Oefentoets Ontwikkelingspsychologie: Erikson
VRAGEN:
VRAAG 1
Een kernconflict ontstaat door:
A. de biologische rijping en egosterkte
B. een negatieve pool en een positieve pool
C. de vroegere psychosociale identiteit
D. de biologische rijping en nieuwe sociale verwachtingen
VRAAG 2
Hoe werd de babytijd ook wel genoemd door Erikson?
A. de huilfase
B. de oraal-sensorische fase
C. de anaal-sensorische fase
D. de vertrouwenscrisis
VRAAG 3
Waarom wordt de peutertijd ook wel de anaal-musculaire fase genoemd?
A. Omdat de peuter alles in zijn mond stopt.
B. Omdat de peuter controle krijgt over zijn sluitspier.
C. Omdat de peuter steeds sterker wordt.
D. Geen van de bovenstaande antwoorden.
VRAAG 4
Hoeveel levensfasen telt Erikson?
A. 8
B. 7
C. 6
D. 5
VRAAG 5
Wat past het best bij moratorium?
A. zowel exploratie als engagement
B. wel exploratie, geen engagement
C. geen exploratie, geen engagement
D. geen exploratie, wel engagement
Pagina 1 van 4
VRAGEN:
VRAAG 1
Een kernconflict ontstaat door:
A. de biologische rijping en egosterkte
B. een negatieve pool en een positieve pool
C. de vroegere psychosociale identiteit
D. de biologische rijping en nieuwe sociale verwachtingen
VRAAG 2
Hoe werd de babytijd ook wel genoemd door Erikson?
A. de huilfase
B. de oraal-sensorische fase
C. de anaal-sensorische fase
D. de vertrouwenscrisis
VRAAG 3
Waarom wordt de peutertijd ook wel de anaal-musculaire fase genoemd?
A. Omdat de peuter alles in zijn mond stopt.
B. Omdat de peuter controle krijgt over zijn sluitspier.
C. Omdat de peuter steeds sterker wordt.
D. Geen van de bovenstaande antwoorden.
VRAAG 4
Hoeveel levensfasen telt Erikson?
A. 8
B. 7
C. 6
D. 5
VRAAG 5
Wat past het best bij moratorium?
A. zowel exploratie als engagement
B. wel exploratie, geen engagement
C. geen exploratie, geen engagement
D. geen exploratie, wel engagement
Pagina 1 van 4