Veilig slapen
Producttoets 5.1 Coördinatie preventieplan
Naam: Denise Scholten
Studentnummer: 324231
E-mailadres:
Klas: DVP5VA/EVP3LW16
LWGB’er: Ingrid Stellingwerf
SLB’er: Tatia Diekman
Leerjaar: 5e leerjaar
Niveau: Competent
Variant: Verslag
Beoordelaar: Ingrid Stellngwerf
Hogeschool: Saxion Hogescholen te Deventer
Datum: 12-12-2016
Aantal woorden: 6000
Door het inleveren van dit werkstuk verklaar ik dat
het werkstuk eigen werk is en vrij is van plagiaat.
,Inhoud
Inleiding..................................................................................................................................................3
1. Wiegendood.......................................................................................................................................4
1.1 Definitie........................................................................................................................................4
1.2 Prevalentie....................................................................................................................................4
1.3 Risicofactoren...............................................................................................................................5
1.4 Beschermende factoren................................................................................................................7
2. Analyse preventieprogramma Wiegendood.......................................................................................7
2.1 Domein 1 Onderwerp en doel......................................................................................................7
2.2 Domein 2 Betrokkenheid van belanghebbenden..........................................................................8
2.3 Betrokken disciplines....................................................................................................................9
2.4 Nieuwe ontwikkelingen..............................................................................................................10
2.5 Aangrijpingspunten preventieplan..............................................................................................10
3. Plan van aanpak................................................................................................................................10
3.1 Doelgroep...................................................................................................................................11
3.2 Doelen........................................................................................................................................11
3.3 Preventieve activiteiten..............................................................................................................11
3.4 Voorzieningen.............................................................................................................................12
3.5 Voorschriften..............................................................................................................................12
4. Coördinatie.......................................................................................................................................13
4.1 Uitvoering preventieve activiteiten.............................................................................................13
4.2 Rapportage.................................................................................................................................14
5. Evaluatie...........................................................................................................................................15
5.1 RE-AIM model.............................................................................................................................15
Nawoord...............................................................................................................................................17
Literatuurlijst........................................................................................................................................18
Bijlagen.................................................................................................................................................21
Bijlage I Checklist veilig slapen..........................................................................................................21
2
,Inleiding
Kinderen die geboren zijn met een zwangerschapsduur van 32 weken of minder en een
geboortegewicht hebben van 1500 gram of minder hebben tien keer meer kans op wiegendood dan
een à term geboren zuigeling.
Deze kinderen verblijven gedurende een langere tijd in het ziekenhuis. De ouders krijgen
van de verpleegkundigen op de afdeling informatie mee als hun kindje mee mag naar huis. Deze
zuigelingen hebben geen recht op kraamzorg, mits de ouders aanvullend verzekerd zijn en
aanspraak kunnen doen op uitgestelde kraamzorg (Vereniging van Ouders van Couveusekinderen,
n.d.). Enkele ouders hebben geen aanvullende verzekering en niet de financiële middelen om
kraamzorg te kunnen bekostigen.
In de praktijk wordt bij deze groep ouders en kinderen vaak ondervonden dat de kennis over
de risicofactoren voor wiegendood gering is. De kenniseigenaar wiegendood van Yunio, en tevens
medewerker van team Berkelland, zou het fijn vinden als beschreven is welke preventieve
activiteiten in dit huisbezoek gedaan moeten worden. Het preventieplan wordt dan ook uitgewerkt
als zijnde voor de organisatie (mesoniveau).
In het verslag komen de volgende onderdelen achtereenvolgend aan bod: wiegendood en
de risicofactoren, analyse van de richtlijn preventie van wiegendood, plan van aanpak, beschrijving
van de coördinatie en de evaluatie.
Ik ga mij in dit verslag bezighouden met de rol van regisseur. De kerncompetentie en het
beoordelingsaspect die hierbij hoort is:
Kerncompetentie 5: Om te zorgen dat de doelen van een preventieprogramma worden gerealiseerd,
coördineert de HBO-verpleegkundige de afgesproken activiteiten.
Beoordelingsaspect 5.1: Coördineren van alle afgesproken preventieve activiteiten, bij zorgvragers
in de gezondheidszorg, zodat de preventieprogramma’s zo samenhangend, doelmatig en
doeltreffend mogelijk worden uitgevoerd.
Naast bovenstaande kerncompetenties wil ik mij ook gaan ontwikkelen in de volgende HBO-
competenties: analyserend vermogen, probleemoplossend vermogen en sturend vermogen.
3
, 1. Wiegendood
Om een preventieplan goed te analyseren en te coördineren is het van belang om het begrip
wiegendood te definiëren, de prevalentie van wiegendood te vernoemen en de risicofactoren te
beschrijven.
1.1 Definitie
Wiegendood, ook wel het Sudden Infant Death Syndrome (SIDS) genoemd, wordt door het
Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (2015) omschreven als ‘het plotseling, onverwacht en
ogenschijnlijk niet te verklaren overlijden van een baby’. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
Milieu (RIVM) (2009) hanteert een definitie die als volgt luidt: ‘Wiegendood is het plotseling en
onverwacht overlijden van een kind beneden de leeftijd van twee jaar, dat ogenschijnlijk gezond of
in elk geval niet duidelijk ziek was en bij wie geen lichamelijke afwijking is vastgesteld die op
zichzelf het overlijden voldoende verklaart’. Vanwege de uitgebreidheid en de concreetheid van de
definitie van het RIVM, wordt deze definitie aangehouden binnen het preventieplan.
Kinderen die in een kritieke toestand worden gevonden en na reanimatiepogingen alsnog
overlijden, zonder een duidelijke doodsoorzaak, vallen ook onder wiegendood (de Jonge &
Hoogenboezem, 2005).
1.2 Prevalentie
Sinds 1980 registreert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de overleden baby’s door
wiegendood tussen de 7 dagen en 1 jaar oud (Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg, 2015).
Wiegendood komt voornamelijk voor in het eerste levensjaar van het kindje (Volksgezondheid en
Milieu, 2009).
De incidentie van Wiegendood in Nederland is sinds 1984 gedaald van 120 wiegendood per
100.000 levendgeborenen naar een incidentie van 9 per 100.000 in het jaar 2004, zie onderstaand
figuur (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2009).
4