Theme 7
Persoonlijkheidsontwikkeling vertelt iets over hoe menselijke persoonlijkheid gedurende
de jaren verandert/stabiel blijft bestaat uit personality stability en personality change.
Personality Stability bestaat uit :
1. Rank Order Stability. Een individu behoudt een bepaalde positie in de rangorde
binnen een groep gedurende tijd. Iemand die op zijn 14e bij de langere mensen uit
zijn peer group hoort, zal dit op zijn 20e ook horen. De ontwikkeling beïnvloed
iedereen ongeveer evenveel (iedereen wordt elk jaar paar cm langer, dus de
rangorde van langste en kortste mensen zal vrij gelijk blijven) Dit geldt ook voor
persoonlijkheidseigenschappen. Als iemand dominanter blijft als andere leden van
de groep, zal de rangorde stabiel blijven. Als de onderdanige mensen ineens veel
dominanter worden, zal de rangorde veranderen en is er rangorde instabiliteit.
2. Mean-level Stability. De mate waarin persoonlijkheidsscores constant blijven
gedurende tijd. Blijft het gemiddelde level van extraverte en introverte mensen in
een populatie gedurende het ouder worden/tijd gelijk? → high mean level stability,
het gemiddelde level van de groep blijft stabiel. Wanneer het aantal extraverte
mensen toeneemt, zal het gemiddelde level/de samenstelling van introverte vs
extraverte leden van de groep veranderen → mean level change.
Stabiliteit van Persoonlijkheid gedurende het leven
Infancy (babytijd)
- Temperament = individuele verschillen die erg vroeg in het leven (als baby) optreden
en waarschijnlijk een erfelijke basis hebben, hebben vaak betrekking op emotionaliteit/
opwinding (arousability)
- Mary Rothbart bestudeerde infants gedurende tijd op verschillende leeftijden,
beginnend bij 3 mdn oud. Ze liet de verzorgers van de kinderen een measure invullen
en onderzocht 6 factoren van temperament :
• De mate van motorieke activiteit, activiteitslevel
• Hoe vaak een kind lacht, smiling/laughter
• Angst : is een kind bang om nieuwe stimuli te benaderen?
• Distress to limitations : reageert het kind distressed als hij geen voedsel krijgt,
wanneer hij aangekleed wordt of wanneer hij niet met iets mag spelen wat hij graag wil
hebben?
• Verzachtbaarheid (soothability) : de mate waarin een kind ontspant als hij getroost
wordt
• Duration of orienting : hoe lang kan een kind zijn aandacht richten op een bepaald
object?
Kritiek op dit onderzoek = vooral wanneer het kind nog een infant is (baby) zijn
vaders en moeder geneigd te verschillen in hun rating van temperament van hun
zoon/dochter. Daarnaast is het self-report van de ouders en als zij over een
bepaald beeld van hun kind bezitten, kan dit hetgeen zijn wat stabiel blijft
gedurende tijd ipv het werkelijke temperament van het kind.
Er zijn 4 belangrijke punten uit voortgekomen over de stabiliteit van temperament
gedurende infancy :
- 1. stabiele individuele verschillen lijken erg vroeg in het leven te ontstaan
- 2. voor de meeste temperamentsvariabelen (de 6 hierboven) is er een gemiddelde
mate van stabiliteit gedurende tijd gedurende het eerste levensjaar* → hoogste levels
van stabiliteit gedurende tijd bij activity level en smiling/laughter.
, - 3. de stabiliteit van temperament is geneigd hoger uit te vallen gedurende korte
tijdsintervals dan over lange tijdsintervals.
- 4. temperament/persoonlijkheidskenmerken worden steeds stabieler tegen het einde
(vanaf 9 tot 12 mdn) van de vroege kindertijd.
- Er waren alleen positieve correlaties : als een kind op de eerste meting hoog scoorde
op een van deze 6 persoonlijkheidskenmerken, deed hij dit bij alle volgende
metingen ook
- Temperamenten zoals activity level en fearfullness laten gemiddelde tot hoge levels
van rank order stability zien gedurende infancy.
Kindertijd
• Individuele verschillen in persoonlijkheid ontstaan erg vroeg in het leven. Bepaalde
karaktereigenschappen ontwikkelen in infancy (babytijd) en bv aggressie ontwikkeld
zich in de vroege kindertijd. Deze individuele verschillen zijn moderately/gemiddeld
stabiel gedurende tijd en naarmate een infant een toddler wordt, worden ze steeds
stabieler : kinderen die hoog scoren op een bepaald kenmerk scoren hier later in hun
leven waarschijnlijk ook hoog op. Een Nieuw Zeelands onderzoek heeft namelijk
aangetoond dat childhood personality op 3 jarige leeftijd een goede voorspeller is
voor adult personality op 26 jarige leeftijd.
