Calcium en fosfaat huishouding:
verantwoordelijk voor structuur van het benige skelet.
fosfaat is nodig voor ATP productie , calcium ook nodig voor bloed coagulatie, neuromusculaire
transmissie en gladde speircel contractie.
Calcium in plasma:
Calcium is meest voorkomende elektrolyt in het menselijk lichaam meer dan 0.5 kg calcium in het
lichaam. ( 99% in bot). In ECV meer dan 10.000x geconcentreerd.
Plasma calcium:
calcium in plasma is aanwezig in 3 vormen:
- geioniseerde vorm( actieve vorm)
- 80% gebonden aan albumine
plasma anionen( proteines en sulfaten)
Totaal vs geioniseerd calcium:
totaal calcium vaak niet betrouwbaar. Geioniseerde( actieve vorm) wel + niet afhankelijk van
albumine schommelingen.
Bloed afnemen; voor calcium zonder EDTA, citraat of heparine calcium bindt hieraan.
geioniseerde hpocalciemie:
vaak door hypoparathyrioidie bij normale patienten alleen bij nek-chirurgie relevant op de IC.
Op IC:
Alkalose, transfusies, aminoglycosides, heparine, vet embolie, Mg depletie, pancreatitits, renale insuf
en sepsis belangrijke oorzaken.
Uitlokkende factoren:
Mg depleti: promoot hypocalciemie, door parathormoon te remmen en eind-orgaan respons te
verminderen. refractair aan calcium suppletie.
Sepsis:
onbekend mechanisme, klinische significantie ook onbekend.
alkalose:
promoot het binden van calcium aan albumine minder geioniseerd beschikbaar in het bloed.
hypocalciemie is vaker voorkomend bij respiratoire alkalose dan metabole. infusie van bicarbonaar
kan ook leiden tot een hypocalciemie; calcium bindt aan bicarbonaat.
Bloed transfusies:
geioniseerde hypocalciemie komt in 20% vd patienten voor die een bloedtransfusie hebben gehad.
calcium bindt aan citraat in bloedzakken. verdwijnt wanneer het citraat door nieren is
uitgescheiden. Bij nier en leverfalen kan dit langer aan houden. ( calcium infusie is niet nodig na
, transfusie)
Medicatie: voornamelijk aminoglycosides en heparine.
Nier falen:
geioniseerde hypocalciemie kan nierfalen vergezellen doordat er een fosfaat retentie is en
vermidnerde conversie van vit D naar de actieve vorm. behandeling is gericht op vermidneren van
fosfaat in bloed met antacida ( remmen van fosfaat absorptie in dunne darm)
Pancreatitis:
ernsige pancratitis kan geioniseerde hypocalciemie geven door verschillende pathwys.
Kliniek:
verhoogde cardiale en neuromusculaire excitability en verminderde contractie kracht ik cardiale
spiercellen en gladde spiercellen.
Neuromusculair:
kan tenatus klachten geven van perifere of larynx spieren, hyperreflexie, paresthesieen, en insulten.
Cardiovasculair:
Hypotensie, vrminderde CO, ectopische ventriculaire activiteit. ( alleen extreme geioniseerde
hypocalciemie)
Calcium replacement:
de behandeling van geioniseerde hypocalciemie moet gericht zijn op de onderliggende oorzaak, iv
calcium volgens volgend schema:
Calcium zouten oplossingen:
calcium chloride heeft meer elementair calcium dan calcium gluconaat. Echter laatste meer gewild
vanwege verminderde osmolariteit en minder irriterend als dit wordt ingespoten.
door hoge osmolaire eigenschappen moet dit door een grote centrale vene gegeven worden.
Dosis:
Bolus van 200 mg geven opgeost in 100 ml in 5-10 min. Dit zal het Ca doen stijgen met 0.5 mg/dl na
30min daalt dit weer.
eerst bolus daarna continue infusie met 1-2 mg/kg/uur voor minimaal 6u.
iv calcium kan vasocontrictie promoten en ischemie in vitale organen.
verantwoordelijk voor structuur van het benige skelet.
fosfaat is nodig voor ATP productie , calcium ook nodig voor bloed coagulatie, neuromusculaire
transmissie en gladde speircel contractie.
