C, Domein E, Domein G | Samenvatting
Inhoudsopgave
DOMEIN A: VAARDIGHEDEN ......................................................................................................... 2
HOOFDSTUK 3: BALANS EN WINST– EN VERLIESREKENING........................................................................... 2
DOMEIN C:FINANCIERING VAN ACTIVITEITEN................................................................................ 4
HOOFDSTUK 9: RECHTSVORMEN .......................................................................................................... 4
HOOFDSTUK 10: VERMOGENSMARKT .................................................................................................... 6
HOOFDSTUK 11: EIGEN VERMOGEN ...................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 12: LANG VREEMD VERMOGEN ......................................................................................... 10
HOOFDSTUK 13: KORT VREEMD VERMOGEN ......................................................................................... 11
HOOFDSTUK 14 + 15 + 16: ENKELVOUDIGE INTEREST, SAMENGESTELDE INTEREST, RENTEN .............................. 13
DOMEIN E:FINANCIEEL BELEID .................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 21: VOORRAADWAARDERING ........................................................................................... 14
HOOFDSTUK 22: KOSTEN VAN DUURZAME PRODUCTIEMIDDELEN ............................................................... 15
HOOFDSTUK 23: BRUTOWINSTOPSLAGMETHODE ................................................................................... 16
HOOFDSTUK 24: NETTOWINSTOPSLAGMETHODE.................................................................................... 16
HOOFDSTUK 25: BREAK-EVENANALYSE ................................................................................................ 16
HOOFDSTUK 26: KOSTEN EN RESULTATEN IN DE INDUSTRIËLE ONDERNEMING................................................ 18
HOOFDSTUK 27: VOORCALCULATIE BIJ ONDERNEMINGEN MET HOMOGENE PRODUCTEN .................................. 20
HOOFDSTUK 28: NACALCULATIE BIJ ONDERNEMINGEN MET HOMOGENE PRODUCTEN ...................................... 21
HOOFDSTUK 29: ONDERNEMINGEN MET HETEROGENE PRODUCTEN!!! ........................................................ 22
HOOFDSTUK 30: INTERNE VERSLAGGEVING ........................................................................................... 22
HOOFDSTUK 32: NIET COMMERCIËLE ORGANISATIES............................................................................... 24
DOMEIN G:EXTERNE FINANCIËLE VERSLAGGEVING...................................................................... 26
HOOFDSTUK 38: INLEIDING EXTERNE VERSLAGGEVING ............................................................................. 26
HOOFDSTUK 39: REGELS VOOR DE ACTIVA ............................................................................................ 27
HOOFDSTUK 40: REGELS VOOR DE PASSIVA........................................................................................... 28
HOOFDSTUK 41: REGELS VOOR DE WINST- EN VERLIESREKENING ................................................................ 29
HOOFDSTUK 42: LIQUIDITEITSKENGETALLEN EN CASHFLOW....................................................................... 30
HOOFDSTUK 43: OVERIGE KENGETALLEN .............................................................................................. 31
HOOFDSTUK 44: INVESTERINGSSELECTIE .............................................................................................. 32
,Domein A: Vaardigheden
Hoofdstuk 3: Balans en winst– en verliesrekening
BALANS
Debet (Bezit) Credit (eigen vermogen + schulden)
Vaste activa (VA) – goederen die meer dan Eigen vermogen (EV) -
één productieproces of productiejaar
meegaan
• Grond
• Terreinen
• Gebouwen
• Winkel
• Machines
• Auto’s inventaris
• Lening u/g (uitgeleend geld)
Vlottende activa (VLA) – Kapitaalgoederen Lang vreemd vermogen (LVV) – heeft een
die maar één productieproces of minder dan looptijd (Veel) langer dan één jaar
één productiejaar meegaan • Hypothecaire lening
• Voorraden • Lening o/g (opgenomen geld)
• Debiteuren
Liquide middelen (LM) – middelen waarmee Kort vreemd vermogen (KVV) – heeft een
we kunnen betalen looptijd op korte termijn
• Tegoeden bij de bank • Crediteuren
• Bedrag in kas • Bank
Enkele termen om de balans ^^^^^^ beter te begrijpen:
Kapitaalgoederen: bezittingen die een onderneming nodig heeft om te bestaan.
