Werkgroep 3, Consumentenrecht 2017-2018
Werkgroep 3 Oneerlijke handelspraktijken
Inleiding
De consument wordt op vele manieren en momenten door verkopers verleid om diensten en goederen te
kopen door reclame en marketing. Deze kunnen onder omstandigheden als handelspraktijken worden
gekwalificeerd. Handels praktijken zijn niet beperkt tot de reclame-uitingen. Ook tijdens de overeenkomst
kan er sprake zijn van een handelspraktijk.
Deze week komt aan de orde of handelspraktijken geoorloofd zijn en/of de consument beschermd moet
worden tegen bepaalde handelspraktijken. Op Europees niveau is richtlijn 2005/29 betreffende oneerlijke
handelspraktijken vastgesteld, welke is geïmplementeerd in Boek 6 BW. Op grond van de regels in het
BW heeft de consument bepaalde remedies jegens de handelaar die de handelspraktijken hanteert. Niet
iedere consument wordt beschermd; de hoofdregel is dat slechts de zogenaamde rationele consument
wordt beschermd. Er zijn uitzonderingen voor bepaalde groepen van zwakkere consumenten.
Deze week staat onder andere centraal wat een handelspraktijk is, wanneer deze oneerlijk is, wat de
remedies in het Nederlandse recht tegen oneerlijke handelspraktijken zijn, en welke consument wordt
beschermd tegen oneerlijke handelspraktijken.
Leerdoelen:
- De student heeft kennis van de regels en de jurisprudentie met betrekking tot oneerlijke
handelspraktijken en kan deze toepassen op een casus.
-De student heeft kennis van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en op welke wijze deze
geïmplementeerd is in het Nederlandse recht.
- De student kan een vergelijking maken tussen de regels betreffende oneerlijke handelspraktijken en
andere leerstukken zoals bedrog, dwaling en misbruik van omstandigheden.
- De student kan jurisprudentie met betrekking het leerstuk van de oneerlijke handelspraktijken vinden.
Literatuur:
* D.W.F. Verkade, Oneerlijke handelspraktijken jegens Consumenten, Monografieën BW, Deventer:
Kluwer, Tweede, herziene druk, 2016,
Hoofdstuk 1 §§ 1, 2, 3, 4 (niet de kleine letters), 5, 6 (niet de kleine letters), 7 (niet de kleine
letters); Hoofdstuk 3 (niet: §§ 27, 33a, 34);
Hoofdstuk 4 (niet §§ 50, 51);
Hoofdstuk 5,
Hoofdstuk 6.
* C.C. van Dam, De gemiddelde Euroconsument, een pluriform fenomeen, SEW 2009, afl. 1, nr. 2, p. 3-
11.
Jurisprudentie:
* Zk C-453/10, Jana Pereničová,Vladislav Perenič/SOS financ, spol. s r. o., Hof van Justitie, 15 maart
2012.
* Zk C-281/12, Trento Sviluppo srl, Centrale Adriatica Soc. coop. arl v. Autorità Garante della Concorrenza
e del Mercato, Hof van Justitie 19 december 2013 .
* C-388/13, Nemzeti Fogyasztóvédelmi Hatóság/UPC Magyarország Kft., Hof van Justitie 16-4-2015,
ECLI:EU:C:2015:225)
* Besluit Autoriteit Consument en Markt (ACM) van 18 oktober 2017 inzake Volkswagen AG
Regelgeving:
* Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten
op de interne markt.
Opdrachten
1
, Werkgroep 3, Consumentenrecht 2017-2018
Opdracht 1
In een tijdschrift dat zich richt op jongeren tussen 16 en 20 jaar, staat de volgende advertentie:
Feestvakantie aan de Spaanse Costa!
Zin in een heerlijke zon- en feestvakantie? Hotel Sunny Beach in Salou heeft een ideale ligging: direct
aan het strand en de gezellige drukte van de stad om de hoek. Het hotel is erg comfortabel, heeft een
zeer hippe inrichting en een heerlijk zwembad. Een prima vakantieadres in het gezellige Salou. Verblijf op
basis van all inclusive, van tevoren weet je wat je kwijt bent. Zo houd je nog wat over om extra hard te
feesten!
Inclusief retourvlucht van Amsterdam naar Barcelona. Acht dagen voor € 600,-- p.p.
De studenten Sandra en Dunya, beiden 20 jaar, boeken deze vakantie via de reisorganisator Costa
Tours. Eenmaal geland in Barcelona wacht een onaangename verrassing: de transferkosten vanaf het
vliegveld naar het hotel in Salou á €25,00 per persoon (enkele reis) blijken niet bij de prijs inbegrepen.
