Hoofdstuk 9: Staatsrecht
- Decentralisatie = de staatsmacht in Nederland is verdeeld over verschillende
overheidsniveaus (centrale en lagere overheid/overheden)
Territoriale spreiding = onbeperkt aantal bevoegdheden toegekend aan lagere
overheden, maar in een afgebakend gebied.
Bv. Provincies en gemeentes die hun eigen huishouding doen
Functionele spreiding = geven van specifieke bevoegdheden aan openbare
lichamen, die geen afgebakend gebied hebben.
Combinatie van territoriale en functionele spreiding = het Waterschap van
Nederland is een combinatie. Ze hebben specifieke bevoegdheden
(=functioneel), maar dit zit gekoppeld aan een afgebakend gebied
(=territoriaal)
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Dit houdt in:
Bevoegdheden van lagere overheden kunnen worden overgenomen
door de centrale overheid
Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden
o Preventieve toetsing = de lagere overheid moet wachten op
goedkeuring van de hogere overheid voor bijvoorbeeld het
heffen van belasting
o Spontane vernietigingsbevoegdheid = de regering (= de
Kroon) kan elk besluit van gemeente/Provincie ongedaan
maken.
De spreiding van decentralisatie is verticaal
- Wetgeving = regelgeving = algemeen besluit gericht op een onbepaald aantal, niet
met name genoemde groep burgers.
- Bevoegdheid om wetten te maken:
1. Grondwet
Attributie = rechtstreekse toekenning van wetgevende bevoegdheden
aan staatsorganen
2. Afgeleide bevoegdheid = overdragen van een bevoegdheid aan een ander
orgaan = delegatie
Overdragen bevoegdheid
De verkrijger moet dit uitoefenen in eigen verantwoordelijkheid en
naam
De overdrager kan de bevoegdheid niet terugtrekken
- Wetgevende macht op centraal niveau: regering, Staten-Generaal en minister
Regering en Staten-Generaal:
Kunnen alleen samen een wet uitvaardigen wetten in formele zin
Worden formele wetgevers genoemd
Attributie van wetgeving
Regering:
Bevoegd wetten uit te geven hebben de naam Algemene Maatregel
van Bestuur (AMvB)
- Decentralisatie = de staatsmacht in Nederland is verdeeld over verschillende
overheidsniveaus (centrale en lagere overheid/overheden)
Territoriale spreiding = onbeperkt aantal bevoegdheden toegekend aan lagere
overheden, maar in een afgebakend gebied.
Bv. Provincies en gemeentes die hun eigen huishouding doen
Functionele spreiding = geven van specifieke bevoegdheden aan openbare
lichamen, die geen afgebakend gebied hebben.
Combinatie van territoriale en functionele spreiding = het Waterschap van
Nederland is een combinatie. Ze hebben specifieke bevoegdheden
(=functioneel), maar dit zit gekoppeld aan een afgebakend gebied
(=territoriaal)
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Dit houdt in:
Bevoegdheden van lagere overheden kunnen worden overgenomen
door de centrale overheid
Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden
o Preventieve toetsing = de lagere overheid moet wachten op
goedkeuring van de hogere overheid voor bijvoorbeeld het
heffen van belasting
o Spontane vernietigingsbevoegdheid = de regering (= de
Kroon) kan elk besluit van gemeente/Provincie ongedaan
maken.
De spreiding van decentralisatie is verticaal
- Wetgeving = regelgeving = algemeen besluit gericht op een onbepaald aantal, niet
met name genoemde groep burgers.
- Bevoegdheid om wetten te maken:
1. Grondwet
Attributie = rechtstreekse toekenning van wetgevende bevoegdheden
aan staatsorganen
2. Afgeleide bevoegdheid = overdragen van een bevoegdheid aan een ander
orgaan = delegatie
Overdragen bevoegdheid
De verkrijger moet dit uitoefenen in eigen verantwoordelijkheid en
naam
De overdrager kan de bevoegdheid niet terugtrekken
- Wetgevende macht op centraal niveau: regering, Staten-Generaal en minister
Regering en Staten-Generaal:
Kunnen alleen samen een wet uitvaardigen wetten in formele zin
Worden formele wetgevers genoemd
Attributie van wetgeving
Regering:
Bevoegd wetten uit te geven hebben de naam Algemene Maatregel
van Bestuur (AMvB)