C&L3 Samenvatting H1 t/m 14
H1 De vakbekwame manager
Vaak wordt een persoonlijkheidstest gebaseerd op het ‘Big 5-persoonlijkheidsmodel’ waarbij er
onderscheidt wordt gemaakt tussen 5 karaktertrekken. De scores op de karaktertrekken zijn normaal
verdeeld, dat wil zeggen dat je er ook iets tussenin kunt zijn en mensen middels dit model niet in
‘hokjes’ geplaatst worden.
1. Extraversie VS. Introversie;
2. Inschikkelijkheid VS. Competitief;
3. Zorgvuldigheid van handelen VS. Ongestructureerd handelen;
4. Emotionele stabiliteit VS. Emotionele instabiliteit;
5. Openheid voor ervaringen en ideeën VS. Geslotenheid/behoudendheid.
Managementfuncties kunnen onderverdeeld worden in 4 activiteiten:
1. Plannen;
2. Organiseren;
3. Leiden;
4. Controleren.
Effectieve managers moeten beschikken over de volgende (algemene) managementvaardigheden:
Conceptuele vaardigheden;
Interpersoonlijke vaardigheden;
Technische vaardigheden;
Politieke vaardigheden.
De specifieke vaardigeden zijn:
Actief kunnen inspelen op de organisatie en haar hulpbronnen;
Organiseren en coördineren;
Met informatie omgaan;
Zorgen voor groei en ontwikkeling;
Werknemers motiveren en met conflicten omgaan;
Op een strategische manier problemen oplossen.
Een belangrijk model voor managers is het model van Kolb (figuur 1.1 op p. 31) waarbij er wordt
geleerd van ervaringen oftewel, ervaringsleren. Dit model omvat 4 elementen:
1. Actieve deelname aan een nieuwe ervaring (concrete ervaring);
2. Kritische bestudering van de ervaring (reflectieve observatie);
3. Opname van de conclusies op basis van de nieuwe ervaring in werkbare theorieën (abstracte
conceptualisering);
4. Het toepassen van de theorieën op nieuwe situaties (actief experimenteren).
In totaal zijn er 18 vaardigheden voor managers, onderverdeeld in 6 clusters:
Cluster 1 Vaardigheden op het gebied van zelfbewustzijn
1. Jezelf kennen;
2. Jezelf ontwikkelen;
3. Zelfgestuurde loopbaanplanning;
Cluster 2 Algemene sociale vaardigheden
4. Op interpersoonlijk niveau communiceren;
5. Diversiteit waarderen;
6. Ethische wegwijzers ontwikkelen;
7. Tijd en stress managen;
Cluster 3 Vaardigheden op het gebied van plannen en controleren
8. Plannen en doelen bepalen;
9. Prestaties evalueren;
10. Effectief problemen oplossen;
11. Conflicten hanteren.
Cluster 4 Organisatorische vaardigheden
1
“No pain, no gain!” HM2020 Andie Verrijth
, 12. Functies ontwerpen;
13. Weten wat de organisatiecultuur is en deze kunnen wijzigen;
14. Mensen selecteren en laten groeien;
15. Zeer goed presterende teams vormen
Cluster 5 Leiderschapsvaardigheden
16. Machtsbases bouwen;
17. Leidinggeven;
18. Anderen motiveren.
Cluster 6 Verandering managen
6 richtlijnen voor de effectieve toepassing van (management)vaardigheden zijn:
1. Bereid je goed voor;
2. Luister;
3. Gebruik vragen om de keuzevrijheid te accepteren;
4. Wees positief;
5. Wees eerlijk en recht door zee;
6. Wees assertief.
H2 Interpersoonlijke communicatie
In totaal zijn er 4 communicatiestijlen (figuur 2.1 op p. 40)
1. Open;
2. Direct;
3. Gereserveerd;
4. Indirect
Waarbij er 4 typen te onderscheiden zijn:
1. Sfeerbewaker;
2. Socializer;
3. Director;
4. Thinker.
Figuur 2.2 op p. 42 geeft het interpersoonlijke communicatieproces weer waarbij ruis de enige
storende factor in dit communicatieproces kan zijn. Veelal wordt er onderscheidt gemaakt tussen
interne (boodschap krijgt een andere betekenis) en externe ruis (lawaai etc.).
De belangrijkste richtlijnen voor het geven van feedback zijn:
1. Zorg ervoor dat het bedoeld is om de ontvanger te helpen;
2. Spreek op een verantwoorde wijze met gevoel;
3. Kom niet bedreigend over en oordelend;
4. Gebruik de vorm ‘ik’.
5. Beschrijf concreet en specifiek gedrag dat je zelf hebt gezien of gehoord;
6. Ga alleen in op die zaken waar de ontvanger daadwerkelijk iets mee kan doen;
7. Geef aan welk effect dat gedrag op jou heeft;
8. Geef feedback als de ontvanger ervoor openstaat om deze te ontvangen;
9. Controleer je uitspraken bij de ontvanger, zodat ze kloppen;
10. Laat je gesprekspartner reageren.
De drie belangrijkste vaardigheden bij actief luisteren zijn:
1. Aanvoelen;
2. Aandacht schenken;
3. Reflecteren.
Volgens de Roos van Leary (figuur 2.3 op p. 51) lokt gedrag ander gedrag uit. Dit leidde tot 2
principes:
1. Complementariteitsprincipe leiden lokt volgen uit en andersom.
2. Symmetrieprincipe Streven naar eigenbelang lokt datzelfde gedrag bij de ander uit.
2
“No pain, no gain!” HM2020 Andie Verrijth
H1 De vakbekwame manager
Vaak wordt een persoonlijkheidstest gebaseerd op het ‘Big 5-persoonlijkheidsmodel’ waarbij er
onderscheidt wordt gemaakt tussen 5 karaktertrekken. De scores op de karaktertrekken zijn normaal
verdeeld, dat wil zeggen dat je er ook iets tussenin kunt zijn en mensen middels dit model niet in
‘hokjes’ geplaatst worden.
1. Extraversie VS. Introversie;
2. Inschikkelijkheid VS. Competitief;
3. Zorgvuldigheid van handelen VS. Ongestructureerd handelen;
4. Emotionele stabiliteit VS. Emotionele instabiliteit;
5. Openheid voor ervaringen en ideeën VS. Geslotenheid/behoudendheid.
Managementfuncties kunnen onderverdeeld worden in 4 activiteiten:
1. Plannen;
2. Organiseren;
3. Leiden;
4. Controleren.
Effectieve managers moeten beschikken over de volgende (algemene) managementvaardigheden:
Conceptuele vaardigheden;
Interpersoonlijke vaardigheden;
Technische vaardigheden;
Politieke vaardigheden.
De specifieke vaardigeden zijn:
Actief kunnen inspelen op de organisatie en haar hulpbronnen;
Organiseren en coördineren;
Met informatie omgaan;
Zorgen voor groei en ontwikkeling;
Werknemers motiveren en met conflicten omgaan;
Op een strategische manier problemen oplossen.
Een belangrijk model voor managers is het model van Kolb (figuur 1.1 op p. 31) waarbij er wordt
geleerd van ervaringen oftewel, ervaringsleren. Dit model omvat 4 elementen:
1. Actieve deelname aan een nieuwe ervaring (concrete ervaring);
2. Kritische bestudering van de ervaring (reflectieve observatie);
3. Opname van de conclusies op basis van de nieuwe ervaring in werkbare theorieën (abstracte
conceptualisering);
4. Het toepassen van de theorieën op nieuwe situaties (actief experimenteren).
In totaal zijn er 18 vaardigheden voor managers, onderverdeeld in 6 clusters:
Cluster 1 Vaardigheden op het gebied van zelfbewustzijn
1. Jezelf kennen;
2. Jezelf ontwikkelen;
3. Zelfgestuurde loopbaanplanning;
Cluster 2 Algemene sociale vaardigheden
4. Op interpersoonlijk niveau communiceren;
5. Diversiteit waarderen;
6. Ethische wegwijzers ontwikkelen;
7. Tijd en stress managen;
Cluster 3 Vaardigheden op het gebied van plannen en controleren
8. Plannen en doelen bepalen;
9. Prestaties evalueren;
10. Effectief problemen oplossen;
11. Conflicten hanteren.
Cluster 4 Organisatorische vaardigheden
1
“No pain, no gain!” HM2020 Andie Verrijth
, 12. Functies ontwerpen;
13. Weten wat de organisatiecultuur is en deze kunnen wijzigen;
14. Mensen selecteren en laten groeien;
15. Zeer goed presterende teams vormen
Cluster 5 Leiderschapsvaardigheden
16. Machtsbases bouwen;
17. Leidinggeven;
18. Anderen motiveren.
Cluster 6 Verandering managen
6 richtlijnen voor de effectieve toepassing van (management)vaardigheden zijn:
1. Bereid je goed voor;
2. Luister;
3. Gebruik vragen om de keuzevrijheid te accepteren;
4. Wees positief;
5. Wees eerlijk en recht door zee;
6. Wees assertief.
H2 Interpersoonlijke communicatie
In totaal zijn er 4 communicatiestijlen (figuur 2.1 op p. 40)
1. Open;
2. Direct;
3. Gereserveerd;
4. Indirect
Waarbij er 4 typen te onderscheiden zijn:
1. Sfeerbewaker;
2. Socializer;
3. Director;
4. Thinker.
Figuur 2.2 op p. 42 geeft het interpersoonlijke communicatieproces weer waarbij ruis de enige
storende factor in dit communicatieproces kan zijn. Veelal wordt er onderscheidt gemaakt tussen
interne (boodschap krijgt een andere betekenis) en externe ruis (lawaai etc.).
De belangrijkste richtlijnen voor het geven van feedback zijn:
1. Zorg ervoor dat het bedoeld is om de ontvanger te helpen;
2. Spreek op een verantwoorde wijze met gevoel;
3. Kom niet bedreigend over en oordelend;
4. Gebruik de vorm ‘ik’.
5. Beschrijf concreet en specifiek gedrag dat je zelf hebt gezien of gehoord;
6. Ga alleen in op die zaken waar de ontvanger daadwerkelijk iets mee kan doen;
7. Geef aan welk effect dat gedrag op jou heeft;
8. Geef feedback als de ontvanger ervoor openstaat om deze te ontvangen;
9. Controleer je uitspraken bij de ontvanger, zodat ze kloppen;
10. Laat je gesprekspartner reageren.
De drie belangrijkste vaardigheden bij actief luisteren zijn:
1. Aanvoelen;
2. Aandacht schenken;
3. Reflecteren.
Volgens de Roos van Leary (figuur 2.3 op p. 51) lokt gedrag ander gedrag uit. Dit leidde tot 2
principes:
1. Complementariteitsprincipe leiden lokt volgen uit en andersom.
2. Symmetrieprincipe Streven naar eigenbelang lokt datzelfde gedrag bij de ander uit.
2
“No pain, no gain!” HM2020 Andie Verrijth