STUDENTINFORMATIE
Student Praktijkschool
Studentnummer 713021 Groep 8
Datum 04/10/2023 Aantal leerlingen 27
Onderwerp Voltooid deelwoord en voltooide/onvoltooide tijd Naam praktijkbegeleider
Vakgebied Taal Paraaf praktijkbegeleider
PERSOONLIJKE DOELEN
Wat wil je zelf gaan leren?
Welke persoonlijke leerdoelen uit je POP, reflecties e.d. hebben extra aandacht in deze les? Beschrijf dit zo concreet mogelijk.
1. Orde houden in de klas. De kinderen moeten al hun aandacht steken in mijn les en niet met andere dingen bezig zijn en ze moeten stil zijn als ik het aan
hen vraag.
2. Duidelijk zijn wat ik van de leerlingen verwacht.
3. Ervoor zorgen dat de leerlingen aan het einde van mijn uitleg begrijpen wat ze moeten doen.
LESDOELEN (SMART):
Wat leren de leerlingen tijdens deze les? Wat moeten de kinderen kennen en kunnen aan het einde van de les (serie, cyclus)?
SMART formuleren: Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden. Is het doel passend bij de leeftijdsgroep en bij de beginsituatie?
Gebruik gedragstermen om het ‘meetbaar’ te maken: opnoemen, uitleggen, aanwijzen, maken, ….
((Zie: Leerdoelen formuleren op LNE)
1. De leerlingen weten wat een voltooid deelwoord is en wat voltooide/onvoltooide tijd is.
2. De leerlingen kunnen zelfstandig aan de slag met de opdrachten uit het werkboek na mijn uitleg.
3. De leerlingen begrijpen hoe ´t kofschip x werkt (werkwoordspelling).
Student Praktijkschool
Studentnummer 713021 Groep 8
Datum 04/10/2023 Aantal leerlingen 27
Onderwerp Voltooid deelwoord en voltooide/onvoltooide tijd Naam praktijkbegeleider
Vakgebied Taal Paraaf praktijkbegeleider
PERSOONLIJKE DOELEN
Wat wil je zelf gaan leren?
Welke persoonlijke leerdoelen uit je POP, reflecties e.d. hebben extra aandacht in deze les? Beschrijf dit zo concreet mogelijk.
1. Orde houden in de klas. De kinderen moeten al hun aandacht steken in mijn les en niet met andere dingen bezig zijn en ze moeten stil zijn als ik het aan
hen vraag.
2. Duidelijk zijn wat ik van de leerlingen verwacht.
3. Ervoor zorgen dat de leerlingen aan het einde van mijn uitleg begrijpen wat ze moeten doen.
LESDOELEN (SMART):
Wat leren de leerlingen tijdens deze les? Wat moeten de kinderen kennen en kunnen aan het einde van de les (serie, cyclus)?
SMART formuleren: Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden. Is het doel passend bij de leeftijdsgroep en bij de beginsituatie?
Gebruik gedragstermen om het ‘meetbaar’ te maken: opnoemen, uitleggen, aanwijzen, maken, ….
((Zie: Leerdoelen formuleren op LNE)
1. De leerlingen weten wat een voltooid deelwoord is en wat voltooide/onvoltooide tijd is.
2. De leerlingen kunnen zelfstandig aan de slag met de opdrachten uit het werkboek na mijn uitleg.
3. De leerlingen begrijpen hoe ´t kofschip x werkt (werkwoordspelling).