Europees Belastingrecht HC 1 Donderdag 1 februari 2018
Opmerkingen vooraf:
- Voor een algemene introductie tot het Rooster Europees Belastingrecht:
EU-recht zie: 4 weken Vrijheden
o Inleiding Europees recht (1e 1 week Handvest
jaar), en TUSSENTOETS
o Europees recht (tweede jaar)
3 weken Fiscale staatssteun
o Zie: W.T. Eijsbouts et al,
1 week ATAD
Europees recht, Algemeen
deel 1 week Richtlijnen
- Arresten die niet zijn opgenomen in de
pocket: uitprinten en meenemen naar
het tentamen
- Arceer de belangrijkste
rechtsoverwegingen
Hoorcollege 1: Vrijheden
Stappenplan
College begint vanaf 00:08:00
Aan de orde komen de discriminatieverboden uit het verdrag inzake de werking van de Europese
Unie (VWEU). De vrijheid van goederen (indirecte belastingen) is in dit vak niet zo van belang. Wij
focussen in dit vak meer op de directe belastingen: Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en
dividendbelasting. En vooral op de verhoudingen van die belastingen tot de vrijheden.
We hebben het dan met name over het vrije verkeer van personen, waaronder het
werknemersverkeer en de vrijheid van vestiging vallen. Voor ondernemers het vrije verrichten van
diensten en de vrijheid van kapitaalverkeer. Dat zijn de 3 vrijheden die je in dit vak iedere keer voorbij
ziet komen. - Vrijheid van vestiging
- Vrijheid van kapitaalverkeer
- Vrij verrichten van diensten
Dit is een inleidend college waarbij we kijken hoe we met de vrijheden om gaan.
Deze vrijheden staan soms in de weg aan fiscale regels van landen zoals NL. Soms mogen wij als NL
een bepaalde fiscale regeling niet toepassen omdat de toepassing van die regel in strijd komt met een
van die vrijheden. Dan moeten wij die regeling buiten toepassing laten en vervolgens ook aanpassen.
Wanneer is dat het geval?
Het HvJ is de instantie die de vrijheden interpreteert. Hoe analyseert het HvJ of een bepaalde
regeling, of de toepassing ervan, in strijd is met die vrijheden.
Agenda:
- Stappenplan
- Derde landen
Het Stappenplan bestaat uit 6 stappen die je moet doorlopen om vast te kunnen stellen of een
regeling of de toepassing ervan in strijd is met die vrijheden. Tijdens dit college doorlopen we de 6
stappen. Daarna wordt de relatie met derde landen (niet-EU landen) behandeld, waar blijkt dat de
meeste vrijheden in verhouding tot derde landen helemaal niet van belang zijn. Met uitzondering van
eentje! Dat is de vrijheid van kapitaalverkeer, want die geldt ook in relatie tot derde landen.
,Europees Belastingrecht HC 1 Donderdag 1 februari 2018
De werkgroepen van de komende 4 weken beginnen elke week met een arrest dat geanalyseerd dient
te worden aan de hand van het Stappenplan. Het toepassen van de vrijheden geschiedt dan ook aan
de hand van het Stappenplan.
De arresten van het HvJ beginnen altijd met de beschrijving van de fiscale regeling in geschil van een
land.
STAPPENPLAN
1. Toegang tot vrijheden?
2. Discriminatie of belemmering van vrijheden?
3. Rechtvaardigingsgrond voor de belemmering?
4. Is nationale maatregel geschikt om zijn doel te bereiken? (geschiktheidstoets)
5. Gaat belemmerende maatregel verder dan nodig om zijn doel te bereiken?
(noodzakelijkheidstoets)
6. Is de belemmering van de vrijheden evenredig aan doel van de nationale maatregel?
(evenredigheid stricto sensu)
STAP 1: TOEGANG TOT VRIJHEDEN
i. Personele werkingssfeer
ii. Materiële werkingssfeer
iii. Territoriale werkingssfeer
Bij het toetsen van een nationale regeling willen aan de vrijheden moet eerst gekeken worden of er
toegang is tot de vrijheden.
- Welke vrijheid is van toepassing? (vrij verkeer van personen/diensten/kapitaal)
- Wordt er voldaan aan de toepassingsvoorwaarden?
Vrij verkeer van personen
- Vrij verkeer van werknemers: 45 [39]* VWEU
- Vrijheid van vestiging: 49 [43]* VWEU
* [Oude artikelnummers van voor de hernummering] In oude arresten kan je een oud art.nr. tegenkomen.
Voorbeeld aan de hand van vrij verkeer van personen:
i. Personele werkingssfeer: onderdaan
o Natuurlijke personen: nationaliteit van een lidstaat
o Vennootschappen opgericht in overeenstemming met wetgeving van een lidstaat die
hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Unie
hebben: 54 [48] VWEU
Je moet onderdaan zijn van een lidstaat om toegang te hebben tot een van de vrijheden.
Dat is zeker zo bij het vrije verkeer van personen, of je nu werknemer bent of een beroep
doet op de vrijheid van vestiging.
Hoe bepaal je of je onderdaan bent?
o Voor een natuurlijk persoon is het nodig dat je de nationaliteit hebt van een lidstaat.
o Voor vennootschappen wordt aangeknoopt bij de oprichting. Zie hierboven onder i.
ii. Materiële werkingssfeer: economische activiteit
, Europees Belastingrecht HC 1 Donderdag 1 februari 2018
In de sfeer van het vrije verkeer van personen (werknemers en vestiging), moet het gaan
om een economische activiteit. Je moet een economische activiteit verrichten, ofwel als
werknemer ofwel als ondernemer.
Er zijn ook vrijheden waarvoor dat niet nodig is, bijvoorbeeld vrij kapitaalverkeer, dan
hoef je geen economische activiteit te verrichten.
iii. Territoriale werkingssfeer: grensoverschrijdend element
o Geen interne situatie
o Binnen EU
De territoriale werkingssfeer is belangrijk. Wanneer je een van de vrijheden toetst, moet
er een grensoverschrijdend element in zitten. Een casus die zich geheel afspeelt binnen 1
lidstaat, die valt niet onder de vrijheden. Dat noemen we een interne situatie. Dus in
interne situaties (=zonder grensoverschrijdend element) kan je geen beroep doen op de
vrijheden.
BNB 2011/163 (gestileerd) Interne situatie
r.o. 3.4.3. De vrijheid van vestiging is niet in geding
NL indien een lidstaat bepalingen invoert en handhaaft
NL 1 die een grotere belemmerende werking hebben voor
ondernemers wier activiteiten zich geheel binnen de
eigen lidstaat afspelen dan voor ondernemers die
Lening grensoverschrijdende activiteiten ontplooien, of in
gelijke mate belemmerend werken voor binnenlandse
en grensoverschrijdende activiteiten.
NL 2
Er is een Nederlandse vennootschap NL 2, waarvan
de aandelen worden gehouden door een natuurlijk
persoon die inwoner is van NL en de aandeelhouder is een vennootschap, ook inwoner
van NL (NL1). Er is een lening verstrekt van NL1 aan NL2.
De rente bij NL2 kwam niet in aftrek op grond van een regeling die we nu niet meer
kennen. Destijds gold een soort onderkapitalisatieregeling. Daar vloeide uit voort, dat als
je als vennootschap te zwaar met leningen was gefinancierd, dan was boven een
bepaalde grens de rente op leningen niet meer aftrekbaar. NL2 werd geconfronteerd met
die renteaftrekbeperkingen en poogde hieraan te ontkomen door een beroep te doen op
een van de vrijheden. In dit geval de vrijheid van vestiging.
De HR heeft hier terecht gezegd dat hier sprake was van een interne situatie.
Dit betekent dus dat je interne situaties slechter mag behandelen dan
grensoverschrijdende. Je kan een puur binnenlands geval zwaarder in de heffing
betrekken dan een grensoverschrijdende situatie. Je kan je als slechter behandelde
binnenlander niet beroepen op de vrijheden. Een soort omgekeerde discriminatie.
Waar het een interne situatie betreft, zijn de vrijheden niet van toepassing, de EU
bemoeit zich er niet mee. Het is dan een nationale aangelegenheid.
Binnen EU: Voor het vrije verkeer van personen (werknemers en vrijheid van vestiging)
en het vrij verrichten van diensten, geldt dat de casus zich moet afspelen binnen de EU.
Het toepassingsbereik van het vrije verkeer van personen en het vrij verrichten van
diensten is beperkt tot lidstaten van de EU.
Voor het vrije kapitaalverkeer ligt dat anders: dat strekt zich ook uit tot derde landen
(niet EU-landen).
