• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 9 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Thema 2 Forensic Psychology (Master Clinical Psychology)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 9 pagina's

Thema 2 Forensic Psychology (Master Clinical Psychology)

Voorbeeld van de inhoud

Thema 2

Is violent behaviour biologically determined?

Johnson, A. & Glenn, A. (2016). Violent offenders: Neurobiology and crime. (Chapter 11). In: M.
Cima (Ed.). The Handbook of Forensic Psychopathology and Treatment. NY: Routledge.

Disorders associated with crime
Er zijn stoornissen die een hoge correlatie hebben met geweld bijv. psychopaten en antisociale
persoonlijkheidsstoornis. Niet iedereen vertoond geweld. Ook de zogenaamde ‘succesvolle
psychopaten’ die wel hoog scoren maar geen crimineel verleden hebben. ASPD in gevangenis bij
mannen 47% en bij vrouwen 21% terwijl dit in het dagelijks leven respectievelijk 3% en 1% is.

Neurobiological models of criminal behaviour
Zelfde modellen die in het vorige thema ook aan bod zijn gekomen, alleen nu iets meer uitgebreid.
- Low-fear hypotheses: in normale mensen bestaat er ‘fear conditioning’. Deze zou bij psychopaten
verstoord zijn en fear stimuli worden dus niet vermeden. Het gaat alleen om de link met stimuli,
bijv. wel directe reactie op iets pijnlijks, maar niet wanneer dit geassocieerd zou moeten worden
met iets anders. Ofwel: er wordt niet geleerd van de punishments die men krijgt. De amygdala
zou hier een belangrijke rol bij spelen  koppelt normaal gesproken angst aan gebeurtenis.
- Respons-modulation hypotheses: mensen met psychopathische trekken zijn zo gefocust
(attention) op hun doel/reward dat secundaire informatie niet meer binnenkomt. Dit is meer een
cognitief defect en low-fear meer een emotioneel defect. Wordt bewezen door Stroop taak, waar
mensen irrelevante informatie moeten negeren. Psychopaten doen dit beter dan controle groep.
- The integrated emotions systems (IES) model: mensen met psychopathische trekken hebben een
minder vermogen om associaties tussen een stimuli en een beloning te leggen. Zorgt ervoor dat je
minder stress in andere kunt herkennen of asociaal bent, ook wel empathisch genoemd. Reactieve
agressie zou meer door defecten in orbito- en ventrolaterale frontale cortex (OFC) komen,
proactieve/instrumentele agressie meer door defecten in amygdala (zorgt voor asocialisatie). Dus:
een niet zo gesocialiseerd persoon die niet kan relateren aan de stress van een ander en die ook
makkelijk gefrustreerd kan raken en daarnaast moeite heeft met het inhiberen van impulsen heeft
een grotere kans om in gevecht te raken met anderen en zal ook minder terughoudend zijn van
crimineel gedrag door gevoelens van schuld.
- The differential amygdala activation model (DAAM): combinatie van low-fear, IES en respons
modulation. Zegt dat psychopaten minder goed in staat zijn angst bij andere te herkennen, maar
dat dit wel lukt wanneer er duidelijker instructies worden gegeven (kijk naar de ogen). Komt
doordat de basolaterale nuclei (BLN) onder-functioneert, maar de centrale nuclei (CeN) wel
gewoon normaal functioneert of zelf over-functioneert.
- The paralimbic system dysfunction model: zegt dat er een aantal structuren zijn die onder het
limbische system vallen die te maken hebben met psychopathische kenmerken in mensen.

The limbic system
- Amygdala: de amygdala ligt in de mediale temporaal kwab en staat in hoge verbinding met de
OFC, in de frontale kwab. Werken samen om emotionele informatie te verwerken en zorgen dat
die zich verenigt in higher-order decision making. Amydala vooral belangrijk voor het richten van
aandacht op belangrijke informatie, verwerken van emoties en aanpassen gedrag d.m.v.
reinforcement. Bestaat uit 13 connecties die weer onderverdeeld kunnen worden in 2 structuren:
o Basolaterale Nuclei (BLN): lijkt te zijn voor het automatisch kijken naar ogen in een gezicht.
Daarom volgens DAAM bij onder-activiteit geen angst herkennen  wel als gezegd wordt
kijk naar de ogen. Zorg ook voor moeilijkheden met vaststellen van associaties en missen
van empathie. Controleren van instrumenteel leren.
o Centrale Nuclei (CeN): BLN stuurt door naar CeN. Lijkt wel normaal te functioneren bij
psychopaten. Meer voor aversief conditioneren.
- Hippocampus: vooral voor het conceptualiseren van geheugen naar het lange termijn geheugen.
Lijkt geen verschil in grootte, maar meer een verschil in structuur te zijn tussen psychopaten en
controlegroep. De rechter anterior hippocampi lijkt groter te zijn dan de linker bij psychopaten.
- Prefrontale cortex: vooral voor beslissingen maken, plannen, modereren van gedrag en
mogelijkheid tot concentratie, maar ook voor executief functioneren. APD heeft 11.0% minder
grijze stof, onsuccesvolle psychopaten 22.3% minder en succesvolle gelijk aan controlegroep. Dit
lijkt ook het verschil tussen mannen en vrouwen bij APD te verklaren. Je zou kunnen zeggen dat
gewelddadig gedrag verklaard kan worden door een reductie van grijze stof in de PFC.

