Week 1:
Machtenscheiding/machtsevenwicht
Trias politica:
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Rechtsprekende macht
Territoriale decentralisatie:
- Provinciaal niveau
- Gemeentelijk niveau
Functionele decentralisatie
- Waterschap
- Product- en bedrijfschappen
- Zelfstandige bestuursorganen
Gemeente
Wetgevende macht: gemeenteraad
Uitvoerende macht: college van B&W, burgemeester
Provincie
Wetgevende macht: provinciale staten
Uitvoerende macht: gedeputeerde staten
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Autonomie: eigenhuishouding en kan niet worden gevorderd door een
hogere overheid
Medebewind: is een taak die je krijgt op gelegd. Soms heb je veel
beleidsvrijheid en soms heb je geen beleidsvrijheid.
Bestuurlijk toezicht:
Bestuursbevoegdheid
Een bestuursbevoegdheid is: bevoegdheid om eenzijdig (verticaal) iets te
veranderen aan de rechten een plichten van een ander. (Gaat over relatie
overheid burger)
Bestuursbevoegdheid wordt in wet toegekend aan een bestuursorgaan.
Legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid zonder wettelijke grondslag
Attributiebeginsel: een bevoegdheid wordt aan iets of iemand toegekend
in de wet
Een bestuursorgaan heeft per definitie bestuursbevoegdheid
Verkrijgen van bestuursbevoegdheid
Attributie: (bevoegdheid in de wet) iemand mag iets doen. (mag of doet)
Delegatie: de bevoegdheid mag worden overgedragen. Er is spraken van
delegatie wanneer de bevoegdheid wordt overgedragen.
Mandaat: wanneer je jouw bevoegdheid iemand anders laat uitvoeren.