100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Deel 2 (Inleiding privaatrecht)

Beoordeling
2,0
(2)
Verkocht
-
Pagina's
18
Geüpload op
07-02-2018
Geschreven in
2017/2018

Dit is een samenvatting van het 2e deel van Inleiding privaatrecht. Dit wordt ook in een bundel aangeboden.











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
7 februari 2018
Aantal pagina's
18
Geschreven in
2017/2018
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Week 5:

Ontstaan van verbintenissen:
 Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer personen
 Krachtens welke de een jegens de ander tot een prestatie gerechtigd is
 En waartoe de ander is verplicht deze ten opzichte van hem te verrichten.
Het is een open systeem -> art. 6:1 BW: “verbintenissen kunnen slechts ontstaan indien dit uit de wet
voortvloeit”.
Arrest Quint/te Poel: een verbintenis kan ook ontstaan als het aansluit bij de strekking van de wet.

Rechtsfeit:
- Rechtshandeling: bv overeenkomst -> beoogd rechtsgevolg
- Feitelijke handeling -> niet beoogd rechtsgevolg
• Onrechtmatige daad: Er is in strijd met maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen
gehandeld.
• Rechtmatige daad: je hebt niet in strijd met iets gehandeld. Je hebt niks fout gedaan.
o Onverschuldigde betalingen
o Onrechtvaardigde verrijking
o Zaakwaarneming

Aansprakelijkheidsrecht:
• Contractuele: vloeien voort uit de overeenkomst, die heb je beoogd.
• Buitencontractuele (niet contractuele): die heb je niet beoogd, maar die leiden meestal tot
aansprakelijkheid van een persoon.

Doelen aansprakelijkheidsrecht (5):
- Herstel: van de oude situatie. Herstel van de vermogenssituatie van de persoon in een situatie
dat hij geen schade had geleden.
- Compensatie: hij wil daarvoor compensatie, omdat het niet gewenst is.
- Afwikkeling: de afwikkeling van schade, de regels waarop je dat doet.
- Preventieve functie: het dreigen met schadevergoeding maakt het dat mensen zich
voorzichtiger gaan gedragen.
- Erkenning: soms gaat het mensen niet om de vergoeding van de schade, maar willen ze
gewoon excuses horen, dat iemand ervoor wordt aangesproken.

Uitgangspunt: dat je je eigen schade draagt. Pas in een aantal in de wet neergelegde situaties, ontstaat
een recht op schadevergoeding van een derde (waarbij je geen rechtens of relatie had).

Je hebt ook aansprakelijkheid voor het onrechtmatig handelen van een ander. Bv een ouder die
aansprakelijk is voor het gedrag van zijn kind (als die schade veroorzaakt). Ook bij een dier of bij opstal
(als de dakpannen er vanaf vallen).

Over het begrip ‘onrechtmatigheid’:
2 belangrijke arresten:

, - Zutphense juffrouw arrest: het was onrechtmatig, omdat ze had nagelaten, maar ze had niet in
strijd met de wet gehandeld. Meneer die daaronder woonde had schade en hij zei dat die
mevrouw een onrechtmatige daad had gepleegd door die hoofdkraan niet dicht te draaien.
Welke verlichting had zij? Had zij jegens die derde, die onder haar woonde, een verplichting
om dat te doen? Zij had niet in strijd met de wet gehandeld, maar onrechtmatig is iets anders
dan onwetmatig. Onrechtmatig is breder, ruimere strekking dan alleen in strijd met de wet
handelen.

- Lindenbaum/Cohen arrest: hetzelfde werd hier door de HR geoordeeld. Het ging om een soort
bedrijfsspionage, toen was dat nog niet verboden. Er was niet in strijd met de wet gehandeld.
Onrechtmatig is een veel ruimer begrip dan alleen in strijd met de wet handelen.

In beide arresten is een belangrijke regel geven door de HR over wat nu precies onrechtmatig is en wat
daaronder valt.

Wettelijke vereisten onrechtmatige daad:
Art. 6:162 BW: “Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden
toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.”

• Gedraging: meestal is het een doen -> een bepaald handelen waarmee iemand schade heeft
veroorzaakt aan een ander. Maar het kan ook een nalaten zijn.
o Doen of nalaten
• Onrechtmatigheid: dat doen of nalaten moet onrechtmatig zijn geweest. Meteen kijken naar
lid 3 van art. 6:163 als het in strijd is met de wettelijke plicht = relativiteitsvereiste.
o Relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW)
• Toerekenbaarheid: de onrechtmatige gedraging moet toe te rekenen zijn aan de persoon die
dat doen of nalaten heeft begaan.
• Causaal verband: dit haal je uit ‘dientengevolge’. Het moet bestaan tussen de onrechtmatige
gedraging en de schade. Het een gaat samen met het ander.
• Schade: er moet schade zijn geleden.

Het begrip ‘onrechtmatigheid’:
Het begrip onrechtmatigheid moet je gaan toetsen aan lid 2. Daarin staan 3 criteria opgenomen:

Art. 6:162 lid 2 BW:
- Sub a: Inbreuk op een subjectief recht, of:
• Een aan iemand toekomend recht dat deel uit maakt van zijn vermogen. Bv eigendomsrecht
of vorderingsrecht. Je hebt ook persoonlijkheidsrecht, recht op lichamelijke integriteit of eer,
iets in de persoonlijke levenssfeer. Die inbreuk moet dan gaan om een directe, opzettelijke of
rechtstreekse schending van het subjectieve recht. Dat is heel erg afhankelijk van de casus. Dat
moet je gaan toetsen.
• Let op: dingen gebeuren ook per ongeluk.

- Sub b: een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, of:
• In dat geval is er een bepaalde norm die in de wet is neergelegd overschreven. Kan bv ook
een norm uit de wegverkeerswet zijn. Dan heb je ook onrechtmatig gehandeld. Hierbij toets je

, ook het relativiteitsvereiste van lid 3 (zie hieronder).

- Sub c: een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het
maatschappelijk verkeer betaamt:
• Een hele open norm (Zutphense juffrouw). De wetgever heeft een hele hoop
omstandigheden te vangen die niet in de wet zijn neergelegd en die niet zozeer een inbreuk
hebben gemaakt op een subjectief recht, maar wat wij wel onrechtvaardig gedrag vinden. De
grens zit vooral in de rechtsspraak. Er zijn een aantal betamelijkheidscategorieën in
ontwikkeld:
• Gevaarzetting (verkeers- en veiligheidsnormen) (zie HC 6): gevaar zettend handelen (gif in het
biervat). Sport- en spelsituaties.
• Zuivere vermogensschade (zie HC 6).

Een van de 3 is genoeg om onrechtmatigheid te kunnen construeren. Het is niet cumulatief. Het kan
zijn dat er een bepaalde rechtvaardigheidsgrond is (lid 2), bv noodweer of toestemming. Dan kan er
geen sprake zijn van onrechtmatigheid. Het is geen schulduitsluitingsgrond, dat is iets anders
(strafrecht)!

Relativiteitsvereiste bij strijd met de wet (art. 6:163):
Als er sprake is van sub-b ‘in strijd met de wet’ -> dan moet je naar het relativiteitsvereiste gaan (art.
6:163 BW). Daarbij ga je kijken of de wettelijke norm die is overschreden of die ook het doel heeft/de
strekking heeft om de schade die is geleden ook te vergoeden. Om dat belang/die schade ook te
beschermen. Je gaat kijken naar het doel en strekking van de wet en beogen die de geleden schade
ook daarvoor een vergoeding te geven.

Voorbeelden:
• Tilburgse tandarts arrest:
Het was een tandarts die zonder vergunning zijn beroep uitoefende. Je hebt daar op grond van de wet
een vergunning voor nodig. Andere tandartsen waren het er niet mee eens dat hij zonder vergunning
deed en zij zeiden die tandarts heeft jegens ons een onrechtmatige daad begaan. Omdat hij in strijd
heeft gehandeld met de wet/met de wettelijke norm dat hij een vergunning moet hebben voor het
uitoefenen van die tandartsenpraktijk.
Maar strekt het doel van die wet wel tot bescherming van deze belangen van de groep tandartsen?
Met andere woorden: welk typen schade hadden de tandartsen geleden? Vermogensschade. Maar
het doel/strekking van deze wet was erop gericht dat je probeert kwalitatieve zorg te bewerkstelligen.
Daarom moet je een vergunning hebben. Dus het doel/strekking van de wet beoogde een ander
belang te beschermen dan het belang waar die tandartsen een beroep op deden. Niet hun
vermogensrechtelijke belangen, maar het belang van een goede zorg.

Doordat niet aan art. 6:163 was voldaan, was er ook niet aan het relativiteitsvereiste voldaan en was
er geen sprake van een onrechtmatige daad.

Het relativiteitsvereiste beperkt daarmee de kring van personen en de kring van schade. Het is een
inperking van onrechtmatige daad bij ‘in strijd met de wet’.

• Duwbak Linda:

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
7 jaar geleden

7 jaar geleden

2,0

2 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Simonevd23 Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
62
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
52
Documenten
63
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3,0

19 beoordelingen

5
2
4
5
3
7
2
1
1
4

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen