Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 34 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Literatuur Syllabus Bedrijfswetenschappen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 34 pagina's

Literatuur Syllabus Bedrijfswetenschappen, Universiteit Leiden

Voorbeeld van de inhoud

Syllabus Bedrijfswetenschappen

Hoofdstuk 1: Bedrijfswetenschappelijke perspectieven op de
onderneming

De onderneming
- HR Naaischool-arrest: een zaak, die men opzet of drijft, om geldelijke voordelen te
behalen. Winstbejag is doel en onderneming is het middel.
- Onderneming is entiteit waarmee:
1. Zelfstandig wordt deelgenomen aan economisch verkeer
2. Met de bedoeling winst te behalen door
3. Georganiseerde aanwending van productiefactoren
- Productie: combineren en transformeren van productiefactoren ter verhoging van de
welvaart.
- Organisatie: een samenwerking tussen mensen die onder opoffering van schaarse
middelen streeft naar waardecreatie.
- Elk van de bij de onderneming betrokken groep van belanghebbenden levert een
bijdrage waarvoor een vergoeding verkregen wordt.
- Onderneming is zelfstandig als zij het samenwerkingsverband in stand kan houden
door de stakeholders voldoende te belonen voor hun bijdragen. Mogelijk als
onderneming waarde creëert. Stakeholders bepaalde eisen stellen.
- Ondernemingen met te hoge beloningen hebben moeite met bankkrediet te krijgen.
- Elke participant is een contractpartij. Contractuele verhoudingen vormen een
conglomeraat van prestaties en tegenprestaties.
- Onderneming is economisch gezien zelfstandig als waarde die bij verkoop of levering
door afnemer aan output wordt toegekend hoger is dan de waarde van de input.
- Continuïteit is afhankelijk van vraag of onderneming waarde creëert. Hieruit immers
vergoedingen betaald worden.
- Continuïteitsveronderstelling, of going-concern principle: van betekenis voor wijze van
waardering van bezittingen van een onderneming. Belangrijk voor opstellen
jaarrekening.

- Verklaring voor ondernemingen ligt in transactiekosten. Transactiekostentheorie.
- Markten maken uitwisseling van bronnen tussen individuen mogelijk. Onderneming is
ook soort coördinatiemechanisme; op basis van hiërarchische verhoudingen.
- Markt en onderneming zijn alternatieve coördinatiesystemen.
- Markten zijn imperfect; deelnemers beschikken over verschillende informatie.
Transacties zijn niet kosteloos.
- Soms activiteiten beter in een onderneming, namelijk als transactiekosten kan worden
bespaard.
- Economische organisatietheorie: kosten die contracterende partijen maken bij
uitwisseling van bronnen staan centraal.

Vakgebieden van bedrijfseconomie
1. Strategie en marketing (externe organisatie)
2. Interne organisatie
3. Kosten, waarde en winst (accounting)
4. Financiering

Strategie, marketing en interne organisatie
- Bij externe organisatie worden de verschijnselen van inkoop- en verkoopmarkten in
verhouding tot een zich positionerende onderneming in kaart gebracht.

,- Leer van externe organisatie of marketing: uit beschrijving van marktverschijnselen,
maatschappelijke behoefte bepalen.

- Voordelen ontstaan als afzonderlijke deelbewerkingen worden verricht door
ondernemingen die zich op die deelbewerkingen hebben gespecialiseerd.
- Bedrijfskolom: schematische voorstelling van de weg die een product aflegt van
oerproducent tot de uiteindelijke consument.
- Onderneming als taak het voortstuwen van goederen in bedrijfskolom.
- Value chain: alle schakels samen. Elke schakel transformeert bronnen en voegt waarde
toe.
- Onderneming moet haar bronnen afstemmen op omgeving, behoeften van
consumenten staan centraal.

- Terrein van interne organisatie, is de verschillende processen in een onderneming.
Volgende fases:
1. Plannen
2. Organiseren
3. Dirigeren
4. Controleren
- Functiescheiding is een belangrijke rol. Gelaagdheid zorgt voor checks and balances in
de onderneming.
- Koppeling van interne bronnen met de omgeving vereist keuzes waarop de
onderneming zich specialiseert.  entrepreneurial element van onderneming.
- Business model concept: beschrijft hoe ondernemingen waarde creëren, ontwikkelen en
innen.

Kosten, winst en financiering
- Aanschaf van productiefactoren  aangewend tijdens productieproces.
- Input omgevormd tot een output die op verkoopmarkt wordt verkocht.
- Bij aanwenden van input worden de productiemiddelen opgeofferd. Zo waarde
verloren. Deze offers vormen onderwerp van kostentheorie.
- Opgeofferde waarden zijn de kosten, en de verkregen waarden de opbrengsten.
- Als input wordt aangeschaft, ontstaat een basis voor uitgaaf. Op termijn hier een
ontvangst tegenover als tegenwaarde van output.
- Tijdsverschil tussen uitgaven en ontvangsten, kan worden opgevangen door kasgeld,
bankkrediet of betaling van input uitstellen.
- Financieringsalternatieven verschillen per type onderneming.




- Financieringstheorie beschouwt onderneming als verzameling onderling
samenhangende geldstromen.

,- Onderneming zet gedurende een periode een stroom van productiefactoren (input)
met behulp van een productiefunctie om in stroom van eindproducten (output) in de
reële micro economie en zet huidig geld om in toekomstig geld met behulp van de
investeringsfunctie in financiële micro economie.
- Onderneming investeert vermogen van beleggers in bronnen of middelen waarin op
termijn ontvangsten voortvloeien. Uitkeren of herinvesteren.
- Opportunity costs: als voor een alternatief wordt gekozen dan gaan daarmee andere
alternatieven verloren. Het zijn de opbrengsten van het beste niet gekozen alternatief.
- Bij NV lopen aandeelhouders meeste risico  aangenomen dat zij risico-avers zijn.
- Risico verminderen door bezit te spreiden door aanhouden van aandelen in
verschillende vennootschappen. Dit kan kosteloos dus niet voor totale risico
compenseren. Alleen risico dat niet door diversificatie kan elimineren.
- Bij NV specialisatie door ontkoppeling van leiding en eigendom.

- Faillissement en overname zijn mechanismen om slecht presterende ondernemingen
tot presteren aan te zetten.
- Evolutionaire argument weerspiegeld in mechanisme van faillissement, arbitrage
mechanisme in overname.
- Beleggers nemen winstkansen waar. Aandelen opkopen, management ontslaan, nieuwe
managers aanstellen en aandelen weer verkopen.
- Beschermingsconstructies die overnames belemmeren, verminderen de tucht van de
markt en verminderen de waarde van de aandelen.  ondernemingen moeilijker aandelen
uitgeven. Waardevernietigende ondernemingen blijven langer bestaan.

- In stroommodel worden aanspraken van stakeholders direct afgewikkeld. Gedaan via
verkregen waarde van output.
- Als onderneming levensvatbaar is, dan aanspraken nagekomen door in later stadium
verkochte bronnen. Anders bezittingen verkocht.
- Belangrijke voorwaarde die moet zijn vervuld om als bezit te kwalificeren is dat er een
verwacht toekomstig voordeel is als de bron wordt verbruikt of verkocht.
Dekkingswaarde voor schulden.
- Marktwaarde van onderneming is schatting van contant gemaakte toekomstige
kasstromen die de bronnen genereren
- Going concern waarde is gebaseerd op de aanname dat de bezittingen in de toekomst
minimaal tegen de inkoopprijs worden verkocht
- Liquidatiewaarde is de waarde waartegen de bezittingen op dit moment te gelde
kunnen worden gemaakt.

De accounting: stroom- en voorraadgrootheden
- Voorraden: geeft positie van bezittingen en schulden en saldo daartussen – eigen
vermogen – aan op een bepaald moment.
- Voorraden dienen om eventuele onevenwichtigheden op te vangen.
- Twee algemene redenen voor bestaan voorraden:
1. Omzetting van input naar output is nog niet voltooid.
2. Contracten nog niet financieel zijn afgewikkeld.

- Stroom bestaat uit een aantal eenheden per periode (periodegrootheid).
- Voorraad is het aantal aanwezige eenheden op een bepaald tijdstip (tijdstipgrootheid).
- Elke stroom zal een verandering teweegbrengen in voorraad waarop stroom
betrekking heeft.

, - Aanschaf van input brengt
uitgaven met zich mee, maar
hoeft niet te leiden tot kosten in
dezelfde periode.
- Uitgaaf: betaling; uitstroom
liquide middelen
- Kostenpost: verband met gebruiken, opofferen en verkopen bezit.
- Uitgaven verbonden met verkrijgen van input moeten worden toegerekend aan de
perioden waarin van deze input gebruik kan worden gemaakt.
- 4 aspecten bij verbandformules:
1. Financiële stromen
2. Fysieke stromen
3. Financiële voorraden
4. Fysieke voorraden
- Weergegeven in overzichten en geven inzicht in financiële positie.
- Overzichten geven antwoord op volgende vragen:
- Wat is de verandering in kasgeld van onderneming? (stroom)  kasstroomoverzicht
- Wat is de verandering in waarde van onderneming, of winst van onderneming?
(stroom)  winst- en verliesrekening
- Wat is waarde van onderneming? (voorraad)  balans

Voorbeeld
Iemand wil handelen in speelgoedauto’s. Op een dag begint hij met € 100 te “investeren” in
de kas van de onderneming. Na de “oprichting van de onderneming” koopt hij een partij
speelgoedauto’s voor € 100. Hij verkoopt de helft van deze auto’s voor € 70. Hoe zien de
financiële overzichten er uit aan het einde van de eerste dag?
Aan het begin van de dag ziet de balans, na inleg van € 100 er als volgt uit:
Balans begin:
Kas € 100
Waarde (bezittingen) € 100

- Voor de berekening van de (boek)waarde van de onderneming wordt de waarde van alle
bezittingen opgeteld.
- Deze waarde is gelijk aan de claim van de eigenaar/ondernemer op zijn onderneming.
Deze claim wordt het eigen vermogen genoemd.
- Op het moment dat de ondernemer zijn onderneming opricht - of de aandeelhouder gaat
deelnemen aan het samenwerkingsverband - is de boekwaarde veelal gelijk aan de
economische waarde.

Het kasstroomoverzicht over de eerste dag luidt:
Inkoop (uitgaaf) = 100
Verkoop (ontvangst) = 70
Kasmutatie = 30

De winst- en verliesrekening over de eerste dag luidt:
Verkopen (opbrengst) € 70
Kosten (0,5 * 100) -/- € 50
Winst € 20

De balans aan het eind van de eerste dag ziet er als volgt uit:
Kas = 70

Documentinformatie

Geüpload op
14 maart 2018
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2016/2017
Type
Samenvatting
€4,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
6
Volgers
6
Items
22
Laatst verkocht
4 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen