwijkende
antgenen komen. Na herkenning kunnende afwijkende cellen door leukocyten worden
opgeruimd. Mensen met een goed werkend immuunsysteem hebben een kleine kans om
kanker te ontwikkelenn bij mensen met een wakke afweer door aanlegn stress of aids is de
kans op tumoren groter.
Benigne tumoren (goedaardig)
Goedaardige ge wellen groeien net als kwaadaardige autonoom. Een benigne tumor drukt
daarbij de omringende weefsels op ij (expansieve groei). Gewoonlijk is een goedaardig
ge wel een afgeronde massa met een kapsel erom. Er treedt geen metastasering (uit aaiing)
op omdat het ge wel niet door lymfevaten en bloedvaten groeit. De cellen van benigne
tumoren ijn nog redelijk gediferenteerd.
Naamgeving
Goedaardige ge wellen worden genoemd naar het weefsel waarvan e afomstg ijn met
daarachter –oom.