Kleine brokkenpiloot
Vijf tot tien proces van de kinderen in Nederland lijdt aan Development Coördination
Disorder (DCD). Wat betekent dit voor het dagelijks leven van deze kinderen en hoe kunnen
wij hier beter mee omgaan.
Kinderen met DCD lijden aan een stoornis in de ontwikkeling van hun bewegingscoördinatie.
Dit is een verzamelnaam voor verschillende kenmerken:
(Licht) gestoorde motorische functies
o Lage spierspanning
o Coördinatieproblemen
o Bewegingsonrust
o Problemen met fijn motorische vaardigheden (schrijven)
Moeite met automatiseren van handelingen
Problemen met plannen en organiseren
Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM IV) is DCD/dyspraxie
te herkennen aan de volgende kenmerken:
1. De uitvoering van dagelijkse handelingen, welke motorische coördinatie vereisen, is
beduidend slechter dan verwacht, gezien de chronologische leeftijd van een kind en
het gemeten intelligentieniveau. Dit kan tot uiting komen in het later bereiken van
motorische mijlpalen, laten vallen van voorwerpen, houterigheid, slechte prestaties
bij sport of een slecht handschrift.
2. De aandoening beïnvloedt zichtbaar de schoolse prestaties of algemene dagelijkse
activiteiten
3. De aandoening is niet het gevolg van medische conditie, en voldoet niet aan de
criteria van een pervasieve ontwikkelingsstoornis
4. Als er sprake is van mentale retardaties, moeten de motorische problemen ernstiger
zijn dan de problemen die normaal gesproken bij mentale retardatie voorkomen.
Bij kinderen met DCD gaan veel handelingsseries niet vloeiend. Zíj moeten hun hoofd erbij
houden als ze motorische handelingen goed willen verrichten
Reacties van het kind op deze onhandigheden:
Voelt zich ongedwongen
Verzint smoesjes
Clownen
Lastige taken met kracht vermijden
Onbegrijpelijk en ongrijpbaar
De onzichtbaarheid van de handicap maakt het extra lastig voor de omgeving om er goed op
in te spelen.
Een kind met DCD kan niet voldoen aan de verwachtingen en vanzelfsprekendheid van
dagelijkse handelingsrituelen. Daardoor krijgt het kind vaak negatieve feedback.
Nare feedback: meest schadelijk effect voor het kind, kan op lange termijn leiden tot
onzekerheid, faalangst en een laag zelfbeeld
Vijf tot tien proces van de kinderen in Nederland lijdt aan Development Coördination
Disorder (DCD). Wat betekent dit voor het dagelijks leven van deze kinderen en hoe kunnen
wij hier beter mee omgaan.
Kinderen met DCD lijden aan een stoornis in de ontwikkeling van hun bewegingscoördinatie.
Dit is een verzamelnaam voor verschillende kenmerken:
(Licht) gestoorde motorische functies
o Lage spierspanning
o Coördinatieproblemen
o Bewegingsonrust
o Problemen met fijn motorische vaardigheden (schrijven)
Moeite met automatiseren van handelingen
Problemen met plannen en organiseren
Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM IV) is DCD/dyspraxie
te herkennen aan de volgende kenmerken:
1. De uitvoering van dagelijkse handelingen, welke motorische coördinatie vereisen, is
beduidend slechter dan verwacht, gezien de chronologische leeftijd van een kind en
het gemeten intelligentieniveau. Dit kan tot uiting komen in het later bereiken van
motorische mijlpalen, laten vallen van voorwerpen, houterigheid, slechte prestaties
bij sport of een slecht handschrift.
2. De aandoening beïnvloedt zichtbaar de schoolse prestaties of algemene dagelijkse
activiteiten
3. De aandoening is niet het gevolg van medische conditie, en voldoet niet aan de
criteria van een pervasieve ontwikkelingsstoornis
4. Als er sprake is van mentale retardaties, moeten de motorische problemen ernstiger
zijn dan de problemen die normaal gesproken bij mentale retardatie voorkomen.
Bij kinderen met DCD gaan veel handelingsseries niet vloeiend. Zíj moeten hun hoofd erbij
houden als ze motorische handelingen goed willen verrichten
Reacties van het kind op deze onhandigheden:
Voelt zich ongedwongen
Verzint smoesjes
Clownen
Lastige taken met kracht vermijden
Onbegrijpelijk en ongrijpbaar
De onzichtbaarheid van de handicap maakt het extra lastig voor de omgeving om er goed op
in te spelen.
Een kind met DCD kan niet voldoen aan de verwachtingen en vanzelfsprekendheid van
dagelijkse handelingsrituelen. Daardoor krijgt het kind vaak negatieve feedback.
Nare feedback: meest schadelijk effect voor het kind, kan op lange termijn leiden tot
onzekerheid, faalangst en een laag zelfbeeld