en gedrag
Bij lenzen wordt de
ligging van het
brandpunt (F) bepaald
door de vorm van de
lens:
- Negatieve lenzen
(hol) spreiden
(divergeren) de
lichtstralen
- Positieve lenzen (bol)
bundelen (convergeren)
de lichtstralen
, - Hoe boller de lens, hoe
kleiner de
brandpuntsafstand (f)
- Bij een bolle lens met
een vaste
brandpuntsafstand
wordt de beeldafstand
(b)
kleiner naarmate de
voorwerpsafstand (v)
groter wordt
Bij mensen die bijziend
zijn, is de oogbol te lang
of worden de lichtstalen
door het