Module 25 Verslaggeving stichting en vereniging
Stichtingen en verenigingen hebben een niet-commercieel doel, maar mogen wel
winst maken. Die moet ten goede komen aan de doelstelling van de
stichting/vereniging.
Ze moeten elk jaar een staat van baten en lasten opstellen.
Een kascommissie die minstens uit 2 leden bestaat moet de balans en staat van
baten en lasten controleren
Inkomsten/ontvangsten : alle binnenkomende betalingen per kas of via de bank.
Uitgaven : alle uitgaande betalingen per kas of via de bank.
Kasboek : in een kasboek worden alle ontvangsten en uitgaven geregistreerd.
Kassaldo / kasstroom : het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven in een
bepaalde periode.
Baten : opbrengsten van niet-commerciële organisaties. Ze worden toegerekend aan
de periode waarin ze zijn behaald. Contributies / donaties / subsidies.
Lasten : kosten van niet-commerciële organisaties. Het toerekenen van lasten staat
los van het betaalmoment. Zo kan de zaalhuur voor een periode worden
vooruitbetaald maar achteraf betalen is ook mogelijk.
Voordelig saldo: positief resultaat / winst, de baten zijn groter dan de lasten.
Nadelig saldo: negatief resultaat / verlies, de lasten zijn groter dan de baten.
Staat van meer en minder / resultatenrekening / exploitatierekening :
systematisch overzicht van de baten en lasten van een bepaalde periode.
Balans : overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van een
organisatie op dat moment.
Debet zijde / activa : bezettingen van een organisatie. De bezittingen zijn te
verdelen in vaste activa, vlottende activa en liquide middelen.
Vaste activa : bezittingen die langer dan een jaar meegaan.
Vlottende activa : bezittingen die korter dan een jaar in de organisatie aanwezig
zijn.
Voorraden ; door te verkopen daalt de waarde ervan op de balans
Vorderingen ; nog te ontvangen, nog te betalen, vooruitbetaald
(vooruitbetaalde huur etc)
Effecten ; tijdelijke beleggingen in bijv. aandelen en obligaties.
Liquide middelen : betaalmiddelen.
Stichtingen en verenigingen hebben een niet-commercieel doel, maar mogen wel
winst maken. Die moet ten goede komen aan de doelstelling van de
stichting/vereniging.
Ze moeten elk jaar een staat van baten en lasten opstellen.
Een kascommissie die minstens uit 2 leden bestaat moet de balans en staat van
baten en lasten controleren
Inkomsten/ontvangsten : alle binnenkomende betalingen per kas of via de bank.
Uitgaven : alle uitgaande betalingen per kas of via de bank.
Kasboek : in een kasboek worden alle ontvangsten en uitgaven geregistreerd.
Kassaldo / kasstroom : het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven in een
bepaalde periode.
Baten : opbrengsten van niet-commerciële organisaties. Ze worden toegerekend aan
de periode waarin ze zijn behaald. Contributies / donaties / subsidies.
Lasten : kosten van niet-commerciële organisaties. Het toerekenen van lasten staat
los van het betaalmoment. Zo kan de zaalhuur voor een periode worden
vooruitbetaald maar achteraf betalen is ook mogelijk.
Voordelig saldo: positief resultaat / winst, de baten zijn groter dan de lasten.
Nadelig saldo: negatief resultaat / verlies, de lasten zijn groter dan de baten.
Staat van meer en minder / resultatenrekening / exploitatierekening :
systematisch overzicht van de baten en lasten van een bepaalde periode.
Balans : overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van een
organisatie op dat moment.
Debet zijde / activa : bezettingen van een organisatie. De bezittingen zijn te
verdelen in vaste activa, vlottende activa en liquide middelen.
Vaste activa : bezittingen die langer dan een jaar meegaan.
Vlottende activa : bezittingen die korter dan een jaar in de organisatie aanwezig
zijn.
Voorraden ; door te verkopen daalt de waarde ervan op de balans
Vorderingen ; nog te ontvangen, nog te betalen, vooruitbetaald
(vooruitbetaalde huur etc)
Effecten ; tijdelijke beleggingen in bijv. aandelen en obligaties.
Liquide middelen : betaalmiddelen.