Opmerkingen vooraf:
- Voor een algemene introductie tot het Rooster Europees Belastingrecht:
EU-recht zie: 4 weken Vrijheden
o Inleiding Europees recht (1e 1 week Handvest
jaar), en TUSSENTOETS
o Europees recht (tweede jaar)
3 weken Fiscale staatssteun
o Zie: W.T. Eijsbouts et al,
1 week ATAD
Europees recht, Algemeen
deel 1 week Richtlijnen
- Arresten die niet zijn opgenomen in de
pocket: uitprinten en meenemen naar
het tentamen
- Arceer de belangrijkste
rechtsoverwegingen
Hoorcollege 1: Vrijheden
Stappenplan
College begint vanaf 00:08:00
Aan de orde komen de discriminatieverboden uit het verdrag inzake de werking van de Europese
Unie (VWEU). De vrijheid van goederen (indirecte belastingen) is in dit vak niet zo van belang. Wij
focussen in dit vak meer op de directe belastingen: Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en
dividendbelasting. En vooral op de verhoudingen van die belastingen tot de vrijheden.
We hebben het dan met name over het vrije verkeer van personen, waaronder het
werknemersverkeer en de vrijheid van vestiging vallen. Voor ondernemers het vrije verrichten van
diensten en de vrijheid van kapitaalverkeer. Dat zijn de 3 vrijheden die je in dit vak iedere keer voorbij
ziet komen. - Vrijheid van vestiging
- Vrijheid van kapitaalverkeer
- Vrij verrichten van diensten
Dit is een inleidend college waarbij we kijken hoe we met de vrijheden om gaan.
Deze vrijheden staan soms in de weg aan fiscale regels van landen zoals NL. Soms mogen wij als NL
een bepaalde fiscale regeling niet toepassen omdat de toepassing van die regel in strijd komt met een
van die vrijheden. Dan moeten wij die regeling buiten toepassing laten en vervolgens ook aanpassen.
Wanneer is dat het geval?
Het HvJ is de instantie die de vrijheden interpreteert. Hoe analyseert het HvJ of een bepaalde
regeling, of de toepassing ervan, in strijd is met die vrijheden.
Agenda:
- Stappenplan
- Derde landen
Het Stappenplan bestaat uit 6 stappen die je moet doorlopen om vast te kunnen stellen of een
regeling of de toepassing ervan in strijd is met die vrijheden. Tijdens dit college doorlopen we de 6
stappen. Daarna wordt de relatie met derde landen (niet-EU landen) behandeld, waar blijkt dat de
meeste vrijheden in verhouding tot derde landen helemaal niet van belang zijn. Met uitzondering van
eentje! Dat is de vrijheid van kapitaalverkeer, want die geldt ook in relatie tot derde landen.
,Europees Belastingrecht HC 1 Donderdag 1 februari 2018
De werkgroepen van de komende 4 weken beginnen elke week met een arrest dat geanalyseerd dient
te worden aan de hand van het Stappenplan. Het toepassen van de vrijheden geschiedt dan ook aan
de hand van het Stappenplan.
De arresten van het HvJ beginnen altijd met de beschrijving van de fiscale regeling in geschil van een
land.
STAPPENPLAN
1. Toegang tot vrijheden?
2. Discriminatie of belemmering van vrijheden?
3. Rechtvaardigingsgrond voor de belemmering?
4. Is nationale maatregel geschikt om zijn doel te bereiken? (geschiktheidstoets)
5. Gaat belemmerende maatregel verder dan nodig om zijn doel te bereiken?
(noodzakelijkheidstoets)
6. Is de belemmering van de vrijheden evenredig aan doel van de nationale maatregel?
(evenredigheid stricto sensu)
STAP 1: TOEGANG TOT VRIJHEDEN
i. Personele werkingssfeer
ii. Materiële werkingssfeer
iii. Territoriale werkingssfeer
Bij het toetsen van een nationale regeling willen aan de vrijheden moet eerst gekeken worden of er
toegang is tot de vrijheden.
- Welke vrijheid is van toepassing? (vrij verkeer van personen/diensten/kapitaal)
- Wordt er voldaan aan de toepassingsvoorwaarden?
Vrij verkeer van personen
- Vrij verkeer van werknemers: 45 [39]* VWEU
- Vrijheid van vestiging: 49 [43]* VWEU
* [Oude artikelnummers van voor de hernummering] In oude arresten kan je een oud art.nr. tegenkomen.
