Opvoeden door stoeien
Deel 1: Stoeien algemeen
Er is niet een diersoort zoals de mens, die in staat is veel verschillend vaardigheden te leren en ze na
elkaar, gecombineerd en langdurig kan uitvoeren.
Stoeien is de oudste basisvaaridgheid van vrijwel alle zoogdieren. Door onze voorouders hebben we
meer grijpmogelijkheden en mogelijkheden tot vasthouden. Emoties zijn er bij ons en zoogdieren
omdat we een limbisch systeem bezitten. Emoties laten leerprocessen sneller verlopen.
Met stoeien leer je:
- Veelzijdig bewegen
- Stoeien op een speelse wijze
- Nieuwsgierigheid
- Spannende uitdagende situaties
Veelvuldig en veelzijdig herhaal en toegevoegd gedrag is aangeboren en aangeleerd. Voor het creëren
van spannende en uitdagende situaties is een goede leerstof keuze nodig en een gedegen werkplan.
Edelmans visie verklaar waarom iets nieuw (laten) aanleren zoveel eenvoudiger is dan het afleren van
een essentiële fout en maakt duidelijk waarom aangeleerd grondvormen van bewegen levenslang
bewaard blijven. Na een leerproces zijn de hoofdlijn vastgelegd. ‘de bewegingsopvoeding moet ervan
doordrongen dat het leren van bewegen een interactieproces is tussen mens en milieu. Men oet
kinderen op jonge leeftijd al in aanraking brengen met uidagende bewegingsituaties die gericht zijn
op de in aanleg gegeven bewegingsmogelijkheden. Zij moeten veelzijdig bewegen en de oefeningen
veelvuldig met vele variaties herhalen. Het kind zal ten slotte zelf uit de vele bewegingmogelijkheden
de meeste efficiente en/of meeste plezierige kiezen. Daarom kan levenslang bewogen worden. Zowel
om te perfectioneren, genieten en gezondheid te verbetern.
Waarde binnen het stoeien
Stoeien is een dynamisch spel dat motorische grondvormen van bewegen uitdaag hierbij kan het
volgende getraind worden: duwen, trekken, heffen, dragen, draaien, slepen, hinken , schuiven, rollen
en balanceren. Je moet je lichaam goed gebruiken, anders raak je uit evenwicht.
Tijdens het stoeien wordt veelvoudig bewogen. Het kind doet veel nieuwe bewegingservaring op.
Zowel van motorische- cognitieve als sociaal-emotioneel aard. De kwaliteit van bewegen is sterk
verbonden met de kwantiteit van het bewegen.
Door opbouwend vertrouwen en het lichamelijke contact. Dit resulteert in lichamelijk contact.
Tijdens het stoeien wordt veel arbeid verricht. Kracht, balans, coördinatie en uithoudingsvermogen
worden ontwikkeld en er wordt een positieve bijdrage geleverd aan het lichaamsbesef van het kind.
Bij het stoeien maak je ook kennis met de biomechanische wetmatigheden. Abstracte begrippen en
sitauties krijgen voor het kind op spelenderwijs meer concrete invulling of aanvulling.
Stoeien in pedagogisch en psychologische zin
, Via je eigen lichaam leer je de ruimte om je heen herkennen. Stoeien is een ruimtelijk spel. Je eigen
lichaam is een uitgangspunt. Bij stoeien mag je geen lichaam in het uitgangspunt gebruiken. Het kind
kan zijn lichaamsidee nu gunstig beïnvloeden. In het juiste klimaat ga je je weerbaar voelen. In de
beginfase wordt het samenwerkend ontdekken, neem dus de verantwoordelijkheid om te ontdekken.
Een afwisseling van uit evenwicht brengen, zelf uit evenwicht raken al dan niet met hulp van een
ander overheid komen maar het moet ook gedragsregulerend werken. Weliswaar is gedrag en sociaal
contact ook met andere spelen en sporten te ontwikkelen.
Stoeien is een bewegingspel waarbij lichamelijk contact is toegestaan. Bij stoeien is aanraken en
beweging het belangrijkste. Het zelfidee en het vertrouwen in de ander kan, met goede begeleiding
positief beïnvloed worden. Pedagogische moet dit ook vertrouwd voelen. Het is letterlijk jezelf durven
geven en toevertrouwen aan de ander. Alleen als er vertrouwen is, is het uitgeven en toevertrouwen
aan de ander. Hierbij is samenhorigheid (samen verantwoordelijk zijn en samen zijn) heel erg
belangrijk. Judo is goed voor de sociale omgang heel belangrijk. Het rivaliseren het elkaar proberen
te overtreffen is een spannend onderdel maar mag niet expliciet op de voorgrond staan.