• Ondanks dat childhood personality een goede voorspeller is voor adult personality,
neemt de voorspelbaarheid hiervan af als de tijd tussen het meten van childhood
personality en adult personality toeneemt. Hoe langer de tijd tussen metingen, hoe
lager de stability coe cients. Bv. wanneer op 3 jarige leeftijd de persoonlijkheid
gemeten wordt, zal deze beter in staat zijn de persoonlijkheid van deze persoon op 26
jarige leeftijd te voorspellen, als de persoonlijkheid die deze persoon heeft als hij 50 is,
omdat deze afstand kleiner is.
• De persoonlijkheid van kinderen kan naast self-report van ouders ook gedaan worden
dmv actigraphs → een apparaat wat aan de ledenmaten van kinderen kan worden
vastgemaakt om zo op een objectievere manier hun activity level gedurende de dag te
meten. Het meet de frequentie en magnitude van limb movement op bepaalde gezette
intervallen.
• In een onderzoek werd bij monozygotische en dizygotische twins dmv actigraphs
zowel thuis als in het lab hun activity level gemeten. Dit gebeurde zowel op 2 en op 3
jarige leeftijd. Ouders moesten daarnaast ook een self-report invullen over het activity
level van hun kinderen. Labresearchers deden dit ook. Er werd gekeken of het activity
level van de twins stabiel bleef gedurende dit jaar. Resultaten :
1. De metingen van het activity level door het actigraph hebben signi cante
positieve validiteitscoe ciënten met zowel de self-report metingen van de
ouders als met die van de labresearchers. **Activity level in kinderen kan zowel
door observatieve oordelen van ouders als door activiteitsopnamen van het
actigraph gemeten worden.
2. Er is een positieve correlatie tussen metingen van activity level op 2 en op 3
jarige leeftijd. Activity level vertoont dus een gemiddelde stabiliteit gedurende
de kindertijd. High active kinderen op 2 jarige leeftijd, zijn dit op 3 jarige leeftijd
waarschijnlijk nog.
3. Activity Level op 2 en op 3 jarige leeftijd vertoonde een hogere correlatie bij de
monozygotische twins ipv dizygotische twins. MZ twins zijn meer gelijk in
genen en zijn waarschijnlijker allebei hetzelfde stabiele gedrag te blijven
vertonen gedurende tijd.
ffi
ffi fi
Persoonlijkheidsontwikkeling vertelt iets over hoe menselijke persoonlijkheid gedurende
de jaren verandert/stabiel blijft bestaat uit personality stability en personality change.
Personality Stability bestaat uit :
1. Rank Order Stability. Een individu behoudt een bepaalde positie in de rangorde
binnen een groep gedurende tijd. Iemand die op zijn 14e bij de langere mensen uit
zijn peer group hoort, zal dit op zijn 20e ook horen. De ontwikkeling beïnvloed
iedereen ongeveer evenveel (iedereen wordt elk jaar paar cm langer, dus de
rangorde van langste en kortste mensen zal vrij gelijk blijven) Dit geldt ook voor
persoonlijkheidseigenschappen. Als iemand dominanter blijft als andere leden van
de groep, zal de rangorde stabiel blijven. Als de onderdanige mensen ineens veel
dominanter worden, zal de rangorde veranderen en is er rangorde instabiliteit.
2. Mean-level Stability. De mate waarin persoonlijkheidsscores constant blijven
gedurende tijd. Blijft het gemiddelde level van extraverte en introverte mensen in
een populatie gedurende het ouder worden/tijd gelijk? → high mean level stability,
het gemiddelde level van de groep blijft stabiel. Wanneer het aantal extraverte
mensen toeneemt, zal het gemiddelde level/de samenstelling van introverte vs
extraverte leden van de groep veranderen → mean level change.
Stabiliteit van Persoonlijkheid gedurende het leven
Infancy (babytijd)
- Temperament = individuele verschillen die erg vroeg in het leven (als baby) optreden
en waarschijnlijk een erfelijke basis hebben, hebben vaak betrekking op emotionaliteit/
opwinding (arousability)
- Mary Rothbart bestudeerde infants gedurende tijd op verschillende leeftijden,
beginnend bij 3 mdn oud. Ze liet de verzorgers van de kinderen een measure invullen
en onderzocht 6 factoren van temperament :
• De mate van motorieke activiteit, activiteitslevel
• Hoe vaak een kind lacht, smiling/laughter
• Angst : is een kind bang om nieuwe stimuli te benaderen?
• Distress to limitations : reageert het kind distressed als hij geen voedsel krijgt,
wanneer hij aangekleed wordt of wanneer hij niet met iets mag spelen wat hij graag wil
hebben?