Calcium in plasma:
Calcium is meest voorkomende elektrolyt in het menselijk lichaam meer dan 0.5 kg calcium in het
lichaam. ( 99% in bot). In ECV meer dan 10.000x geconcentreerd.
Plasma calcium:
calcium in plasma is aanwezig in 3 vormen:
- geioniseerde vorm( actieve vorm)
- 80% gebonden aan albumine
plasma anionen( proteines en sulfaten)
Totaal vs geioniseerd calcium:
totaal calcium vaak niet betrouwbaar. Geioniseerde( actieve vorm) wel + niet afhankelijk van
albumine schommelingen.
Bloed afnemen; voor calcium zonder EDTA, citraat of heparine calcium bindt hieraan.
geioniseerde hpocalciemie:
vaak door hypoparathyrioidie bij normale patienten alleen bij nek-chirurgie relevant op de IC.
Op IC:
Alkalose, transfusies, aminoglycosides, heparine, vet embolie, Mg depletie, pancreatitits, renale insuf
en sepsis belangrijke oorzaken.
Uitlokkende factoren:
Mg depleti: promoot hypocalciemie, door parathormoon te remmen en eind-orgaan respons te
verminderen. refractair aan calcium suppletie.
Sepsis:
onbekend mechanisme, klinische significantie ook onbekend.
alkalose:
promoot het binden van calcium aan albumine minder geioniseerd beschikbaar in het bloed.
hypocalciemie is vaker voorkomend bij respiratoire alkalose dan metabole. infusie van bicarbonaar
kan ook leiden tot een hypocalciemie; calcium bindt aan bicarbonaat.
Bloed transfusies:
geioniseerde hypocalciemie komt in 20% vd patienten voor die een bloedtransfusie hebben gehad.
calcium bindt aan citraat in bloedzakken. verdwijnt wanneer het citraat door nieren is
uitgescheiden. Bij nier en leverfalen kan dit langer aan houden. ( calcium infusie is niet nodig na
, transfusie)
Medicatie: voornamelijk aminoglycosides en heparine.
Nier falen:
geioniseerde hypocalciemie kan nierfalen vergezellen doordat er een fosfaat retentie is en
vermidnerde conversie van vit D naar de actieve vorm. behandeling is gericht op vermidneren van
fosfaat in bloed met antacida ( remmen van fosfaat absorptie in dunne darm)
Pancreatitis:
ernsige pancratitis kan geioniseerde hypocalciemie geven door verschillende pathwys.
Kliniek:
verhoogde cardiale en neuromusculaire excitability en verminderde contractie kracht ik cardiale
spiercellen en gladde spiercellen.
Neuromusculair:
kan tenatus klachten geven van perifere of larynx spieren, hyperreflexie, paresthesieen, en insulten.
Cardiovasculair:
Hypotensie, vrminderde CO, ectopische ventriculaire activiteit. ( alleen extreme geioniseerde
hypocalciemie)
Calcium replacement:
de behandeling van geioniseerde hypocalciemie moet gericht zijn op de onderliggende oorzaak, iv
calcium volgens volgend schema:
Calcium zouten oplossingen:
calcium chloride heeft meer elementair calcium dan calcium gluconaat. Echter laatste meer gewild
vanwege verminderde osmolariteit en minder irriterend als dit wordt ingespoten.
door hoge osmolaire eigenschappen moet dit door een grote centrale vene gegeven worden.
Dosis:
Bolus van 200 mg geven opgeost in 100 ml in 5-10 min. Dit zal het Ca doen stijgen met 0.5 mg/dl na
30min daalt dit weer.
eerst bolus daarna continue infusie met 1-2 mg/kg/uur voor minimaal 6u.
iv calcium kan vasocontrictie promoten en ischemie in vitale organen.