Stappenplan vrij verkeer van werknemers
Stap 1: Welke vrijheid is in het geding?
a. Noem art 26 lid 2 VWEU
b. Noem artikel 45 VWEU: vrij verkeer van werknemers
c. Noem HVJ Lawrie Blum en Trojani: een werknemer verricht gedurende een
bepaalde tijd, ten gunste en onder leiding van een ander, tegen beloning
prestaties. Het moet gaan om werkelijke arbeid en mag niet louter marginaal of
bijkomstig zijn
I. Leg uit waarom dit een werknemer is (pas toe op de casus)
! Uit Antonissen vloeit voort dat werkzoekenden worden gezien als werknemers
Stap 2: Is er sprake van een zuiver interne situatie of een interstatelijk element?
a. Interstatelijk element: van land a naar land b
b. Zuiver interne situatie telt ook als een belemmering vrij verkeer van diensten, leg
dan uit waarom en noem Ullens de Schooten
Stap 3: Is er sprake van harmonisatie?
a. Check of er iets wordt geregeld in Vo. 492/2011, belangrijkste artikelen zijn art. 1
jo. 3 (verticaal) jo. 7 (horizontaal).
b. Hoogstwaarschijnlijk wel door de Burgerschapsrichtlijn en verordening 492/2011.
c. Zo niet, kijk naar art 45VWEU.
! Het belangrijkste uitgangspunt van De Verordening is de eis van gelijke behandeling.
Wanneer er in de casus alleen regels voor internationale werknemers gelden die er niet zijn
voor nationale werknemers, dan kijk je dus naar de verordening. Dit is het belangrijkste
uitgangspunt, maar kijk in het tentamen voor de zekerheid in de rest van de verordening of
er geen andere artikelen van toepassing zijn
Stap 4: Is er sprake van een belemmering?
Staat er in de verordening dat de regel verboden is? Leg in je casus uit om welke
belemmering het gaat.
- Directe of verkapte discriminatie verticaal (art. 1 jo. art 3 Vo)
- Directe of verkapte discriminatie horizontaal (art. 1 jo. art 7 Vo)
- Buitenlandse werknemers genieten niet dezelfde voordelen (art. 1 jo. art 7 Vo)
Stap 1: Welke vrijheid is in het geding?
a. Noem art 26 lid 2 VWEU
b. Noem artikel 45 VWEU: vrij verkeer van werknemers
c. Noem HVJ Lawrie Blum en Trojani: een werknemer verricht gedurende een
bepaalde tijd, ten gunste en onder leiding van een ander, tegen beloning
prestaties. Het moet gaan om werkelijke arbeid en mag niet louter marginaal of
bijkomstig zijn
I. Leg uit waarom dit een werknemer is (pas toe op de casus)
! Uit Antonissen vloeit voort dat werkzoekenden worden gezien als werknemers
Stap 2: Is er sprake van een zuiver interne situatie of een interstatelijk element?
a. Interstatelijk element: van land a naar land b
b. Zuiver interne situatie telt ook als een belemmering vrij verkeer van diensten, leg
dan uit waarom en noem Ullens de Schooten
Stap 3: Is er sprake van harmonisatie?
a. Check of er iets wordt geregeld in Vo. 492/2011, belangrijkste artikelen zijn art. 1
jo. 3 (verticaal) jo. 7 (horizontaal).
b. Hoogstwaarschijnlijk wel door de Burgerschapsrichtlijn en verordening 492/2011.
c. Zo niet, kijk naar art 45VWEU.
! Het belangrijkste uitgangspunt van De Verordening is de eis van gelijke behandeling.
Wanneer er in de casus alleen regels voor internationale werknemers gelden die er niet zijn
voor nationale werknemers, dan kijk je dus naar de verordening. Dit is het belangrijkste
uitgangspunt, maar kijk in het tentamen voor de zekerheid in de rest van de verordening of
er geen andere artikelen van toepassing zijn
Stap 4: Is er sprake van een belemmering?
Staat er in de verordening dat de regel verboden is? Leg in je casus uit om welke
belemmering het gaat.
- Directe of verkapte discriminatie verticaal (art. 1 jo. art 3 Vo)
- Directe of verkapte discriminatie horizontaal (art. 1 jo. art 7 Vo)
- Buitenlandse werknemers genieten niet dezelfde voordelen (art. 1 jo. art 7 Vo)