Voorbeeld aan de hand van vrij verkeer van personen:
i. Personele werkingssfeer: onderdaan
o Natuurlijke personen: nationaliteit van een lidstaat
o Vennootschappen opgericht in overeenstemming met wetgeving van een lidstaat die
hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Unie
hebben: 54 [48] VWEU
Je moet onderdaan zijn van een lidstaat om toegang te hebben tot een van de vrijheden.
Dat is zeker zo bij het vrije verkeer van personen, of je nu werknemer bent of een beroep
doet op de vrijheid van vestiging.
Hoe bepaal je of je onderdaan bent?
o Voor een natuurlijk persoon is het nodig dat je de nationaliteit hebt van een lidstaat.
o Voor vennootschappen wordt aangeknoopt bij de oprichting. Zie hierboven onder i.
ii. Materiële werkingssfeer: economische activiteit
, Europees Belastingrecht HC 1 Donderdag 1 februari 2018
In de sfeer van het vrije verkeer van personen (werknemers en vestiging), moet het gaan
om een economische activiteit. Je moet een economische activiteit verrichten, ofwel als
werknemer ofwel als ondernemer.
Er zijn ook vrijheden waarvoor dat niet nodig is, bijvoorbeeld vrij kapitaalverkeer, dan
hoef je geen economische activiteit te verrichten.
iii. Territoriale werkingssfeer: grensoverschrijdend element
o Geen interne situatie
o Binnen EU
De territoriale werkingssfeer is belangrijk. Wanneer je een van de vrijheden toetst, moet
er een grensoverschrijdend element in zitten. Een casus die zich geheel afspeelt binnen 1
lidstaat, die valt niet onder de vrijheden. Dat noemen we een interne situatie. Dus in
interne situaties (=zonder grensoverschrijdend element) kan je geen beroep doen op de
vrijheden.
BNB 2011/163 (gestileerd) Interne situatie
r.o. 3.4.3. De vrijheid van vestiging is niet in geding
NL indien een lidstaat bepalingen invoert en handhaaft
NL 1 die een grotere belemmerende werking hebben voor
ondernemers wier activiteiten zich geheel binnen de
eigen lidstaat afspelen dan voor ondernemers die
Lening grensoverschrijdende activiteiten ontplooien, of in
gelijke mate belemmerend werken voor binnenlandse
en grensoverschrijdende activiteiten.
NL 2
Er is een Nederlandse vennootschap NL 2, waarvan
de aandelen worden gehouden door een natuurlijk
persoon die inwoner is van NL en de aandeelhouder is een vennootschap, ook inwoner
van NL (NL1). Er is een lening verstrekt van NL1 aan NL2.
De rente bij NL2 kwam niet in aftrek op grond van een regeling die we nu niet meer
kennen. Destijds gold een soort onderkapitalisatieregeling. Daar vloeide uit voort, dat als
je als vennootschap te zwaar met leningen was gefinancierd, dan was boven een
bepaalde grens de rente op leningen niet meer aftrekbaar. NL2 werd geconfronteerd met
die renteaftrekbeperkingen en poogde hieraan te ontkomen door een beroep te doen op
een van de vrijheden. In dit geval de vrijheid van vestiging.
De HR heeft hier terecht gezegd dat hier sprake was van een interne situatie.
Dit betekent dus dat je interne situaties slechter mag behandelen dan
grensoverschrijdende. Je kan een puur binnenlands geval zwaarder in de heffing
betrekken dan een grensoverschrijdende situatie. Je kan je als slechter behandelde
binnenlander niet beroepen op de vrijheden. Een soort omgekeerde discriminatie.
Waar het een interne situatie betreft, zijn de vrijheden niet van toepassing, de EU
bemoeit zich er niet mee. Het is dan een nationale aangelegenheid.
Binnen EU: Voor het vrije verkeer van personen (werknemers en vrijheid van vestiging)
en het vrij verrichten van diensten, geldt dat de casus zich moet afspelen binnen de EU.
Het toepassingsbereik van het vrije verkeer van personen en het vrij verrichten van
diensten is beperkt tot lidstaten van de EU.
Voor het vrije kapitaalverkeer ligt dat anders: dat strekt zich ook uit tot derde landen
(niet EU-landen).