Eigen vermogen: het vermogen dat de ondernemer zelf inbrengt.
Vreemd vermogen: Het vermogen dat de ondernemer leent.
Balans: Geeft een overzicht van de bezittingen en het eigen en vreemd
vermogen van een onderneming op een bepaald moment.
Tijdelijk vermogen: vreemd vermogen is altijd tijdelijk vermogen
Permanent vermogen: eigen vermogen is altijd permanent vermogen
Mutaties met de balans
• Links en rechts altijd gelijk!
• + en – gebruiken
WINST- EN VERLIESREKENING
Winst-verlies rekening is een overzicht van een bepaalde periode.
Posten:
, Debet (Bezit) Credit (eigen vermogen + schulden)
Inkoopwaarde van de omzet Omzet
Kosten: Renteopbrengst
• Onderhoudskosten Huuropbrengst
• Rentekosten/interestkosten
• Energiekosten
• Loonkosten
• Huurkosten
• Afschrijvingskosten
• Telefoonkosten
Nettowinst Verlies
Twee soorten mutaties:
Scontrovorm:
Debet (Bezit) Credit (eigen vermogen + schulden)
Inkoopwaarde van de omzet = €0,10 Omzet €1,00
Kosten:
• Energie €0,10
• Loon €0,10
• Interest €0,10
Nettowinst €0,60 Verlies €,-
Paginavorm:
Omzet €1,00
- Inkoopwaarde van de omzet €0,10 -
Brutowinst €0,90
- kosten €0,30 –
Nettowinst €0,60
Mutaties met de balans
• Links en rechts hoeft niet gelijk te zijn
• + en – niet gebruiken
, Domein C:Financiering van activiteiten
Hoofdstuk 9: Rechtsvormen
Natuurlijk persoon: Is een echt persoon die meedoet aan het rechtsverkeer en daardoor
rechten en plichten heeft.
Rechtspersoon: Is een organisatie die net als een natuurlijk persoon rechten en plichten
heeft, deze kan eigen bezittingen en schulden hebben.
Zakelijk vermogen Alle bezittingen die de eigenaar in de zaak heeft zitten.
Faillissement wordt door de rechtbank uitgesproken als de ondernemer niet meer in staat is
de schulden te betalen.
Surseance van betaling houdt in dat ondernemer een bepaalde periode uitstel van betaling
krijgt.
Soort Rechtspersoonlijkheid Bereidheid tot Commercieel Aansprakelijkheid
financieren
Eenmanszaak Geen Laag wel Ligt bij de
rechtspersoonlijkheid eigenaar
Vennootschap Geen Minder laag wel Ligt bij de
onder firma rechtspersoonlijkheid vennoten
(VOF) (eigenaren)
Besloten rechtspersoonlijkheid Hoog (aandelen) wel Ligt bij de
Vennootschap rechtspersoon
(BV)
Naamloze rechtspersoonlijkheid Hoog (aandelen) wel Ligt bij de
Vennootschap rechtspersoon
(NV)
Vereniging rechtspersoonlijkheid Licht aan het niet Ligt bij de
aantal mensen rechtspersoon
dat lid wilt
worden
Stichting rechtspersoonlijkheid Licht aan niet Ligt bij de
interesse voor rechtspersoon
stichting →
Donaties,
subsidies,
leningen
Eenmanszaak
• Om te voorkomen dat het privévermogen wordt gebruikt bij faillissement kunnen er
huwelijkse voorwaarden worden opgesteld.
• Ondernemer kan personeel aannemen