Chronische aandoeningen hebben vaak een grote invloed op het dagelijks leven van de zorgvragers.
De zorgverlening voor deze zorgvragers zal dan ook anders zijn dan die voor zorgvragers met een
kortdurende aandoening die weer geneest. Hier komt een aantal verpleegproblemen aan de orde die
extra aandacht verdienen bij het verlenen van zorg aan zorgvragers met een chronische aandoening.
Pijn is een van de meest voorkomende verpleegproblemen. Bovendien is pijn van invloed op veel
andere verpleegproblemen. Denk maar eens aan de situatie waarbij een zorgvrager zich als gevolg
van hevige pijn niet meer zelf kan wassen. Als verpleegkundige heb je een belangrijke taak in het
signaleren en verhelpen van pijn bij zorgvragers.
Begeleiding bij pijn
Pijn is een signaal van het lichaam dat er iets niet in orde is.
Het model van Loeser
Dit laat zien hoe pijngedrag ontstaat en hoe de lichamelijke, psychische en sociale kanten van pijn
met elkaar samenhangen. Het model bestaat uit vier cirkels die de vier ‘onderdelen’ van pijn
voorstellen:
- Nociceptie: de waarneming van de lichamelijke beschadiging.
‘Pijnzenuwen zijn zenuwen die pijnprikkels overbrengen naar de hersenen. De
zenuwuiteinden liggen vooral in de huid, de slijmvliezen, kapsels van organen en spieren en
gewrichten. Als zo’n zenuwuiteinde wordt geprikkeld, dan wordt de prikkel via de zenuw
voortgeleid via het ruggenmerg naar de hersenschors’.
- Gewaarwording van pijn: het bewust worden van pijn.
- Pijnbeleving: het emotioneel en lichamelijk voelen van pijn.
- ‘De beleving wordt beïnvloed door factoren als angst, woede, depressie, eerdere ervaringen
met pijn en de betekenis van de pijn voor het leven van de zorgvrager’.
- Pijngedrag: het gedrag waaraan een ander kan zien dat de persoon pijn heeft.
Hoeveel pijn iemand ervaart, hangt niet alleen af van de aard van de lichamelijke beschadiging, maar
ook van persoonlijkheid, opvoeding, emotionele invloed én cultuur.
De poort theorie
Prikkel wordt gestoord, wordt geremd. Door de adrenaline, afgeleid etc.
De invloed van cultuur op pijnbeleving en pijngedrag
Het model van Loeser laat zien hoe pijngedrag ontstaat en hoe de lichamelijke psychische en sociale
kanten van pijn met elkaar samenhangen.
Mensen verschillen sterk in de beleving van pijn en hun mogelijkheden om pijn te verdragen. In veel
culturen wordt jongens op jeugdige leeftijd al geleerd pijn te verdragen: even op je tanden bijten.
In bepaalde culturen, bijvoorbeeld in landen rond de Middellandse Zee, is het normaal en wordt het
aangemoedigd om pijn te uiten. In die culturen wordt pijn op een expressieve manier geuit door
middel van huilen, kreunen, roepen. Ook het woordgebruik is expressief: de pijn is ondraaglijk,
verschrikkelijk enzovoort.
Uit onderzoek is gebleken dat in dit soort culturen pijndrempels ook werkelijk lager zijn.
De pijndrempel is het laagste niveau waarop pijn wordt gevoeld, waarop de prikkel als pijnlijk wordt
ervaren.