Wanneer de dames in het hotel arriveren blijkt ook daar niet alles inclusief: de drankjes die zij in hotel
Sunny Beach nuttigen, moeten apart worden afgerekend. Bovendien is de toegangsprijs voor het bij het
hotel behorende zwembad €10,00 per persoon per dag.
Sandra en Dunya studeren nog en kunnen zich deze extra kosten niet veroorloven. Ze willen van de
overeenkomst met reisorganisator Costa Tours af.
Bespreek op welke wijze Sandra en Dunya van de overeenkomst met Costa Tours af kunnen
komen.
Overeenkomst die onder invloed is gegaan van een oneerlijke handelspraktijk is vernietigbaar o.g.v. art.
6:193j lid 3 BW jo. art. 6:193b BW.
Het gaat hier om de vraag of er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk en dit wordt beschreven in
art. 6:193b BW.
Twee hoofdcategorieën van oneerlijke handelspraktijk zijn (6:193b lid 3 BW):
Misleidend
o Art. 6:193c BW: hier moet het gaat om de gedraging
o Art. 6:193d BW: hier moet het gaat om nalaten= misleidende omissie, ofwel het nalaten
van essentiële informatie.
o Art. 6:193g BW: bevat de zwarte lijst
Kom je hier aan toe? Dan ben je klaar en hoef je dit niet verder uit te werken.
o NB: Je moet vaststellen dat er feitelijk onjuiste informatie is genomen. Vervolgens moet je
het causaal verband vaststellen over het sluiten van de overeenkomst en de oneerlijke
handelspraktijk. De maatman hiervan is de gemiddelde consument.
Let op! De overeenkomst hoeft niet zijn gesloten. Dit volgt uit het Trento arrest. De
definitie van de gemiddelde consument staat in art. 18 van de Considerans. Dit begrip is
ook geïmplementeerd in art. 6:193a lid 2 BW.
Agressief
o Art. 6:193h BW
o Art. 6:193i BW: bevat de zwarte lijst
Mogelijkheid 1: art. 6:193c BW
In de casus is er feitelijke onjuiste informatie verstrekt m.b.t. de prijs. Het gaat hier dus om een
misleidende handelspraktijk. Maar dan ben je er nog niet, want er moet een causaliteit zijn tussen het
sluiten van de overeenkomst en de oneerlijke handelspraktijk, waarbij het om een gemiddelde consument
moet gaan.
Uit jurisprudentie vloeit voort: het enkel naar de winkel gaan op basis van de brochure een product aan te
schaffen is voldoende voor het besluiten van een overeenkomst.
2
Werkgroep 3 Oneerlijke handelspraktijken
Inleiding
De consument wordt op vele manieren en momenten door verkopers verleid om diensten en goederen te
kopen door reclame en marketing. Deze kunnen onder omstandigheden als handelspraktijken worden
gekwalificeerd. Handels praktijken zijn niet beperkt tot de reclame-uitingen. Ook tijdens de overeenkomst
kan er sprake zijn van een handelspraktijk.
Deze week komt aan de orde of handelspraktijken geoorloofd zijn en/of de consument beschermd moet
worden tegen bepaalde handelspraktijken. Op Europees niveau is richtlijn 2005/29 betreffende oneerlijke
handelspraktijken vastgesteld, welke is geïmplementeerd in Boek 6 BW. Op grond van de regels in het
BW heeft de consument bepaalde remedies jegens de handelaar die de handelspraktijken hanteert. Niet
iedere consument wordt beschermd; de hoofdregel is dat slechts de zogenaamde rationele consument
wordt beschermd. Er zijn uitzonderingen voor bepaalde groepen van zwakkere consumenten.
Deze week staat onder andere centraal wat een handelspraktijk is, wanneer deze oneerlijk is, wat de
remedies in het Nederlandse recht tegen oneerlijke handelspraktijken zijn, en welke consument wordt
beschermd tegen oneerlijke handelspraktijken.
Leerdoelen:
- De student heeft kennis van de regels en de jurisprudentie met betrekking tot oneerlijke
handelspraktijken en kan deze toepassen op een casus.
-De student heeft kennis van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en op welke wijze deze
geïmplementeerd is in het Nederlandse recht.
- De student kan een vergelijking maken tussen de regels betreffende oneerlijke handelspraktijken en
andere leerstukken zoals bedrog, dwaling en misbruik van omstandigheden.
- De student kan jurisprudentie met betrekking het leerstuk van de oneerlijke handelspraktijken vinden.
Literatuur:
* D.W.F. Verkade, Oneerlijke handelspraktijken jegens Consumenten, Monografieën BW, Deventer:
Kluwer, Tweede, herziene druk, 2016,
Hoofdstuk 1 §§ 1, 2, 3, 4 (niet de kleine letters), 5, 6 (niet de kleine letters), 7 (niet de kleine
letters); Hoofdstuk 3 (niet: §§ 27, 33a, 34);
Hoofdstuk 4 (niet §§ 50, 51);
Hoofdstuk 5,
Hoofdstuk 6.
* C.C. van Dam, De gemiddelde Euroconsument, een pluriform fenomeen, SEW 2009, afl. 1, nr. 2, p. 3-
11.
Jurisprudentie:
* Zk C-453/10, Jana Pereničová,Vladislav Perenič/SOS financ, spol. s r. o., Hof van Justitie, 15 maart
2012.
* Zk C-281/12, Trento Sviluppo srl, Centrale Adriatica Soc. coop. arl v. Autorità Garante della Concorrenza
e del Mercato, Hof van Justitie 19 december 2013 .
* C-388/13, Nemzeti Fogyasztóvédelmi Hatóság/UPC Magyarország Kft., Hof van Justitie 16-4-2015,
ECLI:EU:C:2015:225)
* Besluit Autoriteit Consument en Markt (ACM) van 18 oktober 2017 inzake Volkswagen AG
Regelgeving:
* Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten
op de interne markt.
Opdrachten
1
, Werkgroep 3, Consumentenrecht 2017-2018
Opdracht 1
In een tijdschrift dat zich richt op jongeren tussen 16 en 20 jaar, staat de volgende advertentie:
Feestvakantie aan de Spaanse Costa!
Zin in een heerlijke zon- en feestvakantie? Hotel Sunny Beach in Salou heeft een ideale ligging: direct
aan het strand en de gezellige drukte van de stad om de hoek. Het hotel is erg comfortabel, heeft een
zeer hippe inrichting en een heerlijk zwembad. Een prima vakantieadres in het gezellige Salou. Verblijf op
basis van all inclusive, van tevoren weet je wat je kwijt bent. Zo houd je nog wat over om extra hard te
feesten!
Inclusief retourvlucht van Amsterdam naar Barcelona. Acht dagen voor € 600,-- p.p.
De studenten Sandra en Dunya, beiden 20 jaar, boeken deze vakantie via de reisorganisator Costa
Tours. Eenmaal geland in Barcelona wacht een onaangename verrassing: de transferkosten vanaf het
vliegveld naar het hotel in Salou á €25,00 per persoon (enkele reis) blijken niet bij de prijs inbegrepen.
Wanneer de dames in het hotel arriveren blijkt ook daar niet alles inclusief: de drankjes die zij in hotel
Sunny Beach nuttigen, moeten apart worden afgerekend. Bovendien is de toegangsprijs voor het bij het
hotel behorende zwembad €10,00 per persoon per dag.
Sandra en Dunya studeren nog en kunnen zich deze extra kosten niet veroorloven. Ze willen van de
overeenkomst met reisorganisator Costa Tours af.
Bespreek op welke wijze Sandra en Dunya van de overeenkomst met Costa Tours af kunnen
komen.
Overeenkomst die onder invloed is gegaan van een oneerlijke handelspraktijk is vernietigbaar o.g.v. art.
6:193j lid 3 BW jo. art. 6:193b BW.
Het gaat hier om de vraag of er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk en dit wordt beschreven in
art. 6:193b BW.
Twee hoofdcategorieën van oneerlijke handelspraktijk zijn (6:193b lid 3 BW):
Misleidend
o Art. 6:193c BW: hier moet het gaat om de gedraging
o Art. 6:193d BW: hier moet het gaat om nalaten= misleidende omissie, ofwel het nalaten
van essentiële informatie.
o Art. 6:193g BW: bevat de zwarte lijst
Kom je hier aan toe? Dan ben je klaar en hoef je dit niet verder uit te werken.
o NB: Je moet vaststellen dat er feitelijk onjuiste informatie is genomen. Vervolgens moet je
het causaal verband vaststellen over het sluiten van de overeenkomst en de oneerlijke
handelspraktijk. De maatman hiervan is de gemiddelde consument.
Let op! De overeenkomst hoeft niet zijn gesloten. Dit volgt uit het Trento arrest. De
definitie van de gemiddelde consument staat in art. 18 van de Considerans. Dit begrip is
ook geïmplementeerd in art. 6:193a lid 2 BW.
Agressief
o Art. 6:193h BW
o Art. 6:193i BW: bevat de zwarte lijst
Mogelijkheid 1: art. 6:193c BW
In de casus is er feitelijke onjuiste informatie verstrekt m.b.t. de prijs. Het gaat hier dus om een
misleidende handelspraktijk. Maar dan ben je er nog niet, want er moet een causaliteit zijn tussen het
sluiten van de overeenkomst en de oneerlijke handelspraktijk, waarbij het om een gemiddelde consument
moet gaan.
Uit jurisprudentie vloeit voort: het enkel naar de winkel gaan op basis van de brochure een product aan te
schaffen is voldoende voor het besluiten van een overeenkomst.
2