4.1 Kostensoorten
4.1.1 Verschillende soorten kosten
Bedrijven maken gebruik van diverse productiefactoren gedurende een langere periode, zoals
kapitaalgoederen (machines en gebouwen) en een deel van de arbeid. Kosten die onafhankelijk zijn
van de productie worden aangeduid als constante of vaste kosten.
In vrijwel elk bedrijf is er een stabiele kern van werknemers met langdurige kennis en ervaring, wat
van grote waarde is voor de onderneming. Deze werknemers voegen een unieke waarde toe aan de
onderneming, wat wordt aangeduid als heterogene arbeid. Variabele kosten variëren daarentegen
met de hoeveelheid producten die de onderneming produceert, zoals het gebruik van grondstoffen
en halffabricaten.
De totale kosten (TK) omvatten zowel constante als variabele kosten. Deze kosten stijgen voortdurend
doordat de variabele kosten toenemen met de productie. De gemiddelde totale kosten (GTK) worden
berekend door de totale kosten te delen door de productie. Gemiddelde constante kosten (GCK) en
gemiddelde variabele kosten (GVK) worden berekend door respectievelijk de constante en variabele
kosten te delen door het aantal producten. Marginale kosten (MK) zijn de extra kosten per eenheid
product.
Het bedrijfsoptimum wordt bereikt wanneer de GTK-lijn zijn laagste punt bereikt.
4.1.2 Aanbodcurve
Een onderneming biedt producten aan, maar de hoeveelheid wordt bepaald door de marginale
kostencurve. Het bedrijf bepaalt de aangeboden hoeveelheid op basis van de gelijkheid tussen
marginale opbrengsten en marginale kosten.
(Zie het boek voor de marginale kostencurve.)
4.2 Kosten en Concurrentie
4.2.1 Verschillen in kostenstructuur
De kostenstructuur van bedrijven kan sterk variëren en wordt bepaald door de verhouding tussen
verschillende soorten kosten, met name gemiddelde constante kosten en gemiddelde variabele
kosten.
In bedrijfstakken met hoge vaste kosten leidt een afname van de vraag tot een daling van de afzet. De
GCK neemt toe, wat de prijzen op de markt sterk kan beïnvloeden. Bedrijfstakken met lage vaste
kosten kunnen hun kosten snel aanpassen bij dalende prijzen, wat de reden is voor het toenemende
aantal tijdelijke aanstellingen.
4.2.2 Verschillen in Ondernemingsgrootte
Verschillen in ondernemingsgrootte leiden tot variaties in kostenstructuur en -hoogte, wat de
intensiteit van concurrentie in de bedrijfstak beïnvloedt. Enkele veelvoorkomende situaties zijn:
In bedrijfstakken waarin grote ondernemingen hogere kosten hebben dan middelgrote, vanwege
schaalvoordelen bij toenemende productieomvang. Een voorbeeld hiervan is de auto-industrie.