Module 1.6 Psychologie
Kennisclip: Depressie en psychologische behandeling (PSY)
Welke psychische stoornissen komen het meeste voor?
1. Stemmingsstoornis
- Depressieve stoornis
- Gysthymie
- Bipolaire stoornis
1. Angststoornis
2. Middelenstoornis
Depressie
- Alles waar iemand aan denkt is zwart, het zelf beeld is zwart, het
verleden is zwart, de toekomst is zwart. Dit omschrijft het gevoel
van een depressieve stoornis.
Depressie volgends DSM-5
A. Je moet minimaal 5 of meer symptomen hebben van dit rijtje.
1. Sombere stemming, gedurende het grootste deel van de dag en bijna elke dag.
2. Duidelijk verminderd(e) interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten.
3. Significant gewichtsverlies of gewichtstoename.
4. Insomnia of hypersomnia.
5. Psychomotorische agitatie of vertraging.
6. Vermoeidheid of verlies van energie.
7. Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
8. Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid.
9. Recidiverende gedachten aan de dood.
B. De symptomen veroorzaken een beperking in het functioneren.
Diagnose stellen
Huisarts:
- Iemand meld zich aan bij de huisarts met klachten.
- Huisarts verwijst hem door naar de psycholoog.
Gesprek bij psycholoog:
- Anamnese (waar heb je last van, wanneer heb je er last van, hoe is het ontstaan, wat
voor jeugd heb je gehad)
- Soms hetero-anamnese (gaat er een belangrijk persoon mee PAPA, MAMA)
- Observeren (zie je er verzorgd uit, hoe kleed iemand zich, kom je energiek over of
vermoeid)
- Assessments (diagnostisch instrument = vragenlijst om te kijken of je voldoet aan de
DSM-5 kriteria)
, Module 1.6 Psychologie
Mini assessment: Mini-international neuropsychiatric interview
Het is een instrument om te kijken of iemand last heeft van bepaalde psychische aandoeningen.
Hierbij staan de 17 meest voorkomende diagnoses op een rij en kan je kijken welke diagnose het
beste past bij jou klachten.
Maybergs depressie model
Het model gaat heel erg in op de biologische visie.
Biologische kwetsbaarheid die mensen kunnen hebben voor een depressie.
Biologische aanleg: sommige mensen zijn biologische kwetsbaarder als andere (vrouwen,
als je moeder het heb dan krijg jij het ook)
Stemming regulerende circuits: de hersenen functioneren anders, limbische systeem, hippocampus
en amygdala.
Externe stressfactoren: heftige dingen mee maken (scheiden, overlijd, traumatische gebeurtenissen,
grote veranderingen in je leven plaats vindt)
Deze 3 factoren hebben invloed op elkaar en dat kan veroorzaken op een depressie.
Ook hebben de volgende onderdelen invloed op een depressie:
Psychische aspecten (bepaalde gedachtes, cognities, zelfbeeld, leergeschiedenis zoals
opvoeding)
Gedragsmatige aspecten (coping)
Sociale aspecten (omgeving/steun etc)
Kennisclip: Depressie en psychologische behandeling (PSY)
Welke psychische stoornissen komen het meeste voor?
1. Stemmingsstoornis
- Depressieve stoornis
- Gysthymie
- Bipolaire stoornis
1. Angststoornis
2. Middelenstoornis
Depressie
- Alles waar iemand aan denkt is zwart, het zelf beeld is zwart, het
verleden is zwart, de toekomst is zwart. Dit omschrijft het gevoel
van een depressieve stoornis.
Depressie volgends DSM-5
A. Je moet minimaal 5 of meer symptomen hebben van dit rijtje.
1. Sombere stemming, gedurende het grootste deel van de dag en bijna elke dag.
2. Duidelijk verminderd(e) interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten.
3. Significant gewichtsverlies of gewichtstoename.
4. Insomnia of hypersomnia.
5. Psychomotorische agitatie of vertraging.
6. Vermoeidheid of verlies van energie.
7. Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
8. Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid.
9. Recidiverende gedachten aan de dood.
B. De symptomen veroorzaken een beperking in het functioneren.
Diagnose stellen
Huisarts:
- Iemand meld zich aan bij de huisarts met klachten.
- Huisarts verwijst hem door naar de psycholoog.
Gesprek bij psycholoog:
- Anamnese (waar heb je last van, wanneer heb je er last van, hoe is het ontstaan, wat
voor jeugd heb je gehad)
- Soms hetero-anamnese (gaat er een belangrijk persoon mee PAPA, MAMA)
- Observeren (zie je er verzorgd uit, hoe kleed iemand zich, kom je energiek over of
vermoeid)
- Assessments (diagnostisch instrument = vragenlijst om te kijken of je voldoet aan de
DSM-5 kriteria)
, Module 1.6 Psychologie
Mini assessment: Mini-international neuropsychiatric interview
Het is een instrument om te kijken of iemand last heeft van bepaalde psychische aandoeningen.
Hierbij staan de 17 meest voorkomende diagnoses op een rij en kan je kijken welke diagnose het
beste past bij jou klachten.
Maybergs depressie model
Het model gaat heel erg in op de biologische visie.
Biologische kwetsbaarheid die mensen kunnen hebben voor een depressie.
Biologische aanleg: sommige mensen zijn biologische kwetsbaarder als andere (vrouwen,
als je moeder het heb dan krijg jij het ook)
Stemming regulerende circuits: de hersenen functioneren anders, limbische systeem, hippocampus
en amygdala.
Externe stressfactoren: heftige dingen mee maken (scheiden, overlijd, traumatische gebeurtenissen,
grote veranderingen in je leven plaats vindt)
Deze 3 factoren hebben invloed op elkaar en dat kan veroorzaken op een depressie.
Ook hebben de volgende onderdelen invloed op een depressie:
Psychische aspecten (bepaalde gedachtes, cognities, zelfbeeld, leergeschiedenis zoals
opvoeding)
Gedragsmatige aspecten (coping)
Sociale aspecten (omgeving/steun etc)