• Verzachtbaarheid (soothability) : de mate waarin een kind ontspant als hij getroost
wordt
• Duration of orienting : hoe lang kan een kind zijn aandacht richten op een bepaald
object?
Kritiek op dit onderzoek = vooral wanneer het kind nog een infant is (baby) zijn
vaders en moeder geneigd te verschillen in hun rating van temperament van hun
zoon/dochter. Daarnaast is het self-report van de ouders en als zij over een
bepaald beeld van hun kind bezitten, kan dit hetgeen zijn wat stabiel blijft
gedurende tijd ipv het werkelijke temperament van het kind.
Er zijn 4 belangrijke punten uit voortgekomen over de stabiliteit van temperament
gedurende infancy :
- 1. stabiele individuele verschillen lijken erg vroeg in het leven te ontstaan
- 2. voor de meeste temperamentsvariabelen (de 6 hierboven) is er een gemiddelde
mate van stabiliteit gedurende tijd gedurende het eerste levensjaar* → hoogste levels
van stabiliteit gedurende tijd bij activity level en smiling/laughter.
, - 3. de stabiliteit van temperament is geneigd hoger uit te vallen gedurende korte
tijdsintervals dan over lange tijdsintervals.
- 4. temperament/persoonlijkheidskenmerken worden steeds stabieler tegen het einde
(vanaf 9 tot 12 mdn) van de vroege kindertijd.
- Er waren alleen positieve correlaties : als een kind op de eerste meting hoog scoorde
op een van deze 6 persoonlijkheidskenmerken, deed hij dit bij alle volgende
metingen ook
- Temperamenten zoals activity level en fearfullness laten gemiddelde tot hoge levels
van rank order stability zien gedurende infancy.
Kindertijd
• Individuele verschillen in persoonlijkheid ontstaan erg vroeg in het leven. Bepaalde
karaktereigenschappen ontwikkelen in infancy (babytijd) en bv aggressie ontwikkeld
zich in de vroege kindertijd. Deze individuele verschillen zijn moderately/gemiddeld
stabiel gedurende tijd en naarmate een infant een toddler wordt, worden ze steeds
stabieler : kinderen die hoog scoren op een bepaald kenmerk scoren hier later in hun
leven waarschijnlijk ook hoog op. Een Nieuw Zeelands onderzoek heeft namelijk
aangetoond dat childhood personality op 3 jarige leeftijd een goede voorspeller is
voor adult personality op 26 jarige leeftijd.
• Ondanks dat childhood personality een goede voorspeller is voor adult personality,
neemt de voorspelbaarheid hiervan af als de tijd tussen het meten van childhood
personality en adult personality toeneemt. Hoe langer de tijd tussen metingen, hoe
lager de stability coe cients. Bv. wanneer op 3 jarige leeftijd de persoonlijkheid
gemeten wordt, zal deze beter in staat zijn de persoonlijkheid van deze persoon op 26
jarige leeftijd te voorspellen, als de persoonlijkheid die deze persoon heeft als hij 50 is,
omdat deze afstand kleiner is.
• De persoonlijkheid van kinderen kan naast self-report van ouders ook gedaan worden
dmv actigraphs → een apparaat wat aan de ledenmaten van kinderen kan worden
vastgemaakt om zo op een objectievere manier hun activity level gedurende de dag te
meten. Het meet de frequentie en magnitude van limb movement op bepaalde gezette
intervallen.
• In een onderzoek werd bij monozygotische en dizygotische twins dmv actigraphs
zowel thuis als in het lab hun activity level gemeten. Dit gebeurde zowel op 2 en op 3
jarige leeftijd. Ouders moesten daarnaast ook een self-report invullen over het activity
level van hun kinderen. Labresearchers deden dit ook. Er werd gekeken of het activity
level van de twins stabiel bleef gedurende dit jaar. Resultaten :
1. De metingen van het activity level door het actigraph hebben signi cante
positieve validiteitscoe ciënten met zowel de self-report metingen van de
ouders als met die van de labresearchers. **Activity level in kinderen kan zowel
door observatieve oordelen van ouders als door activiteitsopnamen van het
actigraph gemeten worden.
2. Er is een positieve correlatie tussen metingen van activity level op 2 en op 3
jarige leeftijd. Activity level vertoont dus een gemiddelde stabiliteit gedurende
de kindertijd. High active kinderen op 2 jarige leeftijd, zijn dit op 3 jarige leeftijd
waarschijnlijk nog.
3. Activity Level op 2 en op 3 jarige leeftijd vertoonde een hogere correlatie bij de
monozygotische twins ipv dizygotische twins. MZ twins zijn meer gelijk in
genen en zijn waarschijnlijker allebei hetzelfde stabiele gedrag te blijven
vertonen gedurende tijd.
ffi
ffi fi