, - Orbitofrontale cortex: in verbinding met amygdala. Belangrijk voor reward-processing, decision-
making en associative learning. Lijkt een relatie te zijn tussen mate van beperking en mate van
beperkt gedrag. Lijkt ook meer een relatie te hebben met reactieve agressie.

Other brain regions
- Temporal cortex: jongeren met conduct disorder hadden minder grijze stof hier, zelfde geldt voor
psychopaten in gevangenis. Wanneer deze structuur afnam bij dementie  afname van empathie.
- Corpus callosum: midden structuur van de hersenen. Agressie lijkt verklaard te worden door een
vergroot linker deel, die zorgt voor meer approach gedrag en minder ontwijken van punishment.
Naar defecten in approach motivation wordt nu gezocht naar behandelingen, omdat straffen niet
werkt. Lijkt ook dat mensen met psychopathie een grotere hoeveelheid witte stof in het corpus
callosum hebben. Dit lijkt voor interpersoonlijke en affectieve problemen te zorgen.

Other neurobiological correlates of crime
Ook bijvoorbeeld neurotransmitters en hormonen lijken een rol te spelen. Cortisol en testosteron
hebben invloed op antisociaal gedrag. Lage cortisol levels zijn gerelateerd aan antisociaal gedrag en
lage angst. Lage cortisol levels ook gevonden bij gewelddadige en psychopathische personen. Wat
testosteron betreft hebben mannen dat natuurlijk meer. Daarom denkt men dat het een rol zou kunnen
spelen, omdat er grote geslachtsverschillen zijn in antisociaal gedrag. Later werd ook gedacht dat er
misschien een onbalans tussen cortisol en testosteron zou kunnen zijn, omdat cortisol zorgt voor
withdrawal-behaviour en testosteron voor approach behaviour. Dus een teveel aan testosteron zou
zorgen voor meer excessief gedrag als agressie en daarnaast zorgt een tekort aan cortisol voor een
verlaagde angstrespons en geremde inhibitie.

Biosocial hypotheses
Er lijkt ook een interactie te zijn tussen genen en omgevingsfactoren. Zo hebben mensen met
disfunctie in de rechter temporaal-cortex die ook ernstig misbruikt zijn vroeger een nog grotere kans
om antisociaal gedrag te vertonen. Maar bij goede rechter hemisfeer functioneren heeft deze
omgevingsfactor minder effect.
- Dual hazard: zegt dat wanneer een biologische en sociale risicofactor wordt gecombineerd, de
uitkomst groter is dan de som der delen. Zo was slachtoffer zijn van geweld alleen een
risicofactor voor proactieve agressie in kinderen met een lage hart-rate. Getuigen zijn van geweld
was alleen een risicofactor bij kinderen met een wisselende hart-rate. Als laatste was de combi
criminele biologische ouders en slechte adoptie ouders het slechter dan alleen genen of alleen
omgeving (of helemaal niets).
- Social push: zegt dat genen een grotere rol spelen wanneer er minder risicovolle
omgevingsfactoren zijn. Wanneer er veel risicovolle omgevingsfactoren zijn spelen deze juist
weer een grotere rol.

Decety, J., Chen, C., Harenski, C., and Kiehl, K. A. . (2013). An fMRI study of affective perspective
taking in individuals with psychopathy: imagining another in pain does not evoke empathy.

Inleiding
Empathie is het vermogen de affectieve staat van een ander te herkennen. Bestaat uit een affectieve en
cognitieve component. De affectieve component lijkt evolutionair in ons systeem vast te liggen en
begint rond het 2e levensjaar. Empathie is een bottom-up proces in which the amygdala, hypothalamus,
anterior insula (aINS), and orbitofrontal cortex (OFC) underlie rapid and prioritized processing of
emotion signals sent by others. De cognitieve component komt pas later en bevat perspectief nemen,
dat is wanneer je je kunt verplaatsen in de gedachten van een ander. Bij empathie wordt er onderscheid
gemaakt tussen imagine-self perspective and an imagine-other perspective. Imagine-self zegt dat het
centrale figuur is oneself and one’s own thoughts and feelings, and increases the salience of
selfattributes. The imagining-other perspective involves an empathic attentional set in which the
individual opens himself or herself in a deeply responsive way to the other person. Dit werd ook
gezien bij neuroimaging.
- Doel: in dit onderzoek wordt er gekeken naar het verschil tussen imagine-self en imagine-other
perspective bij psychopaten. Kijken of wanneer psychopaten het affectieve perspectief van een
ander aannemen, hun eigen perspectief dan ook veranderd.
- Methode: er werden neutrale en pijn plaatjes laten zien. De instructies waren ofwel: ‘Beeld je in
dat dit bij jou gebeurd’ of ‘Beeld je in dat dit bij een ander zou gebeuren’. Doormiddel van fMRI
werden hersens gemeten.

Documentinformatie

Geüpload op
2 oktober 2017
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2016/2017
Type
Samenvatting
€4,49
Gekocht door 1 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
105
Volgers
71
Items
89
Laatst verkocht
9 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen