eiwitten
1. INLEIDING
3% vh DNA codeert voor eiwitten, maar 80% vh DNA wordt overgeschreven naar RNA
polypeptiden:
o primaire structuur: opeenvolging
o secundaire structuur: lussen
o tertiaire structuur (=eiwitdomein): opvouwen
o quaternaire structuur: ketens komen samen
Figuur 3.1. De verschillende structuurniveaus in eiwitten. De opeenvolging
van aminozuren is de primaire structuur (links), de polypeptideketen schikt
zich op een regelmatige manier in een secundair structuurelement, deze
combineren tot een driedimensionale structuur. Verschillende of
verscheidene polypeptideketens associëren tot een quaternaire structuur.
de aminozuursequentie 3Dstructuur of conformatie van het eiwit functie
in sequentie: aminozuren met verschillende functies:
o structuur opbouwen
o partner of ligand binden
o activiteit uitvoeren
eiwitten: 2 grote functies
o enzymen
o structuureiwitten
19
,2. AMINOZUREN, 20 VERSCHILLENDE BOUWSTENEN VAN
EIWITTEN
2.1. BOUW VAN EEN AMINOZUUR
centraal koolstofatoom met daarop vier substituenten:
o aminogroep
o carboxylgroep
o waterstofatoom
o variabele zijketen (enige dat verschilt)
vier verschillende substituenten 2 chirale vormen Len D
o tijdens vertaling worden enkel Laminozuren ingebouwd
o kortere peptiden bevatten soms Daminozuren
o opm: glycine is enige aminozuur zonder chirale structuur
kleinste aminozuur
heeft waterstofatoom als Rgroep
R
O
H2N C C
H OH
Figuur 3.2. Figuur 3.3.
Algemene structuur van een Ruimtevullend model van de geïoniseerde vorm van alanine
aminozuur. Het centrale (R is een methylgroep): koolstofatomen (donkergrijs),
koolstofatoom draagt een waterstof (lichtgrijs), zuurstof (rood) en stikstof (blauw). Links
carboxylfunctie (COOH), een staat het Laminozuur, rechts het Daminozuur. Wanneer het
aminogroep (NH2), een waterstof en waterstofatoom van C naar voor gericht is, lees je voor het
een variabele zijketen (R). Laminozuur in wijzerzin CORN.
2.2. DAMINOZUREN IN DE NATUUR
als neurotransmitters
smaken zoet itt Laminozuren
abundant in sommige schelpdieren
gif van cone snails veelbelovend analgeticum (niet verslavend, 1000x krachtiger dan
morphine)
20
, op basis van D isomer amino acids worden pijnstillers ontwikkeld (neuropathische
pijn, versneld herstel na zenuwbeschadiging)
2.3. AMINOZUREN INDELEN
2.3.1. ESSENTIËLE AMINOZUREN VS NIETESSENTIËLE AMINOZUREN
Essentiële aminozuren Nietessentiële aminozuren
Phenylalanine
Valine
Tryptophan
Threonine
Isoleucine
Methionine
Histidine
Arginine
Lysine
Leucine
Opm: His/Arg enkel essentieel bij
kinderen
2.3.2. HYDROFOBE AMINOZUREN VS HYDROFIELE AMINOZUREN
HYDROFOOB
1. ALIFATISCHE AMINOZUREN
Aminozuur Structuur Uitleg/opmerkingen
Alanine (Ala)
Valine (Val)
Leucine (Leu)
21
, Isoleucine (Ile)
2. AROMATISCHE AMINOZUREN
Aminozuur Structuur Uitleg/opmerkingen
Fenylalanine (Phe)
kan ioniseren bij hogere pH
hydroxielgroep kan
dissociëren hydrofieler
Tyrosine (Tyr)
1 vd 3 die gefosforyleerd
kan worden
Tryptofaan (Trp)
3. AMINOZUREN MET ZIJKETENS DIE EEN ZWAVELATOOM BEVATTEN
Aminozuur Structuur Uitleg/opmerkingen
Methionine (Met)
kan ioniseren bij
hogere pH
sulfhydrylgroep kan
Cysteine (Cys) dissociëren
hydrofieler
kan zwavelbruggen
vormen
INTERMEZZO: ZWAVELBRUGGEN IN ANTILICHAMEN
antilichamen bestaan uit 4 polypeptideketens (quaternaire structuur)
zwavelbrug die keten samenhoudt
SH HS
22