• Spelling (H3) *
• Woordvolgorde (H4) *
• Present simple (H6) / Present continuous (H5) in de bedrijvende vorm
• Past simple (H7) / Past continuous (H5) in de bedrijvende vorm
• Onregelmatige werkwoorden (H8, 9) *
• Vragen en ontkenningen (H10)
• Simple future (H11) in de bedrijvende vorm
• Past future (H11) in de bedrijvende vorm
• Future forms with will * (appendix in hand-out)
• Conditionals 1, 2 en 3 (H11) (appendix in hand-out)
• Present perfect (H12, 13) / Present perfect continuous (H5) in de
bedrijvende vorm
• Past perfect (H12, 13) / Past perfect continuous (H5) in de bedrijvende
vorm
• Hulpwerkwoorden: kunnen (H15) *, mogen (H16) *, moeten (H17) *
• Present simple (H18) / Present continuous (H20) in de lijdende vorm
• Past simple (H18) / Past continuous (H20) in de lijdende vorm
• Simple future (H19) in de lijdende vorm
• Present perfect (H19) in de lijdende vorm
• Past perfect (H19) in de lijdende vorm
• Hulpwerkwoorden (H20) in de lijdende vorm
• Gerund (H22)
• Lidwoorden (H23, 24) *
• Meervouden (H25, 26) *
• De bezitsvorm (H27)
• Bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden (H28)
• De trappen van vergelijking (H29, 30)
• Telbare en ontelbare zelfstandige naamwoorden (appendix in hand-out)
• Betrekkelijke voornaamwoorden (H36)
• Relatieve bijzinnen (appendix in hand-out) *
• Any/some (H38)
• Modale hulpwerkwoorden (appendix in hand-out)*
, Engels Grammatica
Conditionals 1,2,3
Zijn voorwaardelijke bijzinnen, ook wel als/dan zinnen genoemd
Als-deel (if) = de voorwaarde
Dan-deel = het gevolg
Conditional 1 → mogelijk / waarschijnlijkheid / beloftes / waarschuwingen /
dreigementen
Vorm = If + tt / will + heel ww
Voorbeeld: If we get order, we will have an office party
Conditional 2 → onwaarschijnlijk, onmogelijk of extra beleefd verzoek
Vorm = If + vt / would heel ww
Voorbeeld: If i won a lot of money, I would buy a castle
Conditional 3 → achteraf
Vorm = If + had + voltooid deelwoord / would + have + voltooid deelwoord
Voorbeeld : You would have passed the exam, If you had studied harder
Aandachtspunt: naast If kun je ook gebruiken:
Unless → tenzij
Provided → op voorwaarde dat/mits
Should → indien/mocht
Gerund
Gerund is een werkwoord met -ing er aan geplakt
Na de volgende woorden gebruik je ing →
- Hate
- Mind
- Stop
- Finish
- Enjoy
- Keep
- Start (mag ook alleen to start)
- Begin (mag ook alleen to begin)
- Like (mag ook alleen to like)
- Na It’s no use of worth
- Aan het begin van de zin
- Als het werkwoord na een voorzetsel komt (before, without, of, to)