Stoeien: gericht op sociale competentie
Er wordt steeds vaker preventief gewerkt in het onderwijs vanwege het verbeteren van de sociale
competentie van jeugd en jongeren. In het jaarplan van lichamelijke opvoeding van het voorgezet
onderwijs is stoeien in het leerplan. Wel is er meer aandacht voor het fysieke element en wordt
geleerd om de sociale houding, kennis en vaardigheden.
Judo heeft als invloed op kinderen namelijk sociale competentie. Er zijn drie belangrijke aspecten:
houding, kennis en vaardigheden. Bij judo is zelfvertrouwen, zelfbeheersing en zich kunnen uitleven
een belangrijk element. Als gevolg van judo neemt zelfvertrouwen toe. Ze krijgen ook vertrouwen in
het vermogen om te leren. Rekening houden met andere is een belangrijk onderdeel voor het
stoeispel. Hierdoor wordt vertrouwen, respect en verantwoordelijkheid voor elkaar benadrukt. Ook is
het belangrijk dat er onderlinge samenwerking is. Dit heeft ook invloed op de effecten in de
dagelijkse omgeving.
Stoeien voor kinderen met een beperking
Stoeien voor kinderen met een verstandelijke beperking.
De NeBAsNsg (Nederlandse sportorganisatie voor mensen met een beperking) kijken al jaren naar
een integratie van stoeispelen van haar doelgroep. Om goed te begeleiden zijn er weekendcursussen
en speciale opleiding die door de bond is opgezet. Scholen als het ZLMK wordt er gekozen voor
stoeien als een pedagogische handvat. Het nut van de intergratie van stoeispelen is bewezen en staat
in het lesrooster.
Belangen bij stoeien voor kinderen met een beperking
1. Causaliteit
Ze hebbeen veelal moeite met het zien van oorzaak-gevolg processen. Met stoeispelen kunnen er
concrete ervaringen worden opgedaan om andere betekennissen toe te kennen aan de mensen.
Tijdens het bewegen leert het aanpassen aan andere situaties bevorderen het leren en leren
veranderen van bewegingen. Dit is een belangrijke bijdrage aan de psychologische
Deel 1: Stoeien algemeen
Er is niet een diersoort zoals de mens, die in staat is veel verschillend vaardigheden te leren en ze na
elkaar, gecombineerd en langdurig kan uitvoeren.
Stoeien is de oudste basisvaaridgheid van vrijwel alle zoogdieren. Door onze voorouders hebben we
meer grijpmogelijkheden en mogelijkheden tot vasthouden. Emoties zijn er bij ons en zoogdieren
omdat we een limbisch systeem bezitten. Emoties laten leerprocessen sneller verlopen.
Met stoeien leer je:
- Veelzijdig bewegen
- Stoeien op een speelse wijze
- Nieuwsgierigheid
- Spannende uitdagende situaties
Veelvuldig en veelzijdig herhaal en toegevoegd gedrag is aangeboren en aangeleerd. Voor het creëren
van spannende en uitdagende situaties is een goede leerstof keuze nodig en een gedegen werkplan.
Edelmans visie verklaar waarom iets nieuw (laten) aanleren zoveel eenvoudiger is dan het afleren van
een essentiële fout en maakt duidelijk waarom aangeleerd grondvormen van bewegen levenslang
bewaard blijven. Na een leerproces zijn de hoofdlijn vastgelegd. ‘de bewegingsopvoeding moet ervan
doordrongen dat het leren van bewegen een interactieproces is tussen mens en milieu. Men oet
kinderen op jonge leeftijd al in aanraking brengen met uidagende bewegingsituaties die gericht zijn
op de in aanleg gegeven bewegingsmogelijkheden. Zij moeten veelzijdig bewegen en de oefeningen
veelvuldig met vele variaties herhalen. Het kind zal ten slotte zelf uit de vele bewegingmogelijkheden
de meeste efficiente en/of meeste plezierige kiezen. Daarom kan levenslang bewogen worden. Zowel
om te perfectioneren, genieten en gezondheid te verbetern.
Waarde binnen het stoeien
Stoeien is een dynamisch spel dat motorische grondvormen van bewegen uitdaag hierbij kan het
volgende getraind worden: duwen, trekken, heffen, dragen, draaien, slepen, hinken , schuiven, rollen
en balanceren. Je moet je lichaam goed gebruiken, anders raak je uit evenwicht.
Tijdens het stoeien wordt veelvoudig bewogen. Het kind doet veel nieuwe bewegingservaring op.
Zowel van motorische- cognitieve als sociaal-emotioneel aard. De kwaliteit van bewegen is sterk
verbonden met de kwantiteit van het bewegen.
Door opbouwend vertrouwen en het lichamelijke contact. Dit resulteert in lichamelijk contact.
Tijdens het stoeien wordt veel arbeid verricht. Kracht, balans, coördinatie en uithoudingsvermogen
worden ontwikkeld en er wordt een positieve bijdrage geleverd aan het lichaamsbesef van het kind.
Bij het stoeien maak je ook kennis met de biomechanische wetmatigheden. Abstracte begrippen en
sitauties krijgen voor het kind op spelenderwijs meer concrete invulling of aanvulling.
Stoeien in pedagogisch en psychologische zin
, Via je eigen lichaam leer je de ruimte om je heen herkennen. Stoeien is een ruimtelijk spel. Je eigen
lichaam is een uitgangspunt. Bij stoeien mag je geen lichaam in het uitgangspunt gebruiken. Het kind
kan zijn lichaamsidee nu gunstig beïnvloeden. In het juiste klimaat ga je je weerbaar voelen. In de
beginfase wordt het samenwerkend ontdekken, neem dus de verantwoordelijkheid om te ontdekken.
Een afwisseling van uit evenwicht brengen, zelf uit evenwicht raken al dan niet met hulp van een
ander overheid komen maar het moet ook gedragsregulerend werken. Weliswaar is gedrag en sociaal
contact ook met andere spelen en sporten te ontwikkelen.
Stoeien is een bewegingspel waarbij lichamelijk contact is toegestaan. Bij stoeien is aanraken en
beweging het belangrijkste. Het zelfidee en het vertrouwen in de ander kan, met goede begeleiding
positief beïnvloed worden. Pedagogische moet dit ook vertrouwd voelen. Het is letterlijk jezelf durven
geven en toevertrouwen aan de ander. Alleen als er vertrouwen is, is het uitgeven en toevertrouwen
aan de ander. Hierbij is samenhorigheid (samen verantwoordelijk zijn en samen zijn) heel erg
belangrijk. Judo is goed voor de sociale omgang heel belangrijk. Het rivaliseren het elkaar proberen
te overtreffen is een spannend onderdel maar mag niet expliciet op de voorgrond staan.
Stoeien: gericht op sociale competentie
Er wordt steeds vaker preventief gewerkt in het onderwijs vanwege het verbeteren van de sociale
competentie van jeugd en jongeren. In het jaarplan van lichamelijke opvoeding van het voorgezet
onderwijs is stoeien in het leerplan. Wel is er meer aandacht voor het fysieke element en wordt
geleerd om de sociale houding, kennis en vaardigheden.
Judo heeft als invloed op kinderen namelijk sociale competentie. Er zijn drie belangrijke aspecten:
houding, kennis en vaardigheden. Bij judo is zelfvertrouwen, zelfbeheersing en zich kunnen uitleven
een belangrijk element. Als gevolg van judo neemt zelfvertrouwen toe. Ze krijgen ook vertrouwen in
het vermogen om te leren. Rekening houden met andere is een belangrijk onderdeel voor het
stoeispel. Hierdoor wordt vertrouwen, respect en verantwoordelijkheid voor elkaar benadrukt. Ook is
het belangrijk dat er onderlinge samenwerking is. Dit heeft ook invloed op de effecten in de
dagelijkse omgeving.
Stoeien voor kinderen met een beperking
Stoeien voor kinderen met een verstandelijke beperking.
De NeBAsNsg (Nederlandse sportorganisatie voor mensen met een beperking) kijken al jaren naar
een integratie van stoeispelen van haar doelgroep. Om goed te begeleiden zijn er weekendcursussen
en speciale opleiding die door de bond is opgezet. Scholen als het ZLMK wordt er gekozen voor
stoeien als een pedagogische handvat. Het nut van de intergratie van stoeispelen is bewezen en staat
in het lesrooster.
Belangen bij stoeien voor kinderen met een beperking
1. Causaliteit
Ze hebbeen veelal moeite met het zien van oorzaak-gevolg processen. Met stoeispelen kunnen er
concrete ervaringen worden opgedaan om andere betekennissen toe te kennen aan de mensen.
Tijdens het bewegen leert het aanpassen aan andere situaties bevorderen het leren en leren
veranderen van bewegingen. Dit is een belangrijke bijdrage aan de psychologische