1. Welke periode wordt er bedoeld met de kleuterperiode?
a. 1-2 jaar oud
b. 3-4 jaar oud
c. 4-6 jaar oud
d. 1-6 jaar oud
2. Welke ontwikkelingen zijn kenmerkend voor babyperiode?
a. Spraakontwikkelingen en leren lopen
b. Spraakontwikkelingen en snelle motorische ontwikkelingen
c. Snelle motorische ontwikkeling en de eerste gehechtheidsrelatie
d. De eerste gehechtheidsrelatie en leren lopen
3. Locke zag het kind als ‘tabula rasa’ of onbeschreven blad. Wat bedoelde hij
daarmee?
a. Dat kinderen blanco ter wereld komen en door hun levensloop ervaring en kennis
opdoen die vormen wie kinderen later willen worden.
b. Dat kinderen het voorbeeld van de pure mens zijn, omdat ze onschuldig geboren
worden en nog niets slechts hebben gedaan
c. Dat kinderen niet moeten worden gestraft, omdat zij vanuit hun kern leven en
daarmee al volledige mensen zijn
d. Dat kinderen volgens een vooropgesteld plan opgroeien en dat de omgeving deze
ontwikkeling vooral kan verstoren
4. De ontwikkeling van de mens heeft een aantal typische eigenschappen een van die
basisprincipes is dat het een cumulatief proces is. Wat wordt hiermee bedoeld?
a. Dat vaardigheden en ervaringen uit een vorige fase de basis vormen voor nog te
verwerven vaardigheden en ervaringen. Zoals het feit dat je eerst de tafels leert en
dat later gebruikt om meer ingewikkelde vraagstukken op te lossen.
b. Dat alle aspecten van een persoon samen veranderen en met elkaar integreren.
Bijvoorbeeld de mentale vaardigheden en lichamelijke vermogens maken iemand
samen tot een uniek persoon.
c. Dat ontwikkeling abrupt verloopt, waarbij mensen ‘sprongetjes’ maken in hun
ontwikkeling. Denk maar aan de crisis in de puberteit.
d. Dat specifieke vaardigheden voortvloeien uit reflexen die aangeboren zijn, zoals een
kind dat eerst een grijp reflex heeft maar nog niet gericht iets kan pakken.
a. 1-2 jaar oud
b. 3-4 jaar oud
c. 4-6 jaar oud
d. 1-6 jaar oud
2. Welke ontwikkelingen zijn kenmerkend voor babyperiode?
a. Spraakontwikkelingen en leren lopen
b. Spraakontwikkelingen en snelle motorische ontwikkelingen
c. Snelle motorische ontwikkeling en de eerste gehechtheidsrelatie
d. De eerste gehechtheidsrelatie en leren lopen
3. Locke zag het kind als ‘tabula rasa’ of onbeschreven blad. Wat bedoelde hij
daarmee?
a. Dat kinderen blanco ter wereld komen en door hun levensloop ervaring en kennis
opdoen die vormen wie kinderen later willen worden.
b. Dat kinderen het voorbeeld van de pure mens zijn, omdat ze onschuldig geboren
worden en nog niets slechts hebben gedaan
c. Dat kinderen niet moeten worden gestraft, omdat zij vanuit hun kern leven en
daarmee al volledige mensen zijn
d. Dat kinderen volgens een vooropgesteld plan opgroeien en dat de omgeving deze
ontwikkeling vooral kan verstoren
4. De ontwikkeling van de mens heeft een aantal typische eigenschappen een van die
basisprincipes is dat het een cumulatief proces is. Wat wordt hiermee bedoeld?
a. Dat vaardigheden en ervaringen uit een vorige fase de basis vormen voor nog te
verwerven vaardigheden en ervaringen. Zoals het feit dat je eerst de tafels leert en
dat later gebruikt om meer ingewikkelde vraagstukken op te lossen.
b. Dat alle aspecten van een persoon samen veranderen en met elkaar integreren.
Bijvoorbeeld de mentale vaardigheden en lichamelijke vermogens maken iemand
samen tot een uniek persoon.
c. Dat ontwikkeling abrupt verloopt, waarbij mensen ‘sprongetjes’ maken in hun
ontwikkeling. Denk maar aan de crisis in de puberteit.
d. Dat specifieke vaardigheden voortvloeien uit reflexen die aangeboren zijn, zoals een
kind dat eerst een grijp reflex heeft maar nog niet gericht iets kan pakken.