Hoofdstuk 14
Piagets morele ontwikkelingstheorie
- 3 Fases:
o Premorele stadium
o Moreel realisme
o Coöperatie stadium
- Om bij het volgende stadium te komen, moet iemand eerst het vorige stadium doorlopen
- Beoordelen in welk morele stadium een kind zit dmv ‘vignettes’ (korte verhaaltjes met
morele kwestie) de manier hoe een kind de morele regels behandeld bepaalt in welk
stadium hij zich bevindt.
o Premorele stadium:
0-5 jaar
Weinig aandacht voor regels
o Moreel realisme:
6-10 jaar
Veel aandacht en respect voor de regels
Regels zouden niet veranderd kunnen worden, staan vast en worden
vanzelfsprekend opgevolgd
Als de regels niet worden opgevolgd, wordt het normaal gevonden om
gestrafd te worden. Er wordt hierbij niet gekeken naar de situatie door deze
kinderen, alleen naar de goede of foute actie komt door egocentrisch
denken
o Coöperatie stadium:
11+ jaar
Kinderen snappen dat regels veranderd kunnen worden en dus niet
vaststaan
Gehoorzaamheid wordt hierdoor niet meer altijd gerespecteerd
Door respect voor leeftijdsgenoten (ipv alleen respect voor volwassenen)
Gelijke behandeling wordt heel belangrijk gevonden
Er wordt meer naar de situatie om de actie heen gekeken bij een morele
kwestie
Kritiek op Piaget
- Piaget onderschat de morele ontwikkeling van kinderen
- jonge kinderen kijken al veel vroeger naar de situatie ipv alleen de actie
- Two moral worlds view: komt overeen met Piagets theorie. In deze theorie verschuiven
kinderen rond 11 jaar van heteronome moreel naar autonome moreel. Ze denken eerst dat
volwassenen morele regels vormen, daarna beseffen ze dat we morele regels met z’n allen
vormen
, Kohlbergs cognitieve theorie van morele ontwikkeling
- Gebaseerd op de theorie van Piaget
- 3 levels, onderverdeeld in 6 substadia
o Preconventionele moraal:
Stage 1:
Morele keuzes zijn gebaseerd op het vermijden van straffen
Stage 2:
Egoïstisch, het kind probeert beloningen te behalen met de morele
keuzes die het maakt
o Conventionele moraal:
Stage 3:
Het kind wil goede relaties onderhouden met zijn goede gedrag. De
morele keuzes zijn gebaseerd op de goedkeuring van anderen
Stage 4:
Het kind volgt de regels blindelings op, als de maatschappij deze
regels heeft gemaakt, zullen ze wel goed zijn. Het kind is nu gefocust
op de maatschappij ipv op bepaalde volwassenen
o Postconventionele moraal:
Stage 5:
Morele regels kunnen veranderd worden binnen sociaal besproken
alternatieven. Regels zijn gebaseerd op een soort sociaal contract
gebaseerd op normen en waarden.
Stage 6:
Mensen maken morele keuzes op basis van sociale standaarden en
geïnternaliseerde ideeën. Morele regels worden opgevolgd omdat ze
gebaseerd zijn op ethische wetten. Regels die met de ethiek in strijd
zijn, worden niet opgevolgd.
- Lang niet iedereen behaalt het postconventionele level
- Als kinderen ouder worden, komen ze vaak in een opvolgend level of stadium, soms blijven
ze ergens hangen
- Zodra iemand een hoger level heeft behaald, zal deze niet terugvallen op een eerder level
Kritiek
- Gilligan: Kohlberg heeft de verschillen bij mannen en vrouwen niet meegenomen in zijn
theorie vrouwen worden hierin anders opgevoed dan mannen, bij vrouwen speelt
compassie een hele grote rol
- Culturele verschillen spelen wel degelijk een rol in morele ontwikkeling heeft Kohlberg
niet meegenomen
- Het kan gedrag niet voorspellen, mensen kunnen wel weten hoe het hoort, maar gedragen
zich hier niet altijd naar
- Kohlberg zou een politieke voorkeur hebben verwerkt in zijn theorie, links en rechtse
stemmers gaan namelijk anders door de morele ontwikkeling heen en hebben andere
belangen bij morele regels.