Grondslagen van het management: H1 tm H3
H1 Manager & Management
1.1 Organisatie en management
Organisaties van alle partijen die iets bepaalds regelen bv. reisbureau of restaurants etc.
In bedrijf goed inzicht en een organisatie aanwezig zijn voor goed beleid.
1.1.1 begrippen ‘’manager’’ & ‘’management
Manager: is iemand die processen aanstuurt en handelen van anderen voortbrengt.
Neemt als leidinggevende beslissingen.
Management: 3 betekenissen - alle managers binnen het bedrijf
- activiteiten om iets te realiseren
- vak en gebied als studeren op proces en organisatie
1.1.2 Enkele kenmerken van managers
- Afhankelijk van inzet van anderen: moeten ervoor zorgen een werkwijze vinden waarbij
iedereen mee werkt aan het doel.
- Verantwoordelijk voor werkklimaat, informatie en beslissingen: verantwoordelijk voor
goede werksituatie, delen en opnemen van informatie, beslissingen kunnen/durven
maken
- Vaardigheden: tijdmanagement, terreinkennis, resultaatgerichtheid: goed tijd-
management beheren en gezag, kennis hebben van doen, en richten op resultaat
1.1.3 organisatie en organiseren
Organisatie = samenwerkingsverband met bewuste relaties om samen doel te realiseren.
Organiseren = scheppen van doelmatige verhoudingen tussen mensen, middelen en
handelingen op bepaalde doelen te bereiken.
Effectief + efficiënt werken = doeltreffend en doelmatig werken via goede organisatie.
Elke organisatie is samenwerking tussen mensen die samen doel willen bereiken
Organisatie: 3 betekenissen - institutioneel bv aan Philips refereren.
- instrumenteel is eigenlijk de organisatie
- functioneel is proces van handelen
,Samenvatting JR Samenvatting:
Grondslagen van het management: H1 tm H3
1.2 Kernactiviteiten van managers
Managers als groep leidinggevenden verdeeld in top-middle-uitvoerend
1.2.1 onderlinge overeenkomsten tussen managementlagen
Belangrijkste taak manager is sturen van mensen en middelen in organisatie. Activiteiten:
- Interpersoonlijke activiteiten: relatie opbouwen met de aansturende groep en zorgen
dat het proces goed aansturen.
- Informatieactiviteiten: het opdoen van informatie binnen/buiten het bedrijf
- Besluitvormende activiteiten: keuzes maken om doelstelling te realiseren doormiddel
van goede besluitvorming.
1.2.2 verschillen per managementlaag
Topmanagement: relatie tussen organisatie en vormgeving, nemen strategische
beslissingen keuzes maken op hoogste niveau. Professioneel overkomen en zijn, en
goede contacten leggen, schoon verleden goede uitstraling hebben.
CEO activisme: topmanagers openlijk mengen in debatten.
Middle management: grootste groep, algemeen beleid uitvoeren en direct leiding geven
aan de uitvoerenden, belangrijke taken zoals plannen rapporteren motiveren etc. Vooral
beleid formulerende taken en overbrengen plannen van topmanagement.
Uitvoerend management: leiding/coaching over de direct uitwerkend groep personeel.
Steeds meer zelfsturende teams die elkaar aanvullen etc.
1.2.3 Managers en soorten van beslissingen
Managementproces 3 soorten beslissingen te onderscheidden:
1. Strategische beslissingen: vastellen van organisatiedoelen, de keuze van de middelen
daarvoor en de weg waarlangs de doelen willen bereiken. Grote beslissingen binnen
bedrijf
2. Organisatorische ofwel tactische beslissingen: organisatieopbouw en taak verdeling.
Zoeken naar geschikte organisatiestructuur. wellicht opnieuw verdelen taken.
3. Operationele beslissingen: betreft dagelijkse uitvoering. hoge leiding niet mee lastig
vallen, kleine beslissingen.
1.2.4 Strategische beslissingen en doelstellingen
Voor evt. grote beslissingen kan er van externe partij advies raadplegen. Vaak zijn
doelstellingen en strategie al bepaald. Relaties met externe partij ook behouden. De
externe partij komt in sociaal-maatschappelijke omgeving en daarop inspelen.
, Samenvatting JR Samenvatting:
Grondslagen van het management: